Corruptieschandaal komt dichtbij Chinese premier

De hervorming van de Chinese staatssector, inclusief het bankwezen, is in volle gang. Premier Zhu Ronji maakt zich hier persoonlijk sterk voor. Nu is één van zijn vrienden betrapt op onregelmatigheden.

Wang Xuebing, tot voor kort directeur van de China Construction Bank en een beschermeling van de Chinese premier Zhu Rongji, is vorige week officieel uit zijn functie ontheven. Dat is gisteren door een woordvoerder van de bank bevestigd. ,,Hij is het onderwerp van onderzoek naar onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan in de periode dat Wang leiding gaf aan de Bank of China'', aldus een voorlichter van de China Construction Bank. Voordat Wang de China Construction Bank ging leiden, stond hij van 1993-2000 aan het hoofd van de Bank of China (BOC). Van 1976 tot 1993 leidde hij het kantoor van de Bank of China in New York.

De Asian Wall Street Journal maakte gisteren bekend dat een Amerikaanse toezichthoudende instantie op monetair gebied inmiddels een onderzoek is gestart naar de BOC. De BOC is een van de grootste spelers op het gebied van buitenlandse valuta in China. De bank is momenteel bezig met een reorganisatie van haar activiteiten in Hongkong ter voorbereiding van een internationale aandelenemissie die mogelijk 6 miljard dollar opbrengt.

In 1999 kwam de voormalige tweede man van de People's Bank of China, Zhu Xiaohua, samen met Li Fuxiang onder verdenking te staan van corruptie in hun functie binnen het Nationale Bureau voor Valutahandel, de Chinese organisatie die toezicht houdt op internationale valutatransacties. Li pleegde vervolgens zelfmoord.

Volgens westerse bronnen in de bankwereld van Peking zou Wang rechtstreekse contacten hebben onderhouden met Zhu Xiaohua en Li Fuxiang, en zijn alledrie beschermelingen van premier Zhu.

De nu ontslagen Wang Xuebing is lid van het Centraal Comité van de communistische partij en spreekt vloeiend Engels. Hij trad tot voor kort regelmatig op als spreker op internationale fora en was een graag geziene gast in kringen rond het IMF en de Wereldbank.

Zijn beschermheer Zhu Rongji, die eind 2003 aftreedt, heeft zich sterk gemaakt voor een snelle hervorming van de staatssector en van het bankwezen en voor een streng optreden tegen corruptie binnen alle geledingen van de maatschappij. De hervorming van de staatssector heeft er echter ook toe geleid dat staatsbezit vaak veel te voordelig in privéhanden terecht kon komen.

Sommige westerse bronnen wijzen erop dat het ontslag van Wang ook te maken kan hebben met een mogelijke verzwakking van premier Zhu's positie binnen regering en partij en met onenigheid binnen de hoogste partijorganen over het tempo van de economische hervormingen.

De Bank of China en de China Construction Bank vormen samen met de Industrial and Commercial Bank of China en de Agricultural Bank of China de grootste vier banken van China.

Deze banken zijn samen goed voor meer dan 70 procent van de leningen en ze beheren meer dan 80 procent van de spaartegoeden. Alle kampen met een groot aantal slechte leningen aan staatsbedrijven. Zeker veertig procent van de leningen wordt waarschijnlijk nooit terugbetaald, zo stelt de accountantsfirma Ernst & Young in zijn `Nonperforming Loan Report: Asia 2002', dat vorig jaar oktober openbaar werd gemaakt.