Zonde van het gras. Ga toch korfballen dames!

Nederland telt bijna 2.300 dameselftallen. Vrouwenvoetbal wordt langzaam aan steeds serieuzer genomen, met toplanden als Noorwegen en de Verenigde Staten als voorbeeld.

Voetbal is in Nederland van oudsher een mannenbolwerk, waar de humor ten koste van vrouwen ging. Toen in 1973 het eerste landskampioenschap voor vrouwenteams werd georganiseerd, reageerden de voetbalmannen sceptisch. `Zonde van het gras', luidde het vooroordeel. Slidings en tackles waren mannenwerk. Hoe kon een damesbeen de schaarbeweging van Piet Keizer nabootsen? Ga toch fietsen, of desnoods korfballen.

De emancipatiegolf van de jaren zestig en zeventig is aan de conservatieve voetbalwereld voorbijgegaan. Progressieve vrouwen hadden weinig op met de machowereld van bierbuiken en sjekkiedraaiers. Voetbalvrouwen stonden niet op het veld, maar langs de kant. Bij voorkeur geblondeerd, met een sigaret in de mond, hun echtgenoten luidkeels aanmoedigend. En na afloop deden ze bardienst.

Hoe anders was de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in de Verenigde Staten. Daar hebben de mannen nooit massaal tegen een ronde bal getrapt. Ze koesteren nog steeds een sterke voorkeur voor American football, dat ze in tegenstelling tot soccer als een sport voor stoere kerels beschouwen. Het was in de jaren zestig doodnormaal, dat meisjes gingen voetballen op scholen en universiteiten. Ze werden niet gehinderd door een cultureel erfgoed, zoals het mannenvoetbal in Nederland.

De late opkomst van het Nederlandse vrouwenvoetbal past in het (apocriefe) beeld dat de Duitse schrijver en dichter Heinrich Heine in de negentiende eeuw van ons land schetste. Vrij vertaald zou hij gezegd hebben: `Als de wereld vergaat, ga ik naar Nederland, daar gebeurt alles vijftig jaar later'. Heine heeft een beetje gelijk gekregen, al was hij wat het vrouwenvoetbal betreft aan de pessimistische kant. Twintig jaar na de opmars in Amerika, Duitsland en de Scandinavische landen zijn de Nederlandse dames aan een opmerkelijke inhaalrace bezig.

De typische mannensport is niet langer voorbehouden aan het type `ruwe bolster blanke pit'. Nederland telt momenteel bijna 2.300 vrouwenteams, bijna 70.000 geregistreerde damesleden, van wie iets meer dan de helft bij de senioren. Bij clubs waar (nog) geen vrouwenafdeling is, spelen de meisjes in gemengde teams. Dat geldt voor circa dertig procent van het aantal voetballende vrouwen. Geen enkele sportbond telt zoveel damesleden als de KNVB.

Tegenwoordig slaan vrouwelijke speelsters geen gek figuur meer op een voetbalveld. Op bestuurlijk niveau is Nederland ook bezig aan een inhaalslag. De KNVB en de sportkoepel NOC*NSF stellen geld en faciliteiten beschikbaar om Nederland aansluiting te laten krijgen met toplanden in het vrouwenvoetbal als de VS, Duitsland en olympisch kampioen Noorwegen. De Nederlandse internationals trainen, behalve in clubverband, drie keer in de week bij de KNVB in Zeist.

Toch blijft de achterstand op de Verenigde Staten aanzienlijk. Daar voetballen acht miljoen vrouwen in competitieverband. Daar waren een paar jaar geleden 80.000 toeschouwers aanwezig bij finale van het wereldkampioenschap. Een interland van Oranje telt enkele duizenden fans, mede dankzij lobbywerk van sponsors en bestuurders. Een gemiddelde competitiewedstrijd in de hoogste afdeling trekt een handjevol belangstellenden, voornamelijk vrienden en bekenden.

Sarina Wiegman is een van de pioniers van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Ze spreekt uit eigen ervaring, wanneer ze de verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten opsomt. Nadat ze met het Nederlands elftal op het WK van 1988 had gespeeld, werd ze uitgenodigd door een ploeg van de universiteit van North Carolina. ,,In Amerika geniet je aanzien als voetballende vrouw'', zei ze vorig jaar in een interview met deze krant. ,,Daar krijg je een staande ovatie, als je een restaurant binnenkomt. Ik moest wel even slikken toen ik na een jaartje in Nederland terugkeerde.''

Wiegman speelde in het seizoen 1989-'90 samen met de latere Amerikaanse internationals Kristine Lilly en Mia Hamm, die mede dankzij de olympische titel van 1996 uitgroeide tot één van Amerika's grootste sportvrouwen. Miljonair Hamm staat de laatste jaren op dezelfde billboards afgebeeld als golfer Tiger Woods en basketballer Michael Jordan. Zij is een voetbalster van de hors categorie, net als de Braziliaanse speelster Sissy.

In de schaduw van haar grote voorbeelden is Wiegman het boegbeeld van de Nederlandse voetbalvrouwen. Ze werd vorig jaar als recordinternational (104 caps) gehuldigd door oud-bondscoach Louis van Gaal. Ze is nu in verwachting van haar eerst kind en kan niet meedoen aan de kwalificatiewedstrijden voor het wereldkampioenschap. Zwanger zijn is een van de meest veelvoorkomende blessures bij het vrouwenvoetbal.

Wiegman voetbalt al 25 jaar. Sinds haar zesde, toen ze met tweelingbroer Tom begon bij de Haagse amateurvereniging ESDO. Later verhuisde ze, in dezelfde stad, naar Ter Leede. Bij het zilveren jubileum van deze topclub (voor vrouwen) werden de aanwezigen herinnerd aan een oude sfeertekening: mannen klommen vroeger op het dak van de kleedkamers om te zien of de vrouwen zich na afloop ook douchten.

In strijd met de toenmalige regels van de Haagse jeugdafdeling speelde de getalenteerde Wiegman als klein meisje in een jongenselftal. Ze droeg een jongenskapsel, om niet uit de toon te vallen. Als puber kon ze haar vrouwelijkheid niet langer verbergen. Ze ging in meisjesteams spelen en een paardenstaart dragen. Die heeft ze pas afgeknipt toen ze bekendheid kreeg. Haar jeugdidolen waren mannelijke voetballers. Ze vond Wim Kieft een mooie jongen en had van hem een poster boven haar bed hangen.

Door de groeiende populariteit van het vrouwenvoetbal hoeven Nederlandse meisjes hun haren niet meer te laten groeien, om zich net als de jonge Wiegman van mannelijke spelers te onderscheiden. Internationaal succes is de mooiste reclame voor het vrouwenvoetbal. Vorig jaar stond het Nederlandse vrouwenteam in China in de finale van de Universiade, de Olympische Spelen voor studenten. Brazilië won, maar een overtuigend bewijs voor het stijgende niveau van het Nederlandse vrouwenvoetbal was geleverd.