Jorritsma hekelt traag poldermodel

Minister Jorritsma (Economische Zaken) vindt dat het poldermodel niet op alle terreinen goed functioneert. De slepende discussie over de WAO in de Sociaal-Economische Raad (SER) is volgens haar een voorbeeld van de slechte samenwerking tussen de sociale partners.

Dat zou Jorritsma vanmiddag verklaren op een congres van het Centraal Planbureau (CPB) over de kenniseconomie. Aanstaande vrijdag praat de SER (werkgevers, werknemers, kroonleden) opnieuw over de Wet op de arbeidsongeschiktheid; vandaag werd al bekend dat een akkoord op hoofdlijnen is gesloten.

Jorritsma schaart zich met haar bijdrage in het groeiende leger critici van het poldermodel. Eerder al lieten onder meer DNB-president Nout Wellink, Eurocommissaris Frits Bolkestein, FNV-voorman Lodewijk de Waal en de Amerikaanse econoom Michael Porter zich negatief uit over de voorheen breed bejubelde samenwerking tussen de sociale partners, het poldermodel.

Jorritsma: ,,Bij de WAO gaat het om strengere keuringseisen, aanscherping van de toetredingscriteria en het aanpakken van de bovenwettelijke aanvullingen. De voor- en nadelen zijn hierbij niet gelijkmatig verdeeld. Voor de collectieve belangenbehartigers is dat meestal moeilijk te verteren. Het is in dat licht geen toeval dat de magie van het poldermodel aan deze problematiek voorbij is gegaan. Op het terrein van de inzet van arbeid heb ik vraagtekens bij de rol die het poldermodel nog kan spelen.'' Jorritsma wil niet volledig af van het poldermodel, maar wil er wel voorwaarden aan verbinden. Zij spreekt van een `ja-mits' poldermodel. ,,De komende jaren zijn nog veel hervormingen nodig en de sleutel daartoe is niet alleen in handen van de overheid'', aldus de minister. ,,Maar de stap naar een duurzame kenniseconomie vergt ook institutionele vernieuwing, en daar blinkt het poldermodel niet in uit.''

Volgens Jorritsma werkt het poldermodel alleen ,,als iedereen over zijn eigen schaduw heen durft te springen''. ,,Corporatistische instituties ontlenen hun invloed aan het beperken van de werking van markten in combinatie met collectieve belangenbehartiging, zodat het niet vanzelfsprekend is dat zij die ruimte ook daadwerkelijk zullen bieden'', aldus Jorritsma met een verwijzing naar de belangenbehartiging door de sociale partners.