Wagemans laat de engelen ruziën over Gods schepping

In de opera Reconstructie (1969), een gezamenlijk werkstuk van vijf leerlingen van Kees van Baaren, droeg Louis Andriessen bij met een mini-operaatje in Mozartstijl. Daaraan herinnerde een opera piccolo Paradise lost in Het Vde boek (2000-2001) voor kamerensemble naar het bijbelboek Deutronomium van Peter-Jan Wagemans (1952). Aan hem was zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw een componistenportret gewijd. Eerst klonk in de Kleine Zaal het bijbelboek, in gecoupeerde vorm vanwege de tijdsduur – de volledige versie werd zondag in Rotterdam uitgevoerd. Vervolgens klonk zaterdag in de Grote Zaal het eveneens nieuwe Eden's Gardener (2001) voor piano en orkest, in opzet Mozartiaans diverterend en vlinderlicht.

Opmerkelijk in Het Vde boek is de kaleidoscopische vorm in zeven delen. Reconstructie telde er naar de letters van het alfabet 26. Een tijdlang componeerde Wagemans voor groot orkest in een complexe kathedrale avant-gardestijl op zoek naar een hallucinatoir geluid, terwijl hij zich ontspande in zijn kamermuziek. De laatste tijd verwaterde dat verschil. Het concert heeft een lichte toets, zeker in een charmant semplice, waarin altfluit, vibrafoon en harp zich bij de pianopartij voegen. Poulenc had zich daavoor niet hoeven schamen.

Wel werden in de delen 2 en 4 apocalyptische klankzuilen opgericht die aan de vroegere orkestwerken herinneren. Maar al spoedig neemt de piano de leiding over in steeds verder dalende cadens-loopjes, watervallen aan geluid, tintelend uiteenspattend. De delen 3 en 7 herinneren in de klaterende akkoorden aan Stravinsky's Danse Russe uit Petroesjka, al is Messiaen ook nooit ver weg. Jammer dat de piano in de discant akelig ontstemde, want verder viel er met een trefzekere Tomoko Mukaiyama en een alert Radio Kamerorkest niets op aan te merken.

Van een achteloos karakter is in het bijbelboek geen sprake. Wagemans streefde naar een hoogst diverse verzameling van vormen, zoals in Bachs Musicalisches Opfer. Er was zelfs een quasi-authentieke barokklank in viool en twee hoge celli, bassethoorn en Bach-trompet, tegenover een `modern' ensemble van piano en slagwerk.

Door twee in witte gewaden gestoken engelen wordt de schepping becommentarieerd. De strenge sopraan Djoke Winkler Prins en de vragen stellende mezzo Gerrie de Vries, uitstekend op elkaar ingespeeld, zijn het er in ieder geval over eens dat de musicus de ultieme schepping vertegenwoordigt. En dat levert een intrigerende Kammersymphonie op, compleet in vier delen. Opmerkelijk is hier de uitdijende opbouw en de interferentietechniek, opgeroepen door ongelijksoortig samenspel in een breed uitwaaierende klank.

Vervolgens ontstaat een ruzie tussen de engelen. De vicieuze cirkel van angst, haat en geweld: dat kan toch niet Gods bedoeling zijn geweest? Hoe dient men deze te doorbreken? Voorlopig door te bidden in een melancholieke Missa Brevis, waarin het Agnus Dei de tranen rijkelijk laat vloeien. Tenslotte ironiseert een tekst van Céline (de overige teksten zijn Mulisch en van de componist zelf) elke vorm van zwaarwichtigheid, als een soort van apotheose van de baldadigheid.

Het kaleidoscopisch karakter garandeert afwisseling. Wat vooral bijblijft is de melancholieke klarinet in de symfonie, naast vooral een bijtend snijdende klank, zoals in de gebeitelde klokken in de afwijkend gestemde vibrafoons en de pinnige pianopartij als van een panisch geworden Messiaen, alles en iedereen opjuttend. Verder uitgewerkt had het bijbelboek het ultieme pianoconcert kunnen en misschien moeten opleveren.

Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös. Wagemans: Eden's Gardener. Gehoord 12/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 15/1 21.35 uur.

Doelenensemble o.l.v. Jurjen Hempel. Wagemans: Het Vde boek. Gehoord 13/1 De Doelen Rotterdam. Radio 4: 15/1 20.02 uur.