Toekomst DAT gered na akkoord schulden

De toekomst van de Belgische luchtvaartmaatschappij Delta Air (DAT), dochter van het failliete Sabena, is voorlopig verzekerd nadat gisteren op de valreep een akkoord werd bereikt met schuldeisers.

Het financiële coördinatiecentrum van Sabena (SIC) scheldt 59 miljoen euro (132 miljoen gulden) van zijn vordering van 109 miljoen euro op DAT kwijt en zet de rest om in DAT-aandelen. DAT vliegt vanuit Brussel op ruim dertig Europese bestemmingen en denkt aan uitbreiding naar bestemmingen in Afrika.

De Belgische ondernemers Etienne Davignon (Generale Maatschappij) en Maurice Lippens (Fortis) hadden als initiatiefnemers van de doorstart van DAT de ruim vijftig schuldeisers van SIC, waaronder banken en leasemaatschappijen, tot gisteren de tijd gegeven. De door hen bijeengebrachte investeerders kochten vorige maand DAT voor het symbolische bedrag van één euro onder de ontbindende voorwaarde dat de luchtvaartmaatschappij van haar schulden zou worden verlost.

Voor het businessplan van DAT leggen de investeerders, waaronder de Brusselse en Waalse overheid, 190 miljoen euro op tafel. Fortis-topman Lippens bevestigde gisteren dat de Virgingroep van de Britse luchtvaart- en platenondernemer Richard Branson 24,7 miljoen euro in DAT investeert. ,,Hij gelooft in het project'', aldus Lippens. Volgens Lippens wordt nog steeds gesproken over een fusie van DAT met Virgin Express, de Belgische dochter van de Virgingroep.

De nieuwe topman van DAT is de Nederlander Rob Kuijpers, die afkomstig is van het expresbedrijf DHL.

De curator van de failliete Sabena-boedel maakte gisteren bekend dat de schuldeisers van SIC hun vorderingen op enkele Sabena-dochters (het onderhoudsbedrijf, de catering en chartermaatschappij Sobelair) over een langere periode uitsmeren. Voor deze bedrijven kunnen intussen kopers worden gezocht.

De Belgische handelsrechter weigerde vorige maand uitstel van betaling aan SIC, waardoor voor DAT een onzekere situatie ontstond.

Herschikking van de vordering dreigde vervolgens te mislukken door onenigheid tussen de vliegtuigleasemaatschappijen en de overige schuldeisers. De laatsten vonden dat de leasemaatschappijen meer moesten inschikken, omdat ze al geld van DAT krijgen voor toestellen waarmee wordt gevlogen. DAT heeft intussen lagere leasetarieven voor zijn vliegtuigen kunnen afdwingen.