Oogstrelende foto's van het koloniale verleden

Omstreeks 1870 fotografeert het Engelse duo Woodbury en Page op Sumatra de Michielspiek. Ze hebben een heuvel uitgezocht voor een mooi overzicht. Voor hun voeten kronkelt een mager riviertje door het laagland waarin halverwege de hoekige steenklomp van de piek als uit het niets oprijst. Op de achtergrond tekenen zich bergen af, in de verte lijkt een rookpluim te zweven. Aan de oevers van het water hebben de fotografen enkele assistenten geposteerd in een al bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging de maat van het weidse landschap aan te geven.

Het resultaat is een verstilde en nog altijd oogstrelende foto die ongetwijfeld gretig aftrek heeft gevonden in de vele ateliers annex fotowinkels die het duo tussen 1857 en 1896 exploiteerde in voormalig Nederlands-Indië. Eindeloos moet men zich toen gebogen hebben over de omvang en de details van dit nog vrijwel onbekende landschap. Maar wat nu vooral opvalt is de enthousiaste verwondering die uit de foto spreekt; alsof er onderhuids iets bewaard is gebleven van de pioniersgeest die hoorde bij het koloniale bestaan.

Het is een indruk die je ook krijgt bij menige andere foto in de dubbeltentoonstelling Foto's uit Verre Landen, de eerste van de drie exposities waarmee het Rijksmuseum in Amsterdam dit jaar de oprichting herdenkt van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602. De expositie bestaat uit een keuze van historische fotografie uit de `Nationale Fotocollecties' – verzamelterm voor het fotografisch erfgoed in de diverse Nederlandse instellingen en musea – en een presentatie van de foto's die Ferry André de la Porte de afgelopen zes jaar maakte van de restanten van Nederlandse VOC-graven en -forten in India.

Het historische deel, ondergebracht in het Prentenkabinet, bevat ruim honderd foto's van Nederlandse en buitenlandse fotografen die behalve uit het Rijksmuseum zelf afkomstig zijn uit de collecties van onder meer het Wereldmuseum (Rotterdam), het Tropenmuseum (Amsterdam) en het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde in Leiden. Naast beelden uit voormalige Nederlandse wingewesten gaat het daarbij ook om foto's uit landen als Ceylon, Burma en Jamaica die na de eerste handelscontacten met de VOC in het koloniale tijdperk werden `overgenomen' door andere West-Europese mogendheden. Zo bevat de tentoonstelling foto's die de Engelse legerkapitein Linnaeus Tripe tussen 1855 en 1860 maakte religieuze monumenten in Burma, foto's van John Burke uit de tweede Afghaanse oorlog en stads- en landschapsfoto's van Samuel Bourne, een van de belangrijkste fotografen in de voormalige Britse kolonie India.

Hoewel de presentatie van 19de-eeuwse fotografie door het vaak topografische karakter ervan vaak een hoog feitelijk gehalte kan hebben, hebben samenstellers Mattie Boom en Hans Rooseboom voor deze expositie duidelijk voor een meer visuele invalshoek gekozen. Zo namen zij ook enkele prachtige bloemstillevens op van de Engelsman Charles Scowen, twee indringende portretjes die ene Phillipe Poteau in 1863 maakte van een Vietnamese vrouw en een terloops maar sprookjesachtig uitgelicht badtafereel van een anonieme fotograaf – kleine juweeltjes die jarenlang verstopt lagen in de archieven van de diverse instellingen. Verrassend zijn ook de bijdragen van C.J. Kleingrothe, een van origine Duitse fotograaf die tussen 1885 en 1925 werkzaam was in Nederlands-Indië. Hij fotografeerde met evenveel gemak het gewirwar van de junglevegetatie als het bovenaanzicht van een tinmijn of een groepje arrogante heren tegen de achtergrond van een luxueuze residentie. Het zijn elegante foto's aan de compositie waarvan hij overduidelijk veel aandacht besteedde. Dat geldt eveneens voor het werk van de Nederlandse fotograaf Isidore van Kinsbergen (1821-1905) wiens foto's van religieuze bouwwerken op Java door het uitgekiende gebruik van licht en schaduw getuigen van een grote finesse.

Dergelijke foto's uit `verre landen' en het enthousiasme van de fotografen verlenen het historische deel van de expositie een veelzijdig en bij vlagen verrassend karakter. Dat geldt veel minder voor de hedendaagse bijdrage van Ferry André de la Porte. Zijn foto's van de restanten van VOC-graven en grafmonumenten in India zijn weliswaar degelijk maar ook uniform terwijl zijn eveneens getoonde foto's van het alledaagse leven in India nogal willekeurig zijn en slechts bij uitzondering de aandacht langer weten vast te houden. Dit deel van de expositie, ondergebracht in de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het museum, zou ongetwijfeld aan kracht hebben gewonnen als het strenger was geredigeerd en aangevuld met foto's uit voormalige VOC-streken gemaakt door andere hedendaagse fotografen. Tenslotte is naast historische fotografie ook dergelijk werk in de Nationale Fotocollectie ruimschoots voorhanden.

Tentoonstelling: Foto's uit Verre Landen uit de Nationale Fotocollecties en van Ferry André de la Porte, t/m 7 april in Rijksmuseum, Amsterdam. Open: dag. 10-17u. Cat. Ferry André de la Porte: E37,50. Inl. (020) 6747047 of www.rijksmuseum.nl