NOC*NSF begrijpt kritiek bonden

NOC*NSF heeft van de twaalf grote sportbonden te horen gekregen dat de samenwerking beter moet. De sportkoepel heeft toegezegd zich dienstbaarder op te stellen. ,,De kompassen zijn weer op elkaar afgestemd.''

Er was gisteravond een stevig gesprek voor nodig om het bestuur van sportkoepel NOC*NSF te laten beseffen, dat er wel degelijk veel onvrede bestaat onder de sportbonden. Voorzitter Hans Blankert bleek gisteren een stuk begripvoller dan een zestal weken geleden, toen hij de brandbrief van de twaalf grote bonden nogal laconiek afdeed als een oprisping over kleine ergernissen. ,,Aanvankelijk was ik verbaasd, omdat ik niet wist dat het ongenoegen zó groot is'', klonk het gisteren aanmerkelijke milder.

Inmiddels weten Blankert en de zijnen beter, omdat hen tijdens een ingelast beraad in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky danig de oren werd gewassen. De twaalf grote sportbonden kregen elk afzonderlijk de gelegenheid hun ongenoegen kenbaar te maken.

Dat leverde een aanzienlijke klachtenlijst op, die er samengevat op neerkomt dat de bonden zich bedreigd voelen door NOC*NSF. De sportkoepel is inmiddels dermate groot en professioneel, dat de federaties het gevoel hebben grip op hun atleten te verliezen, er een concurrent op de sponsormarkt bij te hebben gekregen en op het gebied van breedtesport ook al geen baas in eigen huis meer te zijn. Sporters, verenigingen en sponsors blijken buiten de bonden om steeds vaker rechtstreeks bij NOC*NSF aan te kloppen.

Harry Been, de directeur van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), die namens de bonden het woord voerde, toonde zich opgelucht dat er in Krasnapolsy niet met deuren is gesmeten en er sprake is geweest van een constructief gesprek. Been: ,,NOC*NSF had zich makkelijk kunnen verdedigen door te verwijzen naar bestaande structuren, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Het gevoel bij de bonden ten aanzien van NOC*NSF is niet goed. En tijdens de laatste vergadering van de `contactgroep grote bonden' liepen de emoties dermate hoog op, dat we besloten hebben die brief te sturen. Onze verhouding was dringend aan bespreking toe. Dat nare gevoel moest weg en dat is gebeurd. De kompassen zijn weer op elkaar afgestemd.''

Afgezien van de klacht over hun afkalvende macht hebben de bonden moeite om de niet aflatende papierstroom vanuit Papendal te verwerken. ,,We worden gek van die administratieve rompslomp'', klaagde Been. ,,Het NOC*NSF dijt maar uit; er komen op Papendal steeds meer jonge, goede opgeleide, ambitieuze mensen bij die zich willen waarmaken en de ene na de andere nota produceren. En wij moeten dat allemaal lezen, beoordelen en van commentaar voorzien. Je zult maar een kleine bond zijn waar drie mensen werken, dat is niet te behappen.''

Blankert erkende toch wel geschrokken te zijn en veel problemen gehoord te hebben die hij niet kende. ,,Er werden voorbeelden genoemd, waarvan ik dacht: nou, nou. Ik loop nu een dikke twee jaar mee en heb iets zien veranderen in onze positie en in geldstromen, maar ik heb me nooit gerealiseerd dat er een bedreiging van uitging. Ik dacht dat de bonden het hartstikke mooi vonden wat wij allemaal organiseerden. Het laatste wat we willen is natuurlijk onze positie verliezen, want ook wij bestaan bij de gratie van sterke bonden. Nee, ik voelde me niet bedreigd. De stemming was ook niet: wat zijn jullie een kloteclub. Er is een signaal verstrekt waar wij als bestuur prudent mee moeten omgaan. En we moeten waken voor de houding, dat we wel weten hoe de wereld in elkaar steekt en dat de rest van de wereld wel even zullen vertellen.''

Been: ,,Ik vind dat NOC*NSF ruimte heeft gecreëerd voor veranderingen. Die brief is niet voor niets geschreven; bij mijn weten hebben de grote bonden dat nooit eerder gedaan. Maar nu moeten er nog wel afspraken gemaakt worden, dan zal pas blijken of onze noodkreet iets heeft uitgehaald.''

Concreet is gisteren besloten om in verschillende werkgroepen veder te praten. Bij dat overleg worden ook de kleine bonden betrokken, omdat NOC*NSF vindt dat zij de belangen dient van alle leden.

In een van de werkgroepen zal de positie van NOC*NSF ten opzichte van de bonden tegen het licht worden gehouden. Verder wordt gekeken of personeel van de sportkoepel tijdelijk bij een sportbond kan worden gedetacheerd. Daarnaast wordt gedacht aan een adoptieplan om grote bonden kleine federaties te laten assisteren. Bovendien bestudeert NOC*NSF de mogelijkheid om bij verlenging van sponsorcontracten met de negen hoofdsponsors een clausule op te nemen om een deel van het geld te kunnen bestemmen voor sponsorloze bonden. Ook de positie van technisch directeur Joop Alberda wordt getoetst, omdat enkele bonden hem ervaren als een te bemoeizuchtige superbondscoach.

Ter controle van de afspraken komen bestuur van NOC*NSF en de grote bonden voor de voorjaarsvergadering in mei weer bij elkaar.