Pletnev onbewogen en erg eigenzinnig

Hij dirigeert, componeert en arrangeert, maar daarnaast is en blijft Mikhail Pletnev een meesterpianist van het robuust-Russische, zéér onverstoorbare type. In de serie `Meesterpianisten' van impresario Riaskoff debuteerde hij in 1993 als invaller voor Murray Perahia. Hij keerde meermalen terug voor unaniem zeer positief ontvangen recitals, en was gisteravond te gast voor een kort, virtuoos en letterlijk schilder- en sprookjesachtig programma.

Het is tekenend voor Pletnevs artistiek profiel dat hij niet alleen uitvoerend, maar ook scheppend musicus is. Zijn mede-meesterpianist Maurizio Pollini legde deze maand in deze krant uit dat zijns inziens élk goede uitvoerend musicus over een creatief brein dient te bezitten. Maar voor Pletnev gaat die waarheid een streepje verder.

Een van de eerste bewerkingen waarmee hij bekendheid verwierf was een zeer virtuoze pianotranscriptie van Tsjaikovski's balletmuziek De schone slaapster. Pletnev legde het werk een aantal jaren terug vast op cd in combinatie met Moessorgski's Schilderijen van een tentoonstelling (Virgin, 59611). Na korte tijd uitgeschakeld te zijn geweest door een handblessure, maakte Pletnev gisteravond in het Concertgebouw zijn rentree met juist dit technisch zware programma, waarin zijn stevige toucher niets aan trefzekerheid bleek te hebben ingeboet.

Uiterlijkheden op en rondom het concertpodium zijn Mikhail Pletnev wezensvreemd. Spelen is spelen, zijn ovaties neemt hij lichtelijk vermoeid en met beide handen berustend ten dank wuivend in ontvangst. Maar zo onbewogen als Pletnev oogt en speelt, zo veelbewogen zijn steevast zijn zeer eigenzinnige interpretaties. Noot voor noot wordt op eigen waarde geschat, en met een bedrieglijke terloopsheid geordend in het grote geheel. De dansende en stampende sprookjesfiguren in zijn Doornroosje-transcriptie hielden daardoor ook wie de sprookjesleeftijd ontgroeid behoort te zijn, opgewonden bij de les.

Met de trefzekerheid van zijn wendbare, zeer rubato gespeelde impressies, wekte Pletnev de indruk dat Moessorgski's Schilderijen van een tentoonstelling er nooit anders bij hingen. Maar in de `catacombae' was het zelden zó duister, en ook de kuikensnavels pikken doorgaans minder fel. Pletnev brengt zijn excentrieke visies echter met de overtuigingskracht van de analyticus en de verteller in één persoon verenigd, en daarin schuilt zijn grote kracht.

De essentie van dat meesterpianistschap kwam nog het duidelijkst naar voren in zijn ene toegift – het programmatische genrestukje Speeldoos van Anatol Konstantinovitsj Ljadov, dat na afloop alleen door Youp van 't Hek moeiteloos bleek te zijn herkend. Ratelend liet Pletnev het speeldoosje lopen, dissonanter in de samenklanken naarmate de rek uit het opwindmechaniek wegebte. Dat achter zo'n realistisch klinkend kunststukje een complex web van muzikale lijnen schuilgaat is het geheim dat Pletnev als zeer weinigen verborgen weet te houden.

Concert: Mikhail Pletnev (piano). Gehoord: 13/12 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 28/1 13.30 uur.