Gezellig avondje uit ontaardt in dronken gelal

Zo nu en dan springt er een criticus op die roept dat het toneel te experimenteel is geworden, waardoor het de aansluiting met het grote publiek mist. Er zou behoefte zijn aan meer traditionele uitvoeringen, realistisch aangekleed, duidelijk verteld. Net als vroeger. Aan dit populistische standpunt kleven wel wat problemen: naar welke traditie moeten we terug? Moeten we ook terug naar het veel lagere tempo, de (in onze ogen) geëxalteerde speelstijl en de strenge hiërarchie in de bezetting, met sterren en brief-opbrengers?

De liefhebbers van traditioneel toneel kunnen in ieder geval nog terecht bij het Nationale Toneel. Regisseur Antoine Uitdehaag heeft een door en door traditionele enscenering gemaakt van Verhalen uit het Wienerwald van Ödön von Horváth (1901-1938). De Oostenrijks-Hongaarse schrijver portretteert in zijn `volksstuk' het harde bestaan van een groep kleinburgers in een vooroorlogse Weense volkswijk. Marianne, dochter van speelgoedhandelaar De Toverkoning, wil uit dit grauwe leven breken en vergooit zich aan een flierefluiter. Uitstoting, bittere armoede, moreel verval en gerechtelijk vervolging zijn haar straf.

Traditioneel is dit stuk in de aankleding. In vooroorlogse kostuums spelen de acteurs tegen een decor van realistische winkelgevels. Het kamertje waarin Marianne en haar nietsnut hokken, ziet er – getuige een foto in het programmaboekje – hetzelfde uit als het kamertje in de oeruitvoering van 1931. Uitdehaag laat zijn spelers traditioneel ingeleefd spelen, ze illustreren hun tekst met veel expliciet gespeelde emoties. Alles is dui-de-lijk.

Aanvankelijk heeft dit nog wel amusementswaarde, het lijkt een gezellig avondje uit te worden. Maar na enige tijd begint de grote voorspelbaarheid danig te vervelen. Het verhaal gaat precies zoals je kan verwachten, de spelers gedragen zich ook al naar verwachting. De rollen zijn niet veel meer dan types: de botte slager, de verkrampte vader, de fanatieke nazi, de nonchalante flierefluiter. Alleen de vrouwen weten enigszins aan deze stereotypering te ontkomen. Marie-Louise Stheins trekt als de lieve, onbedorven Marianne vreselijk overdreven huilgezichten, maar weet toch iets van de tragiek van haar rol over te brengen. Henriëtte Tol geeft haar rol van de sletterige, naar liefde snakkende sigarenwinkelier zelfs meerdere kanten; sterk, wulps en kwetsbaar behoudt ze haar onafhankelijk in deze mannenwereld, waarin vrouwen geen ziel heten te hebben.

Ernstiger dan de voorspelbaarheid is dat Uitdehaag en zijn spelers de climax van het stuk – vader treft Marianne als blootdanseres in een kieteltent – verknallen. Dit schrijnende treffen wordt volkomen bedorven door de melodramatische speelstijl; onverdraaglijk dronkemansgelal, geschreeuw en gejank. Henriëtte Tol zijgt krijsend ineen op de vloer, Gees Linnebank maakt pathetische wegwerpgebaren en grijpt naar zijn hart. Marie-Louise Stheins laat haar schouders hangen en trekt maar weer eens een huilgrimas. Zo maakt Uitdehaag van Horváths rake zedenschets plat en voorspelbaar volkstoneel.

Voorstelling: Verhalen uit het Wienerwald van Ödön von Horváth door het Nationale Toneel. Regie: Antoine Uitdehaag. Gezien: 12/1 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Tournee t/m 23/3. Inl. (0900) 0191 of www.nationaletoneel.nl.