Franse justitie vecht met politiek en zichzelf

Na het vertrek van rechter-commissaris Eric Halphen halen Franse politici opgelucht adem of doen er het zwijgen toe. Dat bewijst zijn gelijk.

In het vraaggesprek met dagblad Le Parisien waarin de Franse rechter-commissaris Eric Halphen deze week aankondigde op te stappen werd hem gevraagd waarom hij rechter is geworden. Met gevoel voor dramatiek antwoordde hij: ,,Wat me aansprak was de lotsbestemming die erin besloten ligt: die van de mens die alleen tegenover de anderen komt te staan. Die alleen de zoektocht naar de waarheid moet volbrengen. Die alleen moet strijden tegen onrechtvaardigheid.'' Enkele alinea's erboven motiveerde Halphen evenwel zijn vertrek: ,,Er bestaat een dubbele rechtspraak. Een rechter alleen doet daar niets tegen.''

De eenzaamheid van de rechter-commissaris als de bijbelse appel van Eva: onweerstaanbaar verleidelijk maar, eenmaal geproefd, even onstuitbaar leidend tot malheur en tot, in dit geval vrijwillige, ballingschap.

`Le juge Halphen', zoals iedereen hem kent, was de laatste jaren uitgegroeid tot hét symbool van een zich almaar onafhankelijker opstellende rechterlijke macht, die het de afgelopen tien jaar eindelijk, na twee eeuwen onderdanigheid, durfde op te nemen tegen de politiek. Mede wegens de spectaculaire aard van zijn magnum opus, het onderzoek naar de fraude in de Parijse sociale woningbouw tijdens het burgemeesterschap van de huidige president Jacques Chirac, werd Halphen (42) voortrekker van de nieuwe generatie magistraten die óók de witteboordencriminaliteit te lijf gaat.

Hij dwong respect af door stug te volharden in onwelgevallig onderzoek, terwijl degenen die daar belang bij hadden er alles aan deden om hem te dwarsbomen en te `destabiliseren'. Ze lieten hem schaduwen in een poging hem in opspraak te brengen en ze zorgden er zelfs voor dat zijn eigen opsporingspolitie dienst weigerde toen hij een huiszoeking wilde doen bij Jean Tiberi, de vorige burgemeester van Parijs. Dat was nooit eerder gebeurd, zomin als het was voorgekomen dat een rechter-commissaris de President van de Republiek, `Chirac, Jacques', als getuige opriep – zoals Halphen, overigens vergeefs, deed.

Maar Halphen is niet alleen tegengewerkt door de politiek, ook tegenover zijn eigen confrères stond hij er `alleen' voor. Die lieten de in de schijnwerpers staande rechter-commissaris keer op keer bakzeil halen, reden waarom hij nu spreekt over het ,,kleine, kleingeestige, jaloerse'' justitiële milieu. Ze gaven Chirac gelijk toen deze weigerde als getuige op te draven op grond van zijn presidentiële onschendbaarheid, waardoor Halphen zich gedwongen zag zich `onbevoegd' te verklaren. En ze tikten hem bij herhaling op de vingers wegens vormfouten, pakten hem – al dan niet onder druk van de politiek – deeldossiers af en ontnamen hem ten slotte de gehele bouwfraude-zaak.

Dat neemt niet weg dat sinds Halphens vertrek de verhoudingen weer duidelijk zijn. De justitiële wereld heeft zich massaal solidair verklaard met Halphen, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. Zijn vertrek is een mooi moment om weer eens te wijzen op de enorme druk die wordt uitgeoefend op justitie, op het gebrek aan middelen, mankracht en tijd in het algemeen en op de onmogelijke positie van de rechter-commissaris in het bijzonder. Die strijdt, zegt één van hen, ,,tegen politici en directeuren uit het bedrijfsleven die erger zijn dan boeven, omdat de laatsten tenminste nog respect tonen voor regels en rechters''. De ene na de andere rechter-commissaris ondervindt daar de gevolgen van en stoffeert zijn kamer met een groeiende papierberg zonder een millimeter vooruitgang te boeken.

De politiek gedraagt zich intussen conform de verwijten van Halphen. Patrick Devedjian, van de door Halphen belaagde RPR, heeft zich openhartig blij getoond dat de kwelgeest is opgehoepeld, alle andere politici spreken vrome woorden van medeleven of zwijgen. Premier Lionel Jospin die, in een reactie op de traditie, er al vier jaar alles aan doet om te demonstreren dat zijn regering zich niet met justitie bezighoudt, hield zich gisteren, tijdens zijn nieuwjaarsreceptie, opnieuw afzijdig. Hij sprak van `persoonlijke en professionele beproevingen' waarover hij terloops meldde dat ze waren veroorzaakt door `politieke machinaties', maar hij voegde eraan toe, dat geen enkele rechter zal kunnen beweren dat zijn regering ,,op welke manier dan ook heeft ingegrepen.''

Het laatste is precies wat Halphen en veel van zijn collega's de politiek verwijten. Zeker, ze willen hun onafhankelijkheid gerespecteerd en gewaarborgd zien, maar ze willen niet in de steek gelaten worden. Armand Riberolles, die het bouwfraude-dossier van Halphen heeft overgenomen, zei gisteren dat de politieke afzijdigheid slechts onvermogen is. Volgens hem is de regering ,,niet in staat een strafbeleid te formuleren voor economische en financiële criminaliteit, terwijl die wel bestaat voor wangedrag van bewoners van de buitenwijken of voor kleine criminaliteit''.