De kater na de branie

Met Planet Internet werd de jonge Amsterdammer Michiel Frackers in korte tijd miljonair. Zijn volgende onderneming, Bitmagic, draaide uit op een faillissement. Frackers heeft een boek geschreven en broedt op een nieuw avontuur. `Met die zogenaamde miljoenen kun je niet bij de Konmar terecht.'

Nog maar kort geleden leefde de op topsnelheid pratende ondernemer vrijwel uit zijn koffer. Nu bewoont hij een flat aan de rand van Amstelveen waar hij, uitkijkend over de weilanden, broedt op een nieuw avontuur als dat tenminste maar niet meer een handvol transatlantische vluchten per maand met zich meebrengt. In de jaren negentig behoorde hij tot het groepje twintigers dat met een internetbedrijf veel geeld verdiende, nu is de 33-jarige Michiel Frackers een graag geziene spreker op seminars en onderwijsinstituten. Een jongen van Indische komaf uit Amsterdam-Osdorp, die het met durf en branie bracht tot Elseviers' `Internetondernemer van het jaar', en na het debacle van zijn tweede bedrijf werd teruggeworpen in de realiteit.

De korte maar turbulente loopbaan van Frackers vormt een weerspiegeling van het ontstaan en uiteenspatten van de Internet-zeepbel. Nadat hij als communicatiewetenschapper afstudeerde op een scriptie over de `succes- en faalfactoren van interactieve media op de consumentenmarkt' richtte hij Planet Internet op, de eerste Nederlandse toegangspoort naar het in 1995 nog vrijwel onbekende nieuwe medium. Frackers werd voor vijf procent aandeelhouder, hoofdredacteur en later onderdirecteur van deze KPN-onderneming. Het met Quote Media en De Telegraaf opgezette bedrijf was vanmeet af aan een succes, maar de verhouding met het moederbedrijf was vanaf de oprichting moeizaam.

In 1996 kreeg Frackers, na twee jaar procederen, een `schadevergoeding wegens niet geleverde aandelen' van KPN uitgekeerd. Na zijn vertrek in 1997 financierde hij met een deel van de opbrengst BitMagic, een in Los Angeles gevestigd bedrijf voor reclame, informatie en entertainment op internet. Na een veelbelovend begin ging het bedrijf vorig jaar ter ziele.

Michiel Frackers schreef onder dezelfde titel als zijn scriptie – een boek, over zijn pionierstijd als internetentrepreneur, het gevecht met de KPN-autoriteiten, de internethype en zijn gevecht tegen de ondergang van BitMagic. Op zoek naar de heilige graal laat zich lezen als de roman van een kwajongen in de wereld van het grote geld, niet geïmponeerd door gevestigde instituties en reputaties. ,,Mocht ik ooit het gevoel hebben gehad dat Van Hoogstraten en Van den Biggelaar recht-door-zee waren en mij als gelijkwaardige partner behandelden'', noteert hij bijvoorbeeld over de toenmalige directeuren van respectievelijk KPN Multimedia en Quote Media, ,,dan was ik daarvan nu voorgoed genezen.''

Het boek wemelt van de intriges om de macht over het razendsnel groeiende bedrijf Planet Internet, waarvan de waarde vorig jaar door Rabo Securities werd geschat op 3 miljard euro. Frackers toont zich verongelijkt over het gebrek aan waardering voor zijn inspanningen en visie die aan het succes van Planet Internet ten grondslag lagen.

,,Ik vond bij beide bedrijven belangrijk'', vertelt Frackers in een gesprek naar aanleiding van zijn boek, ,,welke rol we speelden bij de doorbraak van internet. Voor mij persoonlijk is het niet zo dat Planet Internet een succes was en BitMagic een mislukking. Economisch gezien wel, maar voor mij als werknemer vond ik BitMagic leuker om te doen dan Planet Internet. Alleen: Planet Internet was de eerste. Het eerste anderhalf jaar was een bijzondere ervaring. Daarna was het meer gedoe om niks. Ik had al hoofdpijn bij de gedachte dat ik naar een commissarissenvergadering moest.''

In een tijd dat in Nederland internet nog werd beschouwd als een communicatiemedium voor wetenschappers, introduceerde Planet Internet het netwerk bij een breder publiek. De samenwerking tussen De Telegraaf en hèt Telecombedrijf was, aldus Frackers, zonder zijn plan nooit tot stand gekomen. ,,Niemand had de gehele visie. Er waren allerlei mensen bij PTT Telecom en bij KPN research, die altijd één deel misten: óf het mediastuk, óf het computergedeelte, óf het telecommunicatiegedeelte. Ik was de eerste die over alledrie onderdelen in detail zei hoe we het moesten doen, hoeveel het ging kosten en hoe het moest worden verkocht. En iedereen van buiten en van hogerhand die zich ermee bemoeide schopte ik de hoek in.''

In zijn boek beschrijft Frackers een komen en gaan van Planet-directeuren, die naar zijn inzicht meestal weinig verstand van internet hadden. ,,De KPN-directie zei: er is hier geen ruimte voor vrijbuiters. Maar in de internetmarkt moest je snelle beslissingen goed uitvoeren, en als dat niet lukte: bijsturen. De directie van KPN Multimedia meende nooit fouten te maken. Ik was in het begin zeker een ideeënman. Ik wilde ook niks anders zijn. Pas toen ik erachter kwam dat ik als zondebok zou worden gebruikt voor andermans fouten, nam ik meer verantwoordelijkheid en ging ik ook de spelers en de salarissen bepalen.''

Toen hij in `95 extra wilde investeren en mensen aannemen om Planet naar het buitenland te brengen, weigerde KPN. ,,Ze wilden het met uitgeefpartners doen, net als in Nederland. Ze hadden heel Europa kunnen bestrijken. Maar zij waren bang om op basis van het idee van een voormalig werkloos studentje als ik zulke investeringen te doen.''

Bij het groeien van de internetzeepbel wilde in die jaren geen bedrijf `de boot missen'. Maar de meeste projecten steunden volgens Frackers niet op een reëel jaarplan, met daarin een prognose, de kosten en de baten. ,,Bedrijven besteedden klakkeloos honderden miljoenen aan internet, zonder dat ze echt naar de opbrengsten keken. Ik hoorde van vrienden en collega's, die werkten bij multinationals, dat ze gewoon blind geld in internet stopten.''

Internet-avonturen liepen veelal stuk omdat ze uitgingen van een `gedroomde opbrengst'. Frackers zag dit verschijnsel uitvergroot in de documentaire Startup.com van Chris Hegedus, over oprichting en ondergang van de Amerikaanse website GovWorks.com. ,,`De markt' wordt begroot op 20 miljard; als ze daarvan één procent halen, verdienen ze 200 miljoen. Ik zeg altijd: je moet aan één klant iets verkopen. Als je kan bedenken waarom je voor die ene man iets kan doen, moet je je vervolgens afvragen of er daarvan niet twee miljoen rondlopen. Of wereldwijd 200 miljoen. Iedereen dacht verkeerd om.''

De `gelovigen', constateert Frackers, overschatten internet en de `ongelovigen' onderschatten het. ,,Alleen hadden de gelovigen op een gegeven moment wat meer geld te besteden. En daardoor ontstond die zeepbel. Industrieën waren bang dat ze vervangen zouden worden. De mediawereld voorop. Bij De Telegraaf vreesden ze dat het dagblad door internet zou verdwijnen. Een belangrijk deel van het reclamebudget was verschoven van de kranten naar de tv. Dat wilden ze met internet niet nog eens meemaken.''

De grootste fout bij veel uitgeefinitiatieven op internet is volgens Frackers dat het medium als informatienetwerk werd beschouwd en niet primair als communicatienetwerk. ,,Internet zal nooit de gedrukte media verdringen. Alleen al omdat niemand een lang artikel op een beeldscherm leest. In de uitgeverswereld droomden ze van digitaal distribueren. Geen krantenjongens en papier meer nodig en hogere winstmarges. Maar digitaal uitgeven is alleen in theorie winstgevend.''

Na de vliegende start van BitMagic werd het kapitaal van Frackers, uitgedrukt in aandelen BitMagic, geschat op 50 miljoen gulden. ,,Op papier'', haast hij te benadrukken. ,,Nu, met alle faillissementen in de branche, zie ik mensen janken die in dezelfde positie verkeerden. Ik heb altijd gezegd tegen die jongens van het eerste uur, die zogenaamd miljoenen waard waren: met deze aandelen kan jij niet bij de Konmar terecht.''

In zijn boek is Frackers pas kritisch over zichzelf in de beschrijving van zijn tweede onderneming, BitMagic. De timing was slecht, zegt hij, want het tij was al gekeerd. ,,Ik kreeg steeds meer het gevoel dat we binnenliepen op een feestje dat net was afgelopen'', schrijft hij. Dat wijt hij aan zijn `eigen onkunde': ,,Onze ambitie met BitMagic was iets nieuws te creëren naast e-mail en het World Wide Web. Nieuwsgroepen zijn irrelevant geworden, overwoekerd en vervuild door commercie en seks. Er is sinds 1993 geen substantiële innovatie geweest. Dat vond ik jammer. Ik wilde met BitMagic niet de 300 miljoenste website gaan maken. E-mail en het web zijn succesvol omdat het publieke standaarden zijn. Wij ontwikkelden een nieuwe standaardsoftware die niet aansloeg. En een standaard die je niet met iedereen deelt is geen standaard.''

Als het hem louter om de financiering was begonnen, had Frackers met BitMagic beter op de mobiele-telefoniehype kunnen inhaken. ,,Veel investeerders zeiden tegen ons: `Een product voor mobiele telefonie krijg je wèl gefinancierd en kan je nog net op tijd naar de beurs brengen.' Op die manier wilden wij het niet. Die mensen waren bewust bezig een piramidespel op te zetten. A Ponzi scheme, zoals dat in America heet. In Amerika bewezen zo honderden internetbedrijven dat je met goede timing en een slecht product financieel toch succesvol kon worden. Het was een loterij.'' In het laatste van de twee jaar dat hij er woonde zag Frackers in Silicon Valley het ene na het andere bedrijf over de kop gaan. ,,Wij waren erg afhankelijk van internet- en mediabedrijven: New York Times, eBay, Wall Street Journal. Onze advertentieomzet viel drastisch terug in het tweede kwartaal van 2001. Allemaal in een periode van zestig dagen. Klanten sneden 30 procent in hun personeel en kosten. Leveranciers van die bedrijven kregen minder omzet, dus die moesten ook bezuinigen. En zo kreeg je een kettingreactie. Toen ging het heel snel.''

Hij stak in totaal een half miljoen gulden in BitMagic, waarvan hij meer dan de helft als verloren beschouwt. ,,Er is in totaal iets meer dan tien miljoen verloren gegaan. Bijna 3 miljoen gulden schuld is er over, waarvan iets meer dan twee miljoen een krediet van Economische Zaken betreft.''

Dankzij het betrekkelijk vroeg verzilveren van zijn aandelen Planet Internet bleef Frackers' persoonlijke schade beperkt. Hij kocht voor zijn moeder het huis in Amsterdam-Osdorp waar hij opgroeide, maar het plan om na de beursgang van BitMagic naschoolse opvang in achterstandswijken te financieren viel in duigen. Hij voelt zich betrokken bij allochtone jongeren, die bij gebrek aan begeleiding hun mogelijkheden niet benutten en vaak ontsporen. Dat hij, de volksjongen die naar het gymnasium ging, wel de kans kreeg en vermogend werd schrijft hij toe aan een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en ouderlijke ondersteuning.

Niet alleen Frackers, ook mede-oprichter Francisco van Jole stelde zijn herinneringen aan de opkomst en neergang van het internetbedrijf te boek. In het onlangs verschenen Blink omschrijft Van Jole Frackers als een `feodale Leider': ,,Een jonge man wiens donkere haardos langzaam maar zeker veroverd werd door vergrijzing'', uit wiens woorden ,,een kunstmatig opgepompte beslistheid'' klinkt. Over het boek van zijn voormalige vriend, dat deels al op internet verscheen, zegt Frackers gelaten: ,,Het wordt tenslotte gebracht als een roman.''

Ziet Frackers de teloorgang van BitMagic als een persoonlijke nederlaag? ,,Tuurlijk. En als een mislukking, ja. 't Was mijn fout, want ik was verantwoordelijk. Iedereen denkt dat een faillissement erg is. Maar je bent blij dat je er van af bent. Die gang daar naartoe, dat laatste jaar, dat was vreselijk.''

Gesneefde collega-internetondernemers troosten zich met de gedachte dat ze even deel uitmaakten van de largest legal creation of wealth in history, constateert Frackers in zijn boek. Hij deelt die trots niet, evenmin als het geloof in zoiets als een `internet-revolutie': ,,Tegen wie en voor wie? Ik vind internet echt een fantastisch medium, maar ik geloof niet dat de mens, door welke technische innovatie ook, ooit essentieel is veranderd sinds we rechtop gingen lopen.''

`Op zoek naar de heilige graal, Het ware verhaal over geniale nerds, gladde verkopers en gehaaide beleggers achter de internet-hype' door Michiel Frackers, uitg. Vassallucci, E 13,95, ISBN 90 5000 076 2.