Het `veiligste' gebied van Colombia

Drie jaar lang had de linkse guerrillabeweging FARC de alleenheerschappij over een gebied zo groot als Zwitserland. Het gold als een eerste thuis voor de `revolutionairen'. Daar is nu een einde aan gekomen.

,,Dood'', zei de oude boer. Met zijn duim maakte hij een gebaar van het afsnijden van zijn keel. ,,Natuurlijk worden we allemaal door de paramilitairen vermoord als de FARC hier weggaat.'' Hij keek even naar de mooie guerrillera op haar kaplaarzen. Hoe zijn kleinzoon met haar geweer speelde, terwijl de strijdster zijn kleindochter nieuwe vlechtjes indraaide. Berustend haalde hij zijn schouders op. ,,De paramilitairen kómen. Of het over een maand is of over een jaar. En dan zijn we dood.''

Dat zei de oude boer meer dan een jaar geleden. Nu is het dus zover. Vóór half tien vanavond moet de linkse guerrilla het gebied verlaten, dat ze drie jaar geleden van president Pastrana in `bruikleen' kregen. Een gebied zonder leger of politie, rechters of openbaar aanklagers. Alleen de guerrilla. Zodat de FARC er veilig vredesonderhandelingen kon voeren. Opdat er een einde zou komen aan de al veertig jaar durende burgeroorlog.

Maar de vrede is mislukt. De FARC moet zich terugtrekken uit de dorpen en stadjes waar ze drie jaar lang hun eigen `Farcolandia' vestigden. Rechtsprekend, ijsjes etend, en internettend leefden ze er drie jaar lang met de bevolking samen. Nu trekt de guerrilla zich weer terug naar de bossen.

Het zwaarbewapende leger heeft het gebied omsingeld. En de bevolking blijft onbeschermd achter. Wachtend op de `koppensnellers' van de rechtse paramilitaire doodseskaders die in het vaarwater van het leger mee zullen komen. ,,Dit is het veiligste gebied van heel Colombia'', zei de burgemeester van San Vicente vorig jaar nog. Het boerendorp was de `hoofdstad' van de gedemilitariseerde zone. Pruttelende vrachtwagentjes, boerenkarren en stoere meiden op brommers maakten het stadje tot een helse kermis. ,,En weet u waarom'', vroeg de burgemeester grinnikend. ,,Omdat hier maar één gewapende partij aan de macht is.'' Daardoor vielen er al drie jaar geen oorlogsdoden meer. En ook de openbare orde was voor het eerst `om te zoenen', zei hij.

,,Het zal wel niet volgens de regels zijn wat ze doen. Maar het wérkt wel.'' Door de open deur van zijn woonkamer keken we naar de stoffige hoofdstraat. Daar kwam de met stokken bewapende `volksmilitie' voorbij. Geflankeerd door een paar vrouwelijke guerrillera's in uniform. Ze droegen hun lippenstift en machinegeweren met evenveel charme.

,,Ik zeg niet dat we het met de guerrilla eens zijn. Ook niet dat we niet bang voor ze zijn. Maar de verhouding is wel verbeterd. Om de simpele reden dat het hier geen oorlog meer is.'' Daarom vond hij zijn gebied een `ongelofelijk laboratorium' en `de enige oplossing': ,,We kunnen hier van gedachten wisselen zonder doodgeschoten te worden.''

In januari 1999 was ik de burgemeester voor het eerst tegengekomen. Op het pleintje voor zijn vervallen gemeentehuis had net de plechtigheid van de overdracht aan de FARC plaatsgevonden. Als een in de steek gelaten bruidje had president Pastrana daar zitten wachten op de baas van de FARC. Maar Manuel Marulanda, bijgenaamd Tirofijo of Altijd-raak en zijn strijders waren `om veiligheidsredenen' niet op komen dagen. Nu, een week later, zwermde de stad van de guerrillero's

Een beetje beteuterd zat de burgemeester in een hoek van de raadszaal. Middenin zat een guerrillastrijdster `recht' te spreken. Voor haar een leeg bureau en een lange rij wachtenden. De mensen kwamen met burenruzies, geschillen over land, en de verkoopprijs van een koe. Zelfs overspel bleek de strijdster als terrein van haar `revolutionaire' rechtspraak te beschouwen. Leuk vond de burgemeester het niet. ,,Maar dit is wel een stuk efficiënter dan alle officiële rechtspraak die er ooit is geweest'', zei hij hoofdschuddend. Voordien wás die er eenvoudig niet. En áls hij er was, dan was hij corrupt. ,,De mensen hier losten hun geschillen schietend op.''

Twee jaar later was niet alleen de burgemeester, maar ook de guerrilla een stuk losser in de omgang. Politiek stelt de FARC `geen fluit' voor, zei de burgemeester terwijl hij op zijn motorfiets stapte die in de woonkamer staat geparkeerd. ,,Zo goed georganiseerd als ze op militair gebied zijn, zo hopeloos zijn ze met politiek'', zei hij en trapte de motor aan. ,,En toch'', zei de burgemeester, voor hij over de drempel reed: ,,Als deze vervloekte oorlog werkelijk met wapens op te lossen was, dan was hij veertig jaar geleden al opgelost. Politieke akkoorden. Dát hebben we nodig!''

Even verderop, aan het plein, lag nu open en bloot het FARC-kantoor. Er hingen wat commandanten en een paar `solidaire buitenlanders' rond. Later zouden die buitenlanders ook IRA en ETA-leden blijken te zijn. Maar wat echt het meest opviel: hier, in San Vicente had de guerrilla voor het eerst een thuis. Leunend op zijn kalasjnikov keek een piepjong guerrillastrijdertje naar een spannende oorlogsfilm op tv. ,,Nee, dat hebben we niet in de jungle'', zei hij glimlachend. Hier kon de guerrilla eens gewoon naar de kroeg. Hier aten ze hamburgers en haalden hun laatste hotmails op. In het internetcafé zag het elke dag groen van de uniformen. Geweren en machetes tegen de muur, terwijl de compañeros geconcentreerd de muisknop bedienden.

,,Het gebied is verworden tot een opleidings-, recruterings- en uitrustcentrum voor de FARC'', zei een geïrriteerde Pastrana afgelopen woensdag toen hij het vredesproces dood verklaarde. Hij had gelijk.

Op nog geen uur rijden van San Vicente lag het `onderhandelingskamp' Los Pozos. Tussen de barakken liep je er woordvoerder Simon Trinidad tegen het lijf, of de machtige commandant Raúl Reyes. Bij een blikje cola in de bar babbelden ze vrolijk over de `doelstellingen van de revolutie' of `weigerachtigheid van de imperialistische staat'. Even verderop badderden mannelijke en vrouwelijke guerrillero's samen in de rivier. Ze spetterden elkaar nat in een ontspannen sfeer van versieren.,,Het is cool'', verklaarde een meisje van 17 uit San Vicente dat zich net had aangesloten bij de guerrilla. Ze genoot zichtbaar van haar nieuwe uniform en haar geweer.

Dat is nu allemaal weg. En de angst is terug. Zoals steeds in Colombia zit de bevolking met de brokken. ,,Eerst dringt u ons ongevraagd een samenwonen met de guerrilla op'', schreef de burgemeester van San Vicente gisteren aan president Pastrana. ,,Nu staan we alleen. De guerrilla weet hoe ze zich moet verstoppen. Het leger weet hoe het moet aanvallen. Maar wie vertelt ons wat wíj moeten doen?''