Op zoek naar een vrouw (1)

Op het afgesproken tijdstip kwam de dikbuikige, bebrilde Irakese man zijn vertaling ophalen. Het was de vertaling die ik gemaakt had van een huwelijksakte, dat uit een vodje papier bestond, in slecht geformuleerde, slecht geschreven handschriften. Het vodje was onlangs opgesteld in Algerije. Het was een tekst die door geen enkele Arabische burgerautoriteit als officiële, geldige huwelijkse akte erkend zou kunnen worden zonder allerlei bijkomende registraties, maar in Nederland hoefde hij alleen maar vertaald te worden en hij werd direct bij elke gemeente in Nederland als huwelijksakte erkend. Door mijn keurig uitgetypte, gestempelde en beëdigde vertaling kreeg het vodje plotseling een geloofwaardig aanzien.

Net als de eerste keer liet de man zich vergezellen door twee andere, eveneens uit het noorden van Irak afkomstige, maar duidelijk jongere mannen.

Ik had ze de eerste keer een kop thee gegeven en ondertussen vertelden ze informeel het ene na het andere verhaal. Het vodje papier had mijn nieuwsgierigheid gewekt. Uit de gegevens van de vrouw in de zogenaamde huwelijksakte bleek dat ze ruim twintig jaar jonger was dan de man.

,,Moebarak'' (gefeliciteerd), zei ik, ,,u bent zeker de bruidegom?''

,,Ja, al-Hamdo–lilah'', antwoordde hij enigszins verlegen.

,,Dus u bent helemaal naar Algerije gegaan om een bruid te vinden?''

Dit was inderdaad het geval.

,,Vrouwen in Algerije kosten haast niets'', zei hij ongegeneerd. Hij had een Algerijnse man in een moskee leren kennen en die bleek nog een ongetrouwde zus over te hebben. Zodra de Irakese veertiger een verblijfsvergunning had gekregen, was hij daar naartoe afgereisd en het zestienjarige meisje voor een habbekrats op de kop getikt. In vergelijking met de torenhoge bruidsschatten die je in Irak als man moet betalen, stelt dit helemaal niets voor.

Een meisje kost je in Irak zowat haar eigen gewicht in goud, zeiden zijn vrienden lachend. Zichtbaar blij dat ze nu ook een uitweg hadden ontdekt uit de vervelende tradities die de toegang tot bruiden uit hun vaderland voor hen blokkeerden, wachten ze kennelijk met ongeduld tot het voor henzelf ook mogelijk zou zijn om een bruid te halen. Ze wilden precies hetzelfde doen als deze geluksvogel.

,,Er zijn ook genoeg moslimmeisjes hier, willen die dan niet trouwen?'' vroeg ik quasi-achteloos.

Afwijzend schudden ze alle drie van nee. De meisjes hier zijn al bedorven. Ze denken dat ze alles kunnen doen wat in hun hoofd opkomt en hebben totaal geen ontzag meer voor hun man en voor hun gezin.

Ik heb maar niet gevraagd hoe het dan moest met de vrouw die de oudere Irakees ongetwijfeld achtergelaten moest hebben. Hij was op de leeftijd dat hij zeker een vrouw en een dozijn kinderen moet hebben gehad.

Toen werd ik me bewust van mijn achterdocht. Misschien is hij wel gescheiden of weduwnaar, wie zal het zeggen. Ik hekelde mezelf voor mijn vooroordelen en beloofde in gedachten dat ik mijn leven zal beteren.

De mannen waren zonder thee te drinken vertrokken zodat ik gauw het lezen kon hervatten over twee jongedames uit een islamitische nest, die er inderdaad uitzagen alsof ze totaal de baas over zichzelf waren. Als het aan hen lag zou de handel in vrouwen in Nederland, onder het mom van uithuwelijken, gauw tot een einde komen.

Maar het waren vrome wensen – dankzij de liberale wetgeving in Nederland hebben de mannen het voor het zeggen: buitenlandse vrouwen hebben alles over voor een verblijfsvergunning.