Nederland dwarsboomt Polen

Bij de onderhandelingen over de toetreding van Polen tot de Europese Unie is tussen Nederland en Polen een hooglopend meningsverschil ontstaan over de termijn waarbinnen Nederlandse boeren landbouwbedrijven in Polen mogen overnemen en exploiteren.

Polen wil dergelijke overnames, wat betreft de westelijke provincies, voor de eerste zeven jaar na de toetreding verbieden. Nederland meent dat een termijn van drie jaar aanvaardbaar is, dezelfde termijn als is overeengekomen in de onderhandelingen met Hongarije, Tsjechië en Slowakije. Het laatste Poolse bod – zeven jaar voor de westelijke en drie jaar in de oostelijke provincies – werd kort voor Kerstmis gedaan en zal binnenkort op ambtelijk niveau in Brussel worden besproken, aldus een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Aanvankelijk wilde Polen de termijn op twaalf jaar stellen.

Volgens ingewijden wordt de Poolse onwil Nederland in deze materie tegemoet te komen mede veroorzaakt door ergernis over het Nederlandse streven te komen tot afbouw van landbouwsubsidies binnen de EU in het algemeen. Die subsidies vormen voor de grote Poolse Boerenpartij (PSL), die in de regering zit, nu juist de voornaamste attractie van het EU-lidmaatschap.

Onder Nederlandse boeren bestaat brede belangstelling voor verplaatsing van bedrijven naar Polen. Nederland vindt dat Polen buitenlandse investeringen in de landbouw zou moeten appreciëren, maar protectie van de kleinschalige boerenstand heeft een lange traditie in Polen. Nederland wil de Polen protectie gunnen tegen grondspeculatie.