Timman verrast Van Wely met variant uit oude doos

Bij afwezigheid van de grote drie van de schaakwereld Kasparov, Kramnik en Anand kan iedere deelnemer aan het Corustoernooi in Wijk aan Zee lichte hoop koesteren om het te winnen. De laatste keer dat het toernooi door een Nederlander werd gewonnen was in 1985. Toen was het Jan Timman en nu zou de hoop van de Nederlandse schaakgemeente eerder gevestigd zijn op Loek van Wely, die van de Nederlanders de felste, de energiekste en met afstand de hoogst geplaatste op de wereldranglijst is.

Maar al vaak was Wijk aan Zee een ongelukstoernooi voor Van Wely en dit jaar lijkt het weer de zelfde kant op te gaan, want hij begon met nul uit twee. Zaterdag verloor hij met zwart van de Hongaar Peter Leko en gisteren werd hij met wit spectaculair verslagen door Jan Timman.

Het was wel handig van Timman dat hij een openingsvariant speelde die bijna uit de praktijk verdwenen is en die hij zelf introduceerde in 1980. Van Wely was toen acht jaar oud en nog niet gewend om de nieuwtjes van de openingstheorie zo nauwgezet te volgen als nu.

Het was een variant van de Benoni waarin zwart een stukoffer brengt dat levensgevaarlijk voor wit is. Kasparov deed het Timman in 1982 nog eens na, met groot succes, maar korte tijd later werd aangetoond dat de hele onderneming toch buitengewoon dubieus voor zwart is.

Wat in 1982 algemeen bekend was, was nu voor Van Wely geheel nieuw. Hij gebruikte veel bedenktijd, maar kwam binnen een paar zetten verloren te staan. Dat besefte hij heel goed en misschien kwam het daardoor dat hij de kans die hij even later kreeg niet greep. Timman had twee fouten achter elkaar gemaakt, waardoor Van Wely weer een gelijke stelling had kunnen bereiken, maar die had het hoofd al in de schoot geworpen en zag het niet. Timman kon de partij uitmaken met een aardige matcombinatie.

Van Wely gaf de partij precies één zet voor het mat op. Over het algemeen geeft men de tegenstander in zo'n geval ridderlijk de gelegenheid om de matzet uit te voeren, maar Van Wely had een speciale reden om dat nu niet te doen.

Hij speelt mee in de interne toto van het toernooi en een van de vragen die daar werden gesteld, was hoeveel keer iemand zich mat of pat zou laten zetten. Nul keer, had Van Wely op zijn formulier geschreven. Als hij nu zichzelf mat had laten zetten had hij bij zijn nederlagen niet eens meer de troost gehad dat hij misschien de hoofdprijs in de toto zou kunnen winnen.

,,Geen partij voor de eeuwigheid'', merkte Timman na afloop op met een bescheidenheid die terecht was, want de goede zetten die hij had gedaan kende hij twintig jaar geleden al. Een klein gelukje aan het begin van een toernooi kan een schaker vleugels geven, nog meer dan een geweldige krachtprestatie.

De favorieten in dit toernooi zijn de Engelsman Michael Adams en de Rus Alexander Morozevitsj, die samen de vierde plaats op de wereldranglijst delen. Het zijn twee tegenpolen. Morozevitsj doet altijd iets bijzonders en bij Adams ziet alles er altijd juist heel gewoon uit, alsof iedere geschoolde schaker het zo zou kunnen als hij het hoofd maar koel hield.

Dat is gezichtsbedrog natuurlijk. De bedaarde slag waarmee hij gisteren van het jonge Russische talent Alexander Grisjtsjoek won, was heel typerend voor Adams. Op rechtlijnige manier bereikte hij voordeel op de damevleugel, waarna Grisjtsjoek wel gedwongen was om met een stukoffer de koning van Adams te lijf te gaan. De dag daarvoor had Grisjtsjoek tegen Kasimdzjanov laten zien hoe gevaarlijk hij in de koningsaanval kan zijn, maar tegen de onverstoorbare Adams kwam er niets van terecht.

Wit Van Wely-zwart Timman

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 e7-e6 3. g2-g3 c7-c5 4. d4-d5 e6xd5 5. c4xd5 d7-d6 6. Pb1-c3 g7-g6 7. Lf1-g2 Lf8-g7 8. Pg1-f3 0-0 9. 0-0 a7-a6 10. a2-a4 Tf8-e8 11. Pf3-d2 Pb8-d7 12. h2-h3 Ta8-b8 13. Pd2-c4 Pd7-e5 14. Pc4-a3 Pf6-h5 15. e2-e4 Te8-f8 Een diepzinnige zet, voor het eerst gespeeld in Scheeren-Timman, NK 1980 16. Kg1-h2 f7-f5 17. f2-f4 b7-b5 18. a4xb5 a6xb5 19. f4xe5 Het laatste woord van de theorie is 19. Paxb5 fxe4 en nu niet 20. Lxe4 (Kortchnoi-Kasparov, Luzern 1982) maar 20. Pa7! (Alburt-H. Olafsson, Reykjavik 1982) 19...Ph5xg3 Al twintig jaar is bekend dat dit goed voor zwart is. 20. Tf1-f3 Lg7xe5 21. Pa3xb5 Dd8-h4 22. e4xf5 Lc8xf5 Sterker 22...Pxf5+ met beslissende aanval. 23. Ta1-a4 Lf5-e4 En hier was 23...c4 beter.

Want nu zou wit na 24. Pxe4 Pxe4+ 25. Kg1 Txf3 26. Dxf3 De1+ 27. Df1 Dg3 28. Txe4 Dh2+ 29. Kf2 Tf8+ 30. Ke2 Txf1 31. Kxf1 niet slechter staan. 24. Tf3xf8+ Tb8xf8 25. Kh2-g1 Pg3-e2+ 26. Dd1xe2 Dh4-g3 Nu is mat onvermijdelijk. 27. Lc1-f4 Dg3xf4 28. Lg2xe4 Df4-g3+ 29. Kg1-h1 Tf8-f1+ Wit gaf op.