Zwijgzaamheid

`Er is te lang gezwegen in de huiskamers', betoogt Abdelkader Benali op de opiniepagina van 5 januari. Volgens hem zijn er ,,in de islamitische wereld veel muren die nog moeten worden beslecht''. Terecht wijst Benali erop dat zwijgzaamheid niet meer met een theeglas valt te vangen.

Dit geldt ook voor de zwijgzaamheid over het buitenlands beleid van veel liberale democratieën. Jonge moslims, of beter jonge Arabieren zijn boos en machteloos. Benali's muur tussen democratie en dictatuur wordt door dezelfde liberale democratieën instandgehouden. Egypte ontvangt jaarlijks 2 miljard dollar Amerikaanse steun. Jordanië ontvangt jaarlijks 225 miljoen dollar en Israël 3,3 miljard dollar, waarvan 55 procent voor militaire doeleinden wordt gebruikt. Het zijn juist deze autocratische regimes die Amerikaanse (en dus westerse) belangen verdedigen: de prijs van olie.

Jonge Arabieren in Libanon, Palestina, Jordanië en Egypte zien dat de rechten van de mens niet universeel zijn. Daar waar de westerse wereld klaarstaat tegen dictators en oorlogsmisdadigers als Miloševic, komt de rechts-extremist Ariel Sharon vijf keer op bezoek bij de Amerikaanse president.

Jonge Arabieren begrijpen ook niet waarom opnieuw een VN-resolutie voor het sturen van internationale waarnemers naar de bezette Palestijnse gebieden werd getorpedeerd door een veto van de VS en het zwijgen door Groot-Brittannië. Stemming in de Algemene Vergadering toont dat Israël en de VS alleen staan in hun oppositie. Dat laatste was reeds duidelijk op de Wereldconferentie tegen racisme in Zuid-Afrika.

De Golfoorlog was geen verdediging van `onze manier van leven' of zelfs niet het primair bevrijden van een bezet gebied. Het ging immers om westerse belangen: olie. De dodelijke sancties tegen Irak heten `olie-voor-voedsel'. Waarom noemt de politiek dit niet expliciet? Waarom zwijgt zij over de ware toedracht en redenen voor militair, politiek en economisch ingrijpen of het gebrek daarvan. De bemoeizucht, globalisering, of neokolonialisme verpakt in zwijgen.

Democratie en vrijheid in het Midden-Oosten lijken verder weg dan ooit, maar jonge Arabieren in Egypte, Jordanië, Palestina en Libanon koken. Hoe raar het ook klinkt, in Europa en de VS weet men dat democratie in de Arabische wereld westerse belangen aantast. De vaders van deze jonge Arabieren hebben hun hoop reeds met het overlijden van Gamal Abdel Nasser opgegeven. Zij pleiten voor acceptatie in plaats van hervormingen.

De zonen kijken boos naar de onrechtvaardige buitenwereld. Niet alleen in de woonkamer is er iets misgegaan. Ook daarbuiten.