Alles verbrokkelt in verdrietig België

Na afloop van de Nederlandse première van De verlossing van Hugo Claus op het Nederlands Filmfestival vertelde actrice Gilda De Bal in een talkshow dat er dagen waren waarop het werken met regisseur Claus als vanzelf ging en iedereen op de set vleugels kreeg van zijn inspiratie. Daartegenover stonden de dagen dat alles hortte. Het is tekenend voor de oncompromisloze werkwijze van schrijver, filmmaker, dichter Claus dat hij het weerbarstige toelaat en omhelst, waardoor de film die hij van zijn uit 1996 daterende toneelstuk maakte onhandig en teder tegelijk is.

Jan Decleir en Gilda De Bal spelen het echtpaar Vanderginste, die al een beetje van ginder zijn, weg van het normale burgerlijke Vlaamse leven. Ze wonen in een vervallen fabriek en kunnen noch de lichamelijke aftakeling, noch de ineenstortende materie of het uiteenvallen van hun gezin tegengaan. Het voltrekt zich. De zoet-hypochondrische Magda ligt te sterven en droomt van de dood, terwijl haar halfwakende bestaan nachtmerries oproept van de ontrouw van haar man en haar zuster.

Oscar scharrelt in de tuin, zet zijn kippen op rantsoen en woekert met waardeloos antiek. Een uitgezakte zoon in een jekkie en een vlotte dochter die aan een man van ver beneden haar levenslust is geraakt zetten de verhoudingen verder op scherp. Het is de perfecte schemerzone.

In een onlangs gepubliceerd interview gaf Claus aan ruim tien jaar na Het sacrament de filmkunst weer helemaal in zijn hart gesloten te hebben en eigenlijk alleen nog maar films te willen maken. Als het erom gaat de wrange verhoudingen tussen uitgesproken mensen, de schuld van het mythisch-Clausiaanse België aan hun lijden en de houterige tragikomedie van hun tred aan de existentiële leiband te verbeelden, is hij ook in De verlossing in topvorm.

Gênant wordt het als hij filmische middelen toepast die in de theaterversie van De verlossing uitgesloten waren. `Soft focus'-flashbacks van zuster Marleen (een Vlaams nagesynchroniseerde Willeke van Ammelrooy), die als een nymfomaan bruidje ronddanst, doen onhandig aan. Waarom tastbaar maken wat tussen die twee oudere mensen al schrijnend genoeg is? En waarom dat nog eens in extensieve voice-overs, gebeden waarin zij haar eigen grafrede prevelt, van Magda uitleggen? Claus' goesting voor barok gaat zo tegen de film werken, terwijl hij die op andere momenten zo bewonderenswaardig schaamteloos durft in te zetten.

De wanhoopsdaad van Oscar als al zijn goede bedoelingen hem zijn ontnomen is aards en modderig, een Griekse tragedie waardig. En dan weer heerlijk potsierlijk als hij bij zinnen komt in een tijgerpeignoir. En wie durft er zo lang en nadrukkelijk de camera gericht te houden op een portret van koning Boudewijn en een van al zijn waardigheid ontdane Decleir te laten stellen dat díe het ook niet makkelijk heeft gehad? Dat doet verlangen naar verfilmingen van De geruchten en Onvoltooid verleden.

De verlossing. Regie: Hugo Claus. Met: Gilda De Bal, Jan Decleir, Willeke van Ammelrooy, Peter Van Den Begin, Elke Dom. In: Cinecenter en Het Ketelhuis, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Chassé, Breda