Waterleliehaantje

Sander Voormolen bespreekt in `Op heterdaad' (W&O, 5 januari) het sympatrisch soortmodel aan de hand van het waterleliehaantje. Dergelijke gevallen zijn reeds eerder beschreven, zoals het ontstaan van een tweede grassoort, stippelmotje en rivierzalm. In die gevallen is sprake van een genetische koppeling tussen een functionele eigenschap, bijvoorbeeld ontwikkeling van sterkere kaken en een eigenschap die reproductieve scheiding mogelijk maakt, bijvoorbeeld verschil in feromonen bij dieren of verschil in bloeitijd bij planten.

Natuurlijke selectie is een idee dat in theorie zou kunnen, omdat biologische vererving selectie mogelijk maakt. In werkelijkheid treedt echter stabiele handhavingsselectie (stabiliserende selectie) op, dat wil zeggen er is een tendens naar gemiddelden.

Het ontstaan van nieuwe soorten door natuurlijke selectie heeft men nog nooit op heterdaad kunnen betrappen. Men geeft wel eens voorbeelden van veranderingen die zijn opgetreden. Vaak zijn dat tijdelijke aanpassingen die mogelijk zijn door de grote variatie en werking van de stabiele handhavingselectie, maar uiteindelijk, bij herstel van de oorspronkelijke habitat, verschijnt de oorspronkelijke soort weer.

Binnen het kader van de stabiele handhavingsselectie is een uitsplitsing in soorten wel mogelijk. Als de ecologie een nieuwe niche aanbiedt, kan uit een bestaande soort een nieuwe soort ontstaan, mits de functionele en scheidingseigenschap gekoppeld zijn én anders zijn dan die van de moedersoort.