Experiment nodig met tijdelijke immigratie

Na de IJslanders zijn de Nederlanders de gelukkigste mensen ter wereld. Dat zegt iets over de leefbaarheid van Nederland. Nederland kan dus ruimhartig zijn tegenover immigratie, mits de ontwikkeling in het land van herkomst van de immigranten niet uit het oog wordt verloren.

Daarom is het tijdelijk toelaten van immigranten en asielzoekers een goede optie. Die optie is uitgewerkt door de D66'ers Thijs van Steveninck en Jan Hoekema in hun vorig jaar verschenen artikel Een pleidooi voor tijdelijke arbeidsimmigratie. Zij menen dat immigranten, voor een periode van bijvoorbeeld vier jaar, werk in Nederland kunnen verrichten, op voorwaarde dat ze daarna terugkeren naar het eigen land.

Om dat laatste te bevorderen kan een gedeelte van het loon worden gereserveerd en pas worden uitbetaald bij terugkeer. Bij het aanwerven van deze mensen moet het land van herkomst gecompenseerd worden voor gemaakte opleidingskosten. De tijdelijke immigranten kunnen door werk en opleiding dingen leren waarmee ze later in eigen land iets kunnen.

Sociaal-economisch levert dat een `win-win-win-situatie' op: voordelig voor de persoon zelf, voor het land van herkomst en voor Nederland. Deze aanpak kan lang worden volgehouden, want door de remigratie kunnen steeds nieuwe mensen worden toegelaten. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit in een recent rapport voor selectieve vormen van tijdelijke immigratie.

De vraag blijft in hoeverre, naast deze tijdelijke immigratie, permanente immigratie kan worden geaccepteerd. Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld en de groei van de bevolking zal een keer moeten ophouden, zeker als Nederland zijn internationale verplichtingen wil nakomen ten aanzien van het milieu en de natuur. Een dergelijke beperking betekent overigens ook dat per immigrant meer middelen beschikbaar komen voor zaken als opvang, begeleiding, scholing en huisvesting.

Naast het saldo van immigratie en emigratie is het saldo van geboorte en sterfte van belang. Over mogelijkheden het gemiddelde aantal geboortes te verminderen zwijgen politici als het graf. Waarschijnlijk uit angst voor de gevoeligheid van dat onderwerp. Die angst berust op een misverstand. Het gaat immers niet om het beperken van vrijheid, het gaat alleen om het verlagen van het gemiddelde aantal kinderen.

De beslissing van mensen een kind te krijgen is van veel factoren afhankelijk. Daardoor is het mogelijk invloed uit te oefenen zonder de persoonlijke vrijheid aan te tasten. Als een maatschappelijke discussie oplevert dat verdere bevolkingsgroei niet wenselijk is, dan kan iedereen daar desgewenst rekening mee houden. Net als in andere ontwikkelde landen vertoont het Nederlandse geboortecijfer een dalende tendens. Dat schept extra ruimte voor immigratie.

Hierbij verdient één aspect bijzondere aandacht. Beperking van bevolkingsgroei moet wereldwijd worden gerealiseerd. Dat moet door verlaging van geboortecijfers, want immigratie en emigratie hebben geen mondiaal effect.

Hopelijk komen de Nederlandse politici in de komende maanden met heldere standpunten. Bevolkingsdichtheid levert veel zorg op. Een kwalitatief hoogstaande discussie kan iets van die zorg wegnemen. Aldus krijgt politiek opportunisme geen kans.

Mr.drs. J. Ott is beleidsmedewerker bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.