Geen Kosovaar kan zonder lantaarn

Voor de derde achtereenvolgende winter kampen de Kosovaren met een tekort aan stroom. Alleen, deze keer dalen de temperaturen tot min achttien. Over een verjaardagsfeestje rond de houtkachel.

Normaal is de familie Zenuni heel gastvrij. Dan worden bezoekers verwend met lekkernijen, verhalen en alle aandacht. Maar nu? Vader frommelt aan de wasmachine, moeder kookt en kijkt ondertussen naar haar favoriete Mexicaanse soap en zoon duikt onder het mompelen van excuses achter de computer om te chatten met zijn broer in Zwitserland. Het bezoek wordt op de bank achtergelaten.

De reden is: de familie Zenuni heeft stroom en moet daarvan gebruik maken. Want voor ze het weten, wordt hun woonblok getroffen door een stroomonderbreking. Dan moeten ze weer enkele uren bij kaarslicht leven.

Kosovo kampt met een tekort aan stroom. Het produceert zo'n 700 megawatt. ,,We hebben het nog nooit zo goed gedaan'', zegt het VN-bestuur van de Joegoslavische provincie. De Kosovaren denken daar anders over. In het gunstigste geval hebben de inwoners van de hoofdstad Priština vier uur wel stroom en twee uur geen stroom. Maar het gunstigste geval doet zich bijna nooit voor in ieder geval niet bij de familie Zenuni. Daar luidt het stroom-regime vaak twee uur op, twee uur af.

Voor een huishouden is stroom onontbeerlijk. Dat hebben ook de Zenuni's ontdekt na de vele stroomonderbrekingen. Zonder elektriciteit stopt de verwarming, het licht, de boiler, de televisie, de wasmachine, de computer. ,,Zonder stroom is het leven behoorlijk saai'', zegt de zoon van de Zenuni's. Ook houden de waterpompen er regelmatig mee op. En dus wassen de Kosovaarse vrouwen hun haren met water uit emmers, bij kaarslicht.

Sinds het einde van de NAVO-luchtoorlog om Kosovo, in de zomer van 1999, is de stroomvoorziening een probleem geweest. Kosovo beschikt over twee elektriciteitscentrales, simpel A en B geheten. A is vijfendertig jaar oud, B is vijftien jaar oud en beide verkeren in abominabele staat. Want de Servische regering heeft in de afgelopen tien jaar nauwelijks geïnvesteerd in de energievoorziening. Bovendien zijn de meeste ingenieurs vertrokken; de Servische werknemers sloegen op de vlucht naar Servië, beducht voor de wraak van de Albanese bevolking en de betere Albanese werknemers zochten hun heil in Zwitserland en Duitsland. Daar verdienen ze immers meer dan de 150 euro per maand die ze in de elektriciteitscentrales ontvangen.

Ook gaat veel energie bij de distributie verloren. De lijnen zijn te lang, de transformatiehuisjes zijn te oud. De centrales en het distrubutie-netwerk kunnen de vraag naar energie eenvoudig niet aan. Is de vraag hoger dan 680 megawatt, dan klapt het systeem in elkaar. En in de huidige koude winter, waar lopen de temperaturen op tot min achttien graden Celsius, komt de vraag regelmatig boven die cruciale grens.

In de afgelopen dertig maanden heeft de internationale gemeenschap 400 miljoen euro geïnvesteerd in de elektriciteitsvoorziening. Het meeste geld is afkomstig van de Europese Unie. Maar het gegeven geld is bij lange na niet genoeg. Eigenlijk heeft Kosovo een nieuwe elektriciteitscentrale nodig. Maar, zo staat in een intern schrijven van het VN-bestuur, ,,daarin is geen enkele donor geïnteresseerd'' om nog maar te zwijgen van private investeerders.

Die krijgen niet alleen te maken met de kosten voor een nieuwe centrale, maar ook met een tekort aan brandstof, een onzekere politieke situatie, een (te) kleine markt en onwillige betalers. Welke weldenkende ondernemer springt in dat gat? Het `betaalgedrag' van de Kosovaren zou investeerders afschrikken. Van de 320.000 huishoudens hebben 85.000 huishoudens geen meter. De bewoners hebben hun in de oorlog verwoeste huizen weer opgebouwd maar zijn `vergeten' de meter terug te plaatsen. Nu tappen ze stroom af zonder ervoor te betalen.

De Kosovo-Serviërs betalen ook al niet voor hun energie. Ze laten de (Albanese) metercontroleurs niet toe tot hun enclaves. Sterker, die controleurs durven die enclaves niet eens in. Ook enkele Albanese dorpen weigeren te betalen voor hun stroom. Overigens staan de controleurs ook niet te trappelen om die dorpen te bezoeken.

,,De Serviërs weigeren toegang omdat ze weten dat ze moeten betalen. Dus geven ze nu geen toegang, dan zullen ze worden afgesloten'', schrijft het VN-bestuur ferm. Maar vooralsnog worden de Serviers niet afgesloten. Dat ligt ook moeilijk: de elektriciteitsmaatschappij KEK zou duizenden zaken, ook van Albanese wanbetalers, bij de rechtbank aanhangig hebben gemaakt, maar de rechtbanken functioneren nauwelijks in Kosovo. Ondertussen groeit de stapel aanmaningen.

De bevolking wordt wel inventief. De fotowinkel op de hoek, het Chinese restaurant aan de overkant; ze hebben allemaal een generator aangeschaft. Bijna iedereen heeft een lamp op zak om in het donker zijn weg te vinden over de ijzige straten. Op een verjaardagsfeestje drommen de gasten, met thermisch ondergoed onder hun fleece-kleren, om de houtkachel. Op twee camping-gasbrandertjes zet de jarige het diner in elkaar: eend met bonen, wortelen en aardappelen.

Bij de familie Zenuni gaat de stroom er om klokslag zes uur vanaf. De wasmachine stopt, de Mexicaanse soap gaat op zwart, de computer reutelt nog even na. Vader steekt de kaarsen aan. De lucifers lagen al binnen handbereik.