Britse spoorwegen weer op de rails

De nieuwe strategie van de Britse regering voor de spoorwegen beperkt zich tot pappen en nathouden. Het plan is het investeringsprogramma voor de bedrijfstak te verleggen van grote langetermijnprojecten naar kleinere projecten waarvan de passagiers snel kunnen profiteren. Zo'n 300 miljoen pond komt beschikbaar voor niet-commerciële zaken als toiletten en bloembakken op stations. Grotere infrastructurele projecten, zoals het anachronistisch klinkende Thameslink 2000, worden uitgesteld.

Deze aanpak is uit financiële nood geboren. De herstructureringskosten van het netwerk rijzen de pan uit door de bijkomende eisen die zijn opgelegd na het ongeluk bij Hatfield. Het geavanceerde waarschuwingssysteem waarmee de treinen moeten worden uitgerust is bijvoorbeeld niet goedkoop. Toch houden de door de overheid ter beschikking gestelde fondsen geen gelijke tred. Het tekort – dat meer dan 30 miljard pond sterling bedraagt en groeit – moet door de privésector opgebracht worden. De strategie van de regering – voorzover je die zo kunt noemen – lijkt erop neer te komen de spoorwegen zo drastisch te verbeteren dat de bedrijfstak binnen tien jaar een magneet voor privé-kapitaal zal worden, waardoor de uitgestelde langetermijnprojecten alsnog verwezenlijkt kunnen worden. Dat is een prijzenswaardige doelstelling. Misschien zou het een goede eerste stap zijn om Railtrack weer los te koppelen van de overheid.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld