Niet waakzaam genoeg

Het is nog maar nauwelijks twee maanden geleden dat minister Korthals (Justitie) in de Tweede Kamer voldaan terugblikte op zijn jaren op het departement. De ambities waarmee hij in 1998 als minister was begonnen waren meer dan waargemaakt, stelde Korthals tijdens zijn laatste begrotingsbehandeling als minister van het tweede kabinet-Kok. Hij wilde rust aan het front, minder incidenten en herstel van het vertrouwen in Justitie. Dat was volgens hem gelukt.

Het is zeer de vraag of Korthals een dergelijk ronkend verhaal ook nu nog zou willen houden. Na wederom een week van `justitiestorm', waarin incidenten de boventoon voerden en het vertrouwen in Justitie bij de publieke opinie zonder meer zal zijn afgenomen, mag Korthals dan wel beteuterd vaststellen dat niemand oog heeft voor zijn successen, maar een doorgewinterd politicus als hij weet dat het vooral de missers zijn die het politieke oordeel over een minister inkleuren. En wat dat betreft ziet het er somber voor de bewindsman uit.

De treurig stemmende gang van zaken van de afgelopen week, over de lakse aanpak van drugskoeriers op Schiphol, heeft duidelijk gemaakt dat ook deze minister maar in zeer beperkte mate greep heeft op zijn departement. Wat het er voor hem niet beter op maakt is dat hij met de informatievoorziening aan de Tweede Kamer uitermate slordig is omgesprongen. En dat terwijl Korthals door de vele eerdere ervaringen had kunnen weten hoe gespitst de Tweede Kamer is op volledige en tijdige informatie.

Minister Korthals weet keer op keer de indruk te wekken door de ontwikkelingen te worden overvallen. Ten dele is dat onvermijdelijk. De georganiseerde misdaad laat zich nu eenmaal moeilijk vangen in meerjarige prognoses, waaraan vooral Nederlandse beleidsmakers zo verslaafd zijn. Maar het andere uiterste is dat elke nieuwe ontwikkeling – zoals het verleggen van de drugsinvoerlijnen – als een totale verrassing wordt beschouwd.

Wat dit betreft past het verwijt overigens niet alleen minister Korthals, maar ook minister-president Kok. Afgelopen vrijdag op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad sprak Kok weer vele bezorgde woorden. De verhalen over drugssmokkelaars die werden vrijgelaten waren `echt heel vervelend' en `tasten het vertrouwen van de burgers aan'.

Maar, zo beloofde hij, de overheid zou niet op zijn handen blijven zitten, maar handelend optreden. Toch is dat is nu juist het probleem bij Justitie. Stelselmatig wordt handelend optreden beloofd, maar wat achteraf telkens schoorvoetend wordt gemeld is het falen daarvan.

In het kader van de `harde aanpak' zal opnieuw de aandacht worden gericht op de Nederlandse Antillen, zo maakte zowel Kok als Korthals het afgelopen weekeinde duidelijk. De laatste maakte zelfs melding van het afreizen van twee justitie-ambtenaren naar de Antillen. Beter had de minister zijn onmacht niet kunnen illustreren. Terwijl de cokesmokkelaars soms bij tientallen tegelijk vanuit de Antillen op de luchthaven Schiphol landen, stelt Nederland een daad door twee ambtenaren naar Willemstad te sturen om de zaken met de autoriteiten aldaar op te nemen. Alsof er niet al een hele voorgeschiedenis ligt tussen de Antillen en Nederland als het gaat om niet nagekomen beloften van het tropisch buitengewest.

De regering is waakzaam, zo luidt de sussende boodschap uit Den Haag. En dat is nu juist het probleem. Waakzaamheid is niet voldoende. Een minister dreigt te falen; van belang is een ministerie van Justitie dat op orde is en adequaat kan reageren op ontwikkelingen. De twijfel daaraan maakt dat het komende debat over meer gaat dan bolletjes `coke'.