Rovers terug op Afghaanse wegen

De val van de Talibaan heeft Afghanistan voor een probleem gesteld. Na jaren van relatieve veiligheid duiken overal weer roversbendes op.

De bandieten zijn terug op de doorgaande wegen in Afghanistan. Ze nemen reizigers te grazen; ze verstoren de economische wederopbouw van het verwoeste land en vormen een serieuze bedreiging van de wankele overgangsregering die vier weken geleden werd geïnstalleerd.

,,Het is echt heel erg gevaarlijk'', zegt Fazle Ahmad, leider van een vakbond van buschauffeurs in Kandahar. ,,Veel van onze werknemers zijn te bang om te werken. Ze weten niet meer wat ze moeten doen.''

Op de weg naar Kabul worden ze aangehouden en bedreigd met geweren. Hun geld, horloges en andere waardevolle spullen worden afgenomen, zeggen de chauffeurs. Ook de passagiers worden beroofd. ,,Vier dagen geleden werd ik vastgebonden. Al mijn geld hebben ze meegenomen'', zegt taxichauffeur Khalik Daad.

Chauffeurs op de noordelijke weg naar Herat beschuldigen de bandieten ervan hinderlagen te leggen en vooral Pathanen uit het zuiden van Afghanistan te beroven. Volgens hen horen de rovers tot de troepen van de Tadzjiekse krijgsheer Ismail Khan uit Herat.

Geldhandelaars in Kandahar, het laatste bolwerk van de Talibaan totdat ze ruim een maand geleden werden verdreven, zeggen dat hun handel met 90 procent is teruggelopen, voor een deel als gevolg van de wetteloosheid op straat.

Taxichauffeur Mahmood Amin staat bij een modderig busstation in de zuid-Afghaanse stad Kandahar voor zijn busje vol met kogelgaten. Hij heeft op zes verschillende plekken op de weg naar Kabul gewapende bandieten gezien.

Volgens hem hebben de meeste aanvallen plaats in de schemering of 's avonds – en de chauffeurs proberen de 13 uur durende reis van Kabul naar Kandahar zo in te delen dat ze veilig kunnen reizen. ,,Onder de Talibaan waren we veilig'', zegt een andere chauffeur. ,,Er was toezicht. Nu is er anarchie. Het wordt steeds erger.''

Afghanistans nieuwe regering heeft grote moeite de orde te herstellen in het land. De regering heeft weinig geld en geen opgeleide bestuurders of ambtenaren.

Volgens de politiechef van Kandahar, Jamal Akram, zijn de stad Kandahar en drie zuidwestelijke provincies veilig, maar de streken daarbuiten niet. Akram heeft honderden gewapende groepen de stad uitgedreven en een ultimatum gesteld voor de inlevering van wapens voor middernacht. Degenen die hun wapens niet inleveren wacht een gevangenisstraf.

Maar zijn 1.700 politiemannen hebben het zwaar. De meesten zijn vrijwilligers die werken zonder radio's, uniformen of voertuigen. Een van Akrams ondergeschikten is mullah Mohammed, een voormalige Talibaancommandant in Kandahar. ,,Mijn hart brak toen de Amerikanen ons begonnen te bombarderen'', zegt hij. ,,Zoals veel Talibaan vond ik dat de Afghanen niet hun leven moesten geven voor één man – Osama bin Laden en zijn Al-Qaedanetwerk.''

Hij vroeg Talibaanleider mullah Mohammed Omar om terroristenleider Osama bin Laden uit te leveren wegens zijn rol in de aanslagen in Amerika op 11 september, maar toen dat niet gebeurde keerde Mohammed de Talibaan de rug toe. Hij werkt nu bij de geheime politie in Kandahar. Hij heeft een kalasjnikov, maar verdient geen geld. ,,De mensen willen vrede, ze willen een sterke regering. Ze willen eerlijke bestuurders, opgeleide mannen die een land kunnen leiden'', zegt Mohammed.

,,Er zijn hier nog steeds heel veel wapens in omloop, en veel bandieten'', zegt hij in een dorp ten westen van Kandahar. ,,Dit is een echt roversgebied.''

In dit gebied recruteerden in het verleden zowel de Talibaan als de anti-Talibaangroeperingen. Achter een fort van leem en stenen staan vijf roestige T-55 tanks uit de voormalige Sovjet-Unie, een T-62 tank, een luchtafweersysteem en een pantservoertuig. Een groep van tien verslonsde jongemannen zit in de winterzon, rookt hasj en houdt de streek in de gaten, zodat er vanuit deze windrichting geen wapens de stad in komen.

,,We zijn gevraagd om ons werk te doen voor de nieuwe regering'', zegt Ghulam Hamed, de tankbestuurder. ,,Ze zeiden dat ze iets goeds wilden doen voor de bevolking, maar het zal wel enige tijd duren voordat we betaald krijgen. In elk geval is het eten gratis'', zegt hij.

Hij had één probleem: zijn tank rijdt niet. ,,Kunnen we jouw auto even lenen? Onze accu's zijn leeg.''