Uytdehaage wint schaatsthriller om olympisch ticket

De thriller van Thialf kende alleen voor Jochem Uytdehaage een goed einde. De schaatser die zondag in Erfurt Europees kampioen allround was geworden, haalde gisteren in Heerenveen zijn toetje op: het resterende startbewijs voor de 1.500 op de Olympische Spelen in Salt Lake City. Uytdehaage versloeg tijdens een zogenaamde skate-off de twee overige kandidaten voor dat ticket, Erben Wennemars en Martin Hersman. De schaatser uit de ploeg van Gerard Kemkers liet de sprinter en de miler knock-out achter.

Eind december, direct na het olympisch kwalificatietoernooi, besloot de topsportcommissie van de schaatsbond KNSB dat Uytdehaage, Hersman en Wennemars nog een keer om het hardst moesten schaatsen voordat het vierde Nederlandse startbewijs op de 1.500 meter definitief vergeven zou worden. Voor die afstand plaatsten Ids Postma, Jan Bos en Rintje Ritsma zich toen direct, omdat zij in Thialf achtereenvolgens één, twee en drie waren geworden. Uytdehaage finishte als vierde. Hij had echter geen olympische nominatie op zak, in tegenstelling tot Hersman en Wennemars die vlak achter hem eindigden. Gisteravond besliste hij de strijd in zijn voordeel, bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen.

Van de twee verliezers gaat Wennemars wel naar de Winterspelen, voor de 500 en de 1.000 meter. Maar zijn favoriete afstand, de 1.500 meter, zal hij hoogstens als toeschouwer meemaken. Op de vraag of hij na zijn nederlaag van gisteravond nog wel zin had om naar Utah te gaan, zei Wennemars: ,,Ik zal wel moeten.''

Hersman had zich in tegenstelling tot Uytdehaage (5.000 en 10.000 meter) nog niet geplaatst voor de Olympische Spelen. Voor de schaatser uit de TVM-ploeg van coach Gerard Kuiper was het gisteravond dus alles of niets. Iets over half negen was zijn olympische droom met een tijd van 1.50,23 voorbij. ,,Ik heb een klap in mijn gezicht gehad'', sprak hij na een race die voor hem maar niet op gang wilde komen. ,,Voor zo'n race moet je een combinatie van ontspanning en agressie hebben, en vandaag had ik dat gewoon niet.'' Zijn eerste gedachte toen hij zijn eindtijd op het elektronisch scorebord zag staan: ,,Klaar, over.'' In de eerste rit op de 1.500 meter, niet meetellend voor het klassement van de wereldbekerwedstrijd, had Uytdehaage al 1.49,22 gereden, uiteindelijk de op één na snelste tijd. Alleen de Canadees Dustin Molicki legde de schaatsmijl sneller af.

Uytdehaage beschouwde het als een voordeel dat hij de dans mocht openen. Hij reed de eerste rit, tegen Stefan Groothuis, een 20-jarige schaatser uit de kernploeg opleiding langebaan. Aanvankelijk zou Uytdehaage na de officiële wedstrijden rijden, na de ritten van Hersman en Wennemars, maar daar gaf de Internationale Schaats Unie (ISU) geen toestemming voor. De rit van Uytdehaage, buiten mededinging, werd de eerste van elf. Groothuis bleek een ideale tegenstander. Uytdehaage werd na de laatste wissel nog even door Groothuis uit de wind gehouden. Dat leverde waarschijnlijk net genoeg tijdvoordeel op om het verschil met Wennemars te maken, zo calculeerde Uytdehaage later. ,,Spelen met je tegenstander hoort er een beetje bij. Stefan bedankt!'' Hersman had vergeefs protest aangetekend tegen de aanwijzing van Groothuis als tegenstander van Uytdehaage. Omdat beiden voor KNSB-ploegen rijden, was volgens Hersman geen sprake van een neutrale tegenstander.

Uitzinning van vreugde reageerde de Utrechter toen hij Wennemars over de streep zag komen in 1.49,33, een fractie van een seconde langzamer. De combinatie van pure snelheid in de eerste ronde en zijn capaciteiten als allrounder in de laatste ronde hadden hem er doorheen gesleept, analyseerde Uytdehaage. Of Uytdehaage op het snelle ijs van Salt Lake City op de 1.500 meter ook tot de kanshebbers voor een medaille moet worden gerekend? ,,Ik heb laten zien dat ik tot de besten behoor. Zelfs Søndral achter me gelaten. Toch niet een van de minsten'', zei hij zelf. ,,Jochem staat juist bovenaan de Adelskalender (de wereldranglijst met de snelste tijden over de vier afstanden, red.) omdat hij ook op snelle banen hard kan rijden'', sprak zijn coach Gerard Kemkers.

Uytdehaage reed eindelijk weer eens een 1.500 meter waarin alles klopte. Vorige week was de 1.500 meter bij de Europese kampioenschappen in Erfurt zijn slechtste van vier afstanden. De hele week werd hij herinnerd aan zijn eerste Europese titel, zoals tijdens de overdracht van de olympische ploeg, dinsdag in nationaal sportcentrum Papendal. ,,Het was leuk dat ik telkens werd gefeliciteerd met mijn Europese titel, maar daardoor werd ik steeds aan het verleden herinnerd en niet aan wat komen ging.'' Spanning voor de beladen wedstrijd kende Uytdehaage naar eigen zeggen nauwelijks. ,,Ik stond ontspannen aan de start. Ik had niks te verliezen.''

Wennemars stelde vast dat hij op zwaar ijs een goeie race had gereden. Hij kritiseerde het Nederlandse olympische kwalificatiesysteem, waarbij schaatsers elkaar op weg naar de Spelen herhaaldelijk uitputten. ,,Søndral is blij. Die is een concurrent voor goud kwijt. Die begrijpt hier niets van.'' Ondanks z'n verdriet kon hij nog een grap maken. ,,Het leven van een schaatser gaat niet over rozen: hard werken, lage lonen.''