Britse lessen

Het is altijd nuttig te leren van buitenlandse ervaringen. Geen land in Europa dat zo'n puinhoop van zijn spoorwegen heeft gemaakt als Groot-Brittannië. Peter Hain, de Britse Labour-minister van Europese zaken, spreekt in een interview in het blad The Spectator de ware woorden dat zijn land te laat is begonnen met investeren in het spoor. ,,We hadden eerder radicaler moeten zijn.'' Hij voegt er letterlijk aan toe: ,,We hebben de slechtste spoorwegen van Europa.'' Downing Street was er als de kippen bij om Hains uitlatingen te ontkrachten, maar wat deed de bewindsman meer dan zeggen wat miljoenen reizigers in Engeland al jaren weten – namelijk dat de treinen niet op tijd rijden, smerig en kapot zijn en dat het spoorwegnet verouderd en onveilig is.

De staatsman Tony Blair, internationaal gerespecteerd, heeft thuis een aantal lastige problemen waarop een morrend electoraat hem in steeds luidere bewoordingen aanspreekt. De moeilijkheden betreffen voornamelijk het door bezuinigingen en mislukte privatiseringen geteisterde publieke domein: het onderwijs, de gezondheidszorg, de openbare orde en het openbaar vervoer. Het Verenigd Koninkrijk houdt landen als Nederland een spiegel voor. Ongetwijfeld is het hier allemaal heel anders dan daar – en toch zijn er overeenkomsten en kan er dus lering worden getrokken uit Britse mislukkingen met een universeel karakter.

Gisteren presenteerde de regering een plan dat van de Britse spoorwegen in tien jaar tijd weer een onderneming moet maken ,,om trots op te zijn''. De prijs: meer dan 56,5 miljard pond (91,6 miljard euro). Het bedrag is niet geheel nieuw; het pakket aan maatregelen ook niet. De vraag is vooral: hoe hoog zijn de tekorten de komende jaren, hoe groot is het investeringsgat? Naar schatting bedraagt dat minimaal 30 miljard pond. De privé-sector zou het moeten dichten, maar financiers in de Londense City staan bepaald niet te trappelen om hun geld in het openbaar vervoer te steken. De risico's zijn te groot; het verwachte rendement te laag.

Het heeft er alle schijn van dat Blairs miljarden voor het spoor niet voldoende zullen zijn noch voor leniging van de nood op korte termijn, noch voor de vrome wens om ooit weer een trots railbedrijf te hebben. Ook dit keer is de keuze te weinig radicaal. Hains woorden kunnen over tien jaar worden herhaald. Dat is meteen de les voor Nederland: de spoorwegen zijn er niet met een investering hier en een opknapbeurt daar. Er moet blijvend veel geld in worden geïnvesteerd, allereerst om een jarenlange achterstand in te lopen. Zo niet, dan blijft het ,,gevecht voor de toekomst van de openbare diensten'' (Blair) hangen in holle verkiezingsretoriek. Dat geldt voor Engeland zo goed als voor Nederland.