Stopverf

`Reality-tv heeft afgedaan, feel-good wordt de trend', las ik in een door iemand achtergelaten krant. Natuurlijk werd 11-09-01 er bijgesleept, maar ik moest onmiddellijk denken aan Hillary Clinton. Hillary viel Bill niet af toen het erop aankwam. Ondanks de belastende spermavlek op de jurk van Monica, en ondanks de gespilde sigaar. De Clintons presenteerden zich ten tijde van `het presidentiële schandaal' als het toonbeeld van een warm, geslaagd verstandshuwelijk. De Clintons zetten de trend: harsh reality kneedden ze probleemloos tot een feel-good movie. De markt bleek rijp.

(Het zou me overigens niet verbazen als later blijkt dat het de gespilde sigaar was die bij Bin Laden definitief de stoppen deden springen.)

Prins Alex ontpopte zich nu ook als een meester van het geruststellende amusement. Op Papendal sprak hij onze nationale olympische selectie toe. Nee, hij zelf kon er helaas niet bij zijn in Salt Lake City. Wegens huwelijk plus aangekoppelde huwelijksreis. Maar zijn hart zou wel degelijk bij de zwoegende jongens en meisjes in den vreemde zijn. Het leek warempel wel of de jongens en de meisjes hem op zijn woord geloofden.

Alex wilde niets verklappen over de bestemming van de huwelijksreis. Voor Máxima moest het een verrassing blijven. Waarmee kun je Máxima nog verrassen na die wrange pelgrimstocht door de Nederlandse provincies? Met een bezoek aan een moderne Nederlandse martelkelder? Dan heb ik een goedkope oplossing: blijf thuis en zet het televisietoestel aan. Want NOC*NSF-sponsor Volkswagen komt met de meesterzet om Leontien van Moorsel en Pieter van den Hoogenband in een dagelijks ontbijtprogramma een klets-item te laten vullen. Recht uit een deskundig hart. Van Moorsel: `Supergaaf om tijdens een etentje een poosje slap te lullen met Gretha Smit. Zij in het Overijssels, ik in het plat-Brabants.'

Ik was er al bang voor. Als er maar vaak genoeg tegen die sporters geroepen wordt dat ze eigenlijk alleen maar amusement verzorgen om het profanum vulgus te beroezen, dan gaan ze het nog geloven ook. En beginnen ze op commando woorden van stopverf te braken.

Ach, ik begin al tot de minderheid te behoren die topsport ziet als nobele, bloedserieuze onzin, en de atleet als een onverlicht despoot in een onherbergzame enclave.

Ik herinner me een mooie zomerdag uit 1986. Een Nederlands wielrenner wendde zich in volle finale tot zijn Franse medevluchter: `Jij krijgt de ritzege, want ik kom straks in het geel!' Op deze manier verzekerde hij zich van grondig Frans sleurwerk op kop. Een normale procedure. Maar het liep anders af. De Nederlander pakte én de rit én het geel. Opgewonden deed hij verslag van zijn bevindingen voor de radio. Hij sloot extatisch af met `Ik geloof in God, godverdomme!'

Ik meen dat zelfs God zich amuseerde.