Irak-beleid VS baart Turkije grote zorgen

De Turkse premier Ecevit bezoekt Washington, en een van zijn onderwerpen is Irak. Turkije maakt zich grote zorgen over de Amerikaanse plannen met dat land.

Hoe moet het verder met Irak? Dat is de vraag die Turkije steeds meer bezighoudt. Nu de strijd in Afghanistan min of meer afgesloten is, is actie tegen Irak een van de opties van de Amerikaanse regering in haar strijd tegen terreur. En daar maakt Ankara zich zorgen over. Als het tot een oorlog tegen Saddam zou komen, zou dat de regio duurzaam destabiliseren en in meer kosten resulteren dan in baten, vreest Turkije.

Vandaag begint premier Ecevit een bezoek aan Washington. Hij zal daar ook over de kwestie-Irak van gedachten wisselen. Zeker zal Ecevit proberen om het grote debat over Irak tussen haviken (die Saddam van de kaart willen bombarderen) en het liberalere kamp (dat meer gelooft in strafmaatregelen en sancties) in de richting van het laatste te beïnvloeden.

Turkije heeft uiterst slechte herinneringen aan de laatste keer dat de VS de strijd aanbonden met Saddam. Aan de Turkse grens dromden toen immers duizenden Koerdische vluchtelingen samen die de harde hand van de Iraakse president vreesden. Onder druk van het Westen ontstond er – om deze mensen te redden – een Koerdische enclave in Noord-Irak. Deze werd echter onmiddellijk gebruikt door de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan om van daaruit operaties binnen Turkije te ondernemen. Met name het Turkse leger weet nog heel goed dat de donkerste dagen van de strijd tegen de PKK plaatshadden na de Golfoorlog.

Het was dan ook het Turkse leger dat de afgelopen tijd zeer ervoor pleitte om de `territoriale integriteit' van Irak te behouden. Opsplitsing van Irak zou immers vrijwel zeker tot een aparte Koerdische staat in het noorden leiden, en dat wil het leger tot elke prijs voorkomen omdat dat ook Turkije zou destabiliseren. Öcalan mag dan in een Turkse cel zitten en de PKK is zo goed als verslagen, maar dat neemt niet weg dat veel Koerden in Turkije nog zeer ontevreden zijn over hun leven in de Turkse Republiek. Een onafhankelijk `Koerdistan' aan de zuidgrens zou die ontevredenheid alleen maar aanwakkeren.

De Koerdische kwestie is niet de enige reden waarom veel Turken met bitterheid aan de Golfoorlog terugdenken. Toen de VS Turkije vroegen deel te nemen aan de coalitie tegen Irak, werd Ankara veel geld in het vooruitzicht gesteld. Daar is, zo vindt de Turkse regering, uiteindelijk bitter weinig van aan Ankara overgemaakt. En dat terwijl Turkije toch een grote schadepost aan het embargo heeft gekregen: volgens officiële schattingen is Turkije zo'n 60 miljard dollar door het embargo aan inkomsten misgelopen. Ook aan een nieuwe oorlog tegen Saddam (waarbij de Amerikanen ongetwijfeld van Turkse bases gebruik zouden willen maken) zit ongetwijfeld weer een fiks prijskaartje, zo vreest Ankara.

Ongelegener dan nu zou een nieuwe oorlog nauwelijks kunnen komen. Turkije is immers in de greep van een economische crisis en onderneemt alle mogelijke stappen om uit het moeras te komen. Zo probeert Ankara de economische banden met Irak weer wat aan te halen. Enige tijd geleden werd daarom besloten om de spoorlijn tussen Turkije en Bagdad weer open te stellen, en een Turkse maatschappij gaat in Iraakse grond boren naar olie. Deze economische renaissance zou wreed worden afgebroken als een nieuwe campagne tegen Saddam van start zou gaan.

Zuur voor de Turken is het dat het uiteindelijk de Amerikanen zullen zijn die besluiten hoe het verder moet met Irak, ongeacht de consequenties van welk besluit dan ook voor Turkije. Gezien de treurige staat van de Turkse economie en de vooralsnog niet aflatende behoefte aan leningen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) kan Turkije het zich zelfs niet permitteren al te veel afstand te nemen van de lijn van Washington. Hoezeer Turkije bij de VS wil aansluiten, bleek uit de subtiele verandering die het standpunt van premier Ecevit heeft ondergaan. Ecevit, die na de Golfoorlog al vrij snel weer bij de president van Irak op bezoek ging en alleszins oog had voor de misère die de sancties in Irak zouden veroorzaken, nam onlangs flink afstand van de Iraakse leider. Persoonlijk hechtte hij niet zo aan Saddam, zo liet hij weten, maar het was aan het Iraakse volk om te bepalen of de president moest blijven of niet. Aan het Iraakse volk – maar zeker ook aan de regering van de VS. En, als het aan Ankara ligt – ook een beetje aan Turkije.