Sara Wookey is maar bij vlagen intrigerend

Lang duurt het, heel lang voordat het viertal in beweging komt. Met de ruggen staan ze naar het publiek en turen naar een monitor waarop vaag een grijze massa te onderscheiden valt. Toch moet er iets belangwekkends te zien zijn, want de vier rekken de halzen uit, gaan op de voorvoeten staan, maken zich lang en proberen via schouderduwtjes vooraan te komen staan. Langzaam ontspint zich uit dit minimale bewegingsspel een dansant kwartet. De twee mannen en twee vrouwen komen los van de plek en dansen in lange, achtvormige lussen langs en om elkaar heen; schouders glijden langs ruggen, handen pakken elkaar kortstondig beet. Zoals in een hoofse dans zou je zeggen, als het niet zo was dat de vier elkaar niet recht aankijken. Dat nu geeft een vervreemdend effect aan dit rituele groepsspel, dat eerder gebrek aan sociaal contact tussen mensen suggereert dan verbondenheid.

De opening in Fields on the 4th Floor intrigeert. Bij vlagen intrigeert vervolgens de manier waarop de Amerikaanse choreografe Sara Wookey het thema verlangen uitwerkt. Als solide basis dient de speelvloer, een roomwit hoogpolig tapijt dat het decor het aanzien van een huiskamer geeft. De spelers bezitten elk een kwart van de vloer en bewaken dat eigen territorium als waakhonden. Juist de bewegingsacties rond of langs die vier vlakken leveren choreografisch de boeiendste delen op. Maar de solo's, waarin ze de innerlijke drijfveren of het karakter van hun personage mede via tekst belichten, zijn minder overtuigend. Jakob Nissen is wel leuk in zijn rol van narcistische macho, en Hillary Blake Firestone kan ook goed de intrigante spelen die zich letterlijk tussen de anderen dringt. Maar een geforceerde indruk maakt Marc Haverkort, die de romanticus uithangt door rond te zeulen met een spelende pick-up waaruit vervormd een melancholieke song over eenzaamheid klinkt. En de scène waarbij Wookey's ontboezemingen hortend en stotend aan haar keel ontsnappen omdat de tegenspeelster telkens heftig tegen haar borstkas drukt, is domweg een schooloefening uit de improvisatieles.

Het aardigst in Fields on the 4th Floor is het gebruik van contrasten. Bijvoorbeeld als een paar sensueel en met ronde bewegingen elkaar liefkoost, en het andere paar elkaar tegelijkertijd erg stram en hoekig benadert. Dramatisch is de voorstelling niet. Daarvoor is de symboliek ook te conceptueel van aard en bijgevolg nogal ontoegankelijk. De geluidscompositie bestaat uit een vage klankenbrij. Die is wellicht functioneel, maar tevens doodsaai.

En vaak werken de teksten eerder storend dan verrijkend. Een vergelijking met de Japanse dichtvorm haiku, waarop de voorstelling gebaseerd zou zijn, gaat al helemaal niet op. Kort is dit werk wel, maar amper diepgravend, en van een puntige verrassende wending aan het slot is geen sprake. Wel is de lichte toets in dit verder coherent opgebouwde werk aangenaam tintelend, en dat is toch wat na afloop beklijft.

Voorstelling: Fields on the 4th Floor. Choreografie: Sara Wookey. Gezien: 11 januari in Korzo Theater, Den Haag. Toernee: t/m 26/2. Inl.: (020) 689 17 89 of www.euronet.nl/-dwa