`Veilig voedsel kan niet zonder Landbouw'

Waar moet de Nederlandse Voedselautoriteit worden onderbracht, bij Volksgezondheid of Landbouw? Topambtenaren van beide ministeries zeggen dat het niet zonder Landbouw kan.

Het zal ,,nog zeker twee, drie jaar duren'' voordat er echt één nationale voedselautoriteit is opgericht, die met kracht en gezag toezicht zal houden op de veiligheid van ons voedsel. En dat is niet langzaam, vindt Roel Bekker, secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid. Sterker: ,,Ik vind als oude, ervaren bureaucraat dat het behoorlijk snel gaat.'' De NVA moet toezicht gaan houden op voedselveiligheid bij voedselproducenten en -handel, onderzoek doen, consumenten voorlichten en de overheid gevraagd en ongevraagd adviseren.

Samen met zijn collega secretaris-generaal Chris Kalden van Landbouw begeleidt Bekker nu de vorming van een `voorlopige' Nederlandse Voedselautoriteit (NVA). Dat er een NVA moet komen, betwisten maar weinigen. De voedselcrises van de afgelopen jaren – van kippen met dioxine tot `gekke' BSE-koeien – hebben van voedselveiligheid een `heet' onderwerp gemaakt, waarover publiek en politici zich zorgen maken. Bovendien is er een Europese Voedselautorititeit (EVA) op komst, die gaat samenwerken met alle nationale voedselautoriteiten in de EU.

In Nederland verloopt de oprichting van de NVA door Volksgezondheid en Landbouw samen allesbehalve soepel. Toch zaten de hoogste ambtelijke bazen gisteren gebroederlijk – ,,het rijk spreekt met één stem'' – naast elkaar op een bankje in het hoofdkantoor van de Consumentenbond in Den Haag. Daar kregen zij een manifest overhandigd waarin zo'n beetje alle maatschappelijke en bedrijfsorganisaties die over voedsel gaan, klagen over de voorlopige NVA.

De Nederlandse Voedselautoriteit dreigt niet van de grond te komen, schrijven de Consumentenbond, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (de supermarkten) en de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie (VAI). Zij klagen dat ze nauwelijks bij de opzet van de NVA worden betrokken en ze vinden de communicatie onduidelijk. ,,Wij weten niet meer bij wie we moeten zijn voor vragen over voedselveiligheid'', aldus voorzitter Tummers van de VAI. ,,Het duurt soms twee dagen voordat je weet wie je moet hebben'', klaagt CBL-woordvoerder De Jong, ,,en in een crisis zijn juist de eerste twee dagen cruciaal''.

De secretarissen-generaal reageren laconiek. Maatschappelijke organisaties die niet weten wie ze moeten bellen, dat is ,,een beetje onnozel'', vindt Bekker. Maar de weg vinden is niet het belangrijkste twistpunt.

De voedselproducenten, -handel en consumenten bepleiten dat niet twee, maar één minister verantwoordelijk wordt voor de Voedselautoriteit. En ze weten ook welke: die van Volksgezondheid. Net als in de rest van Europa. Dat lijkt ook de mening van vrijwel de voltallige Tweede Kamer, die volgende week vergadert over de NVA. Alleen D66, de partij van zowel minister Brinkhorst (Landbouw) als Borst (Volksgezondheid) stemt waarschijnlijk níet voor een NVA onder de exclusieve hoede van Borst.

Het was dan ook minister Brinkhorst (Landbouw, D66) die anderhalf jaar geleden het initiatief nam tot de NVA. Hij had er graag het troetelkindje van gemaakt voor zijn idee van Landbouw-nieuwe-stijl: het ministerie van Voedsel en Groen. Zijn partijgenoot en collega Borst had zich aanvankelijk nog wel willen beperken tot een ministerie van Zorg. Maar de D66-bewindslieden stuitten op verzet van achtereenvolgens de Keuringsdienst van Waren (bij Volksgezondheid), een reeks onwillige PvdA-ministers en een koppige meerderheid in de Tweede Kamer. Het kabinet kwam uit bij het compromis dat Brinkhorst en Borst het voorlopig samen doen. Houden ze dat tegen de druk in vol? Volgens de secretarissen-generaal is er weinig keus, zeggen ze ieder voor zich na afloop van het minisymposium bij de Consumentenbond.

,,Als het om voedsel gaat'', zegt Bekker van Volksgezondheid, ,,zijn er altijd meerdere departementen bij betrokken. Het kan niet de verantwoordelijkheid zijn van één departement.'' Volksgezondheid zou het niet eens alleen kunnen, meent hij. Crisisbestrijding bijvoorbeeld ,,is niet mogelijk'' zonder samenwerking met Landbouw, dat over de productie gaat. ,,Neem de Vleeskeuringswet. Die valt onder Landbouw.''

Even verderop zegt Kalden van Landbouw bijna hetzelfde: ,,Wat de consument eet, heeft een voorgeschiedenis. Het begint niet in de winkelschappen, maar bij de producent. Je moet onderscheid maken tussen de onafhankelijkheid van de NVA en de politieke verantwoordelijkheid. Als er straks een crisis is, zijn er altijd twee ministers verantwoordelijk voor wat er is gebeurd.'' Dat is ook zo als de Kamer de NVA exclusief onder de minister van Volksgezondheid brengt, meent Kalden: ,,Dan zit de minister van Landbouw er gewoon naast in de Tweede Kamer.''

Bekker beantwoordt de vraag of zijn ministerie de NVA eigenlijk wel wil, niet zonder meer bevestigend. Zijn ministerie heeft er volgens hem ,,niet op ingezet'' de NVA helemaal binnen te halen. ,,Landbouw trouwens ook niet'', aldus Bekker. Maar tegelijk zegt hij: ,,Er is geen land in de wereld waar Volksgezondheid niet betrokken is bij voedselveiligheid.''

Kalden wil wel kwijt dat het binnenhalen van de NVA bij Landbouw zou worden gezien als ,,een bevestiging van de omslag die het ministerie heeft gemaakt''.

Kalden voelt niet voor een NVA als een Keuringsdienst van Waren-plus, zoals de voedingsbranche bepleit: ,,Dat draagt de suggestie in zich van een oplossing in eenvoud. Maar je kunt niet voorbijgaan aan de ervaring die organisaties in de agrarische sector hebben. De productschappen hebben ook al meer dan tien jaar ervaring met voedselveiligheid. Het is natuurlijk zo gegroeid. Al regel je het wettelijk anders, in essentie doe je hetzelfde.''