Primaat ligt niet bij de politiek

De president van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, vindt dat het poldermodel uit de tijd is. Het poldermodel is een bijnaam voor het sociaal-economisch institutioneel kader van Nederland. Het heeft een geschiedenis die verder teruggaat dan het Akkoord van Wassenaar uit 1982. Het staat voor een combinatie van de verzuiling van vóór de Tweede Wereldoorlog en het daarop volgende neocorporatisme.

Van het poldermodel wordt, ook door Wellink, gezegd dat het een aantal nadelen heeft: trage besluitvorming, ondermijnend voor het politieke primaat en dat het differentiatie in de loonvorming blokkeert. Maar deze argumenten zijn suggestief, arrogant en onjuist.

Besluitvorming in de polder kenmerkt zich absoluut door stroperigheid, het vinden van consensus kost tijd. Het is onterecht te suggereren dat alles draait om snelle besluitvorming. Het draait om het gehele traject, behalve besluitvorming ook de uitvoering van het beslotene. Het (moeizaam) bereikte poldercompromis wordt door de betrokkenen gedragen. Hierdoor wordt trage besluitvorming deels goedgemaakt bij de uitvoering, alle betrokkenen zijn immers gecommitteerd.

Ten tweede zou het poldermodel het politieke primaat aantasten. Vaak wordt vergeten dat er drie vormen van sociaal-economische ordening zijn: de markt (concurrentie), de hiërarchie (overheid) en gedeelde normen (bijvoorbeeld via maatschappelijke organisaties). De term `politiek primaat' impliceert een bovenschikking van de politiek ten opzichte van de markt en maatschappelijke organisaties. Enige erkenning van de beperkingen van de overheid als sociaal-economisch bestuurder zou niet misstaan.

De verwijzing naar een `politiek primaat' bevat twee vormen van arrogantie: het suggereert dat bepaalde onderwerpen niet in de polder behoren maar tot het exclusieve domein van de overheid, en het suggereert dat de overheid het onderwerp beter zou kunnen afhandelen.

Tenslotte zou er sprake zijn van gebrekkige differentiatie in de loonvorming. Dit is apert onjuist. Jaar in jaar uit verschijnen onderzoeken die het tegendeel aantonen. Zij laten zien dat zowel de hoogte van de inkomens als de inkomensveranderingen tussen economische sectoren variëren.

Als het poldermodel wordt vernauwd tot het tegen elkaar wegstrepen van loonstijging en werkgelegenheid dan is twijfel op zijn plaats. Veel belangrijker is dat een aantal sociaal-economische problemen gedurende de poldereuforie niet is opgelost: WAO, gezondheidszorg en scholing, om er een paar te noemen. Het echte probleem van de huidige polder is dat de bereidheid om consensus te bereiken onvoldoende is voor besluitvorming. Hierdoor dreigt het poldermodel te verworden tot een eindeloos praatcircuit.

Een decennium geleden werd besluitvorming vaak uitgesteld door de constatering dat iets `in Europees verband' moest worden geregeld. `Nader onderzoek is nodig' is nog steeds een populaire uitstelmethode. We zijn niet gestopt met Europa, noch met onderzoek. We gaan ook niet stoppen met het poldermodel. Wel zal de term in onbruik raken en zullen er een paar wijzigingen optreden. Niet omdat Wellink dat wil maar omdat decentralisatie en Europeanisering dat eisen.

Keimpe Schilstra is adviseur arbeidsvoorwaarden FNV Bondgenoten.