Polen en Rusland vergeten verleden en denken aan gas

Gas wordt met hoofdletters geschreven tijdens het eerste staatsbezoek van een Russische president aan Polen in negen jaar. President Poetin komt vanavond in Warschau aan.

`Vriendschap en broederschap' zijn uit. `Zakelijke belangen' daarentegen zéér in. Als de presidenten van Rusland en Polen elkaar vanavond laat in Warschau in de armen vallen, zullen zij elkaar vooral zakelijke tederheden in het oor fluisteren. Polen wil de vleugels uitslaan op de Russische markt, Rusland wil ongehinderd gas naar het westen van Europa pompen. Bij het communistische verleden willen de twee pragmatische presidenten niet al te lang meer stilstaan.

In Polen is lang uitgezien naar het Russische bezoek, dat door de media driftig als een ommekeer wordt aangeduid. Negen jaar lang weigerden de Russen officieel op staatsbezoek te komen in de Poolse hoofdstad. De laatste president was Boris Jeltsin, die zich, te gast bij de toenmalige president Walesa, royaal liet inschenken en vervolgens riep dat Rusland Polen geen strobreed in de weg zou leggen als het lid zou willen worden van de NAVO.

Die uitspraak werd lang niet door iedereen in Rusland gedeeld en vormde feitelijk het begin van een periode van zeer moeizame betrekkingen. In 1999 trad Polen tot grote onvrede van Moskou toe tot de NAVO. Incident volgde op incident. Nog maar twee jaar geleden liet de Poolse regering negen Russische diplomaten uitzetten op beschuldiging van spionage. Kort daarop werden bij het Russische consulaat in Poznan Russische vlaggen verbrand door demonstranten. Het feit dat Rusland in 1998 in een diepe economische crisis wegzonk en de Poolse export naar Rusland vrijwel stil kwam te liggen maakte het klimaat er niet veel beter op.

De wederzijdse belangen zijn op dit moment vooral economisch van aard. Polen speelt een centrale rol in de doorvoer van Russisch gas naar het westen. Het gas is de motor van de Russische economie en Europa wil graag afnemen. Moskou wist al begin jaren negentig langlopende contracten met Warschau af te sluiten over de doorvoer en de afname van gas. Maar Warschau was nog niet helemaal klaar voor het spel met de Russische oligarchen en liet zich opschepen met een ongunstige deal.

Die komt er in de praktijk op neer dat de Russische export naar Polen vele malen groter is dan andersom en jaarlijks leidt tot een handelstekort van drie miljard dollar. Polen wil daarom opnieuw onderhandelen over het Russische gas: over afname, doorvoer en aanleg van nieuwe pijpleidingen. Warschau wil ook dat de Russische markt aantrekkelijker wordt gemaakt voor Poolse ondernemers. Delegaties van beide landen doen op dit moment nog hun best om een document rond te krijgen waarin investeringen aan beide zijden kunnen worden gegarandeerd – geen luxe voor Polen, dat kampt met een verontrustende werkloosheid van rond de achttien procent. Poolse bedrijven hebben ten gevolge van de Russische crisis van 1998 in eigen land 150.000 arbeidsplaatsen moeten opgeven. De Polen willen vooral snel aan de slag in de Russische enclave Kaliningrad, die in de toekomst een belangrijke brug zal worden tussen Rusland en de dan uitgebreide Europese Unie.

In moderne stijl reizen honderdvijftig vooraanstaande Russische zakenlieden mee in het gevolg van president Poetin. Twee dagen lang zal de politiek bijna helemaal in het teken van de economie staan. Toch zal er in Warschau ook ernstig gesproken worden over de aanstaande uitbreiding van de NAVO, die zich ook tot en met minstens één van de Baltische landen zal uitstrekken. En over het Wit-Rusland van Aleksander Loekasjenko, het gezamenlijke buurland, waarmee Polen steeds slechter uit de voeten kan.

Het verleden is nooit ver weg in de Pools-Russische betrekkingen. Zo zal Poetin wel een krans leggen bij het monument van de onbekende soldaat en bij het monument van de soldaten van het Rode leger die vielen bij de bevrijding van Warschau. Maar niet, zoals veel Polen toch heimelijk hopen, bij het monument ter nagedachtenis aan de opstand van Warschau (toen de Duitsers de stad volledig in de as legden terwijl het Rode Leger aan de andere kant van de rivier stond te wachten), en zeker niet bij het monument van Pilsudki, de Poolse maarschalk die in 1920 de Russen van Warschau tot Kiev terugdreef en Polen na meer dan een eeuw zijn soevereiniteit teruggaf.