Soms draait een club op één man

Amateurvoetbalclubs zijn goedgeoliede machines die draaien op de inzet van vrijwilligers. Het aantal actieve leden groeit nog steeds, maar het aantal klusjes binnen de vereniging ook.

`Je hebt twee soorten leden van voetbalclubs'', legt Ton Beije uit. Hij is coördinator clubondersteuning in KNVB-district West 2. ,,Het doorsneelid komt om lekker te voetballen, vindt dat de kantine open moet zijn en verwacht een natje en een droogje.'' Het verenigingsmens is het andere uiterste volgens Beije: een lid dat zich onderdeel voelt van zijn club en veel doet om de machine draaiende te houden. Daar tussenin zitten leden die af en toe hun steentje bijdragen aan het werk in de vereniging.

En dat is nodig, meent Beije. Een amateurvoetbalclub is namelijk geen bedrijf – hoewel het daar soms wel op lijkt – dat betaalde krachten kan inzetten of diensten kan inhuren. Terwijl er wel veel werk te doen is. Een argeloze bezoeker van een wedstrijd van het eerste elftal zal het zich misschien niet direct realiseren, maar achter de schermen werken vaak tientallen mensen om het voetbal mogelijk te maken.

Beije noemt een aantal klussen, een greep uit het totaal: het veld moet onderhouden worden, kalklijnen worden getrokken, terwijl ook omheining, parkeerplaatsen en verlichting aandacht verdienen. Iemand moet de kleedlokalen schoonhouden, de kantine beheren en de ballen oppompen. Er zijn trainers nodig, leiders voor de elftallen en mensen die zich bezighouden met het clubtenue. En natuurlijk is er de administratie: het inschrijven van leden, het innen van contributie, het zoeken van sponsors. Een penningmeester zorgt voor alle lopende financiële zaken. Een bestuur is nodig om de minimaatschappij rond het voetbalveld in goede banen te leiden. Maar ook minder voor de hand liggende activiteiten als jeugdteams vervoeren, het clubblad schrijven en feestavonden organiseren horen bij het verenigingswerk.

Het aantal actieve leden bij voetbalclubs groeit nog steeds. Uit het onderzoek Geven in Nederland 2001, onder redactie van VU-hoogleraar Filantropie Th.N.M. Schuyt, blijkt zelfs dat de meeste vrijwilligers te vinden zijn in de sport. 13 procent van de Nederlandse bevolking ouder dan achttien jaar verricht belangeloos werk voor sportclubs, gevolgd door 6 procent van de bevolking die dat doet voor kerkelijke organisaties. Het aantal actieve sportvrijwilligers groeide in 2000 zelfs met 2 procent vergeleken met het jaar daarvoor.

Toch kampen veel clubs met onvervulde vacatures. Vorig jaar meldde de koepelorganisatie NOC*NSF dat de helft van de verenigingen een tekort heeft aan vrijwilligers. Terwijl vijf jaar geleden `slechts' 37,5 procent moeite had actieve leden te vinden.

De reden? ,,Meer werk'', verzucht clubondersteuner Beije. ,,Verenigingen bieden hun leden meer, wat ook meer werk betekent. Maar ook de overheid verhoogt de druk op clubs. De uitvoering en naleving van de warenwet, hygiënecodes, de drank- en horecawet en de waterleidingwet in verband met preventie van legionella zorgen voor een grote behoefte aan extra hulp.''

Die extra vrijwilligers moeten allemaal gevonden worden onder bestaande leden, want zo gaat dat bij voetbalclubs. ,,Bij sportverenigingen is het niet gebruikelijk om vrijwilligers van buiten te werven'', licht Joke Bruning van de Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) toe. ,,Dat is in het hele verenigingsleven iets aparts. Mensen die de handen uit de mouwen steken in de kantine vinden dat gewoon leuk en zien het vaak zelf ook niet als vrijwilligerswerk.'' Tot voor kort klopten sportverenigingen niet eens aan bij het NOV of vrijwilligerscentrales. ,,Heel gek vonden we dat'', zegt Bruning.,,Ze voelden zich simpelweg geen vrijwilligersorganisatie.''

NOC*NSF is inmiddels doordrongen van het belang van aandacht voor de vrijwilligers. Twee jaar geleden begon de sportkoepel onder het motto `Oog voor vrijwilligers, hart voor de sport' een project. Verschillende boekjes kwamen er, met aandacht voor vrijwilligersbeleid in sportverenigingen en een informatiemap voor clubs met daarin tips voor het werven en behouden van actieve leden.

Ook de KNVB zit niet stil. Al sinds jaar en dag staan de clubondersteuners in alle districten verenigingen bij in allerlei praktische zaken. Vrijwilligersbeleid is steeds belangrijker, meent Beije. ,,Iedere club kampt met krapte. En dan maakt het niet eens uit voor welk werk. Een vacante functie is moeilijk in te vullen. Op bestuurlijk niveau schrikken mensen terug voor de verantwoordelijkheid en de tijdsinvestering, iedere week opnieuw. Maar ook korte, praktische klussen zoals schoonmaken en kalklijnen trekken zijn niet altijd populair'', vertelt Beije. Hij kent verschillende clubs die zogeheten Melkertiers of ID-baners aantrokken voor praktische klussen, omdat er binnen de club geen animo voor was. Door krapte op de betaalde arbeidsmarkt lukt ook dat steeds minder vaak.

Binnenkort start Beije in zijn regio met het project `De vitale voetbalvereniging'. (Bestuurs)leden van 25 verenigingen komen dit seizoen tien keer bij elkaar in een van de voetbalkantines. De KNVB levert de onderwerpen: bestuur en organisatie, sponsoring en fondsenwerving, en ook vrijwilligersbeleid. Beije hoopt dat de clubs van elkaar zullen leren en de eigen vereniging tegen het licht gaan houden.

Volgens Beije zou het slim zijn om bij te houden waar leden zich beroepsmatig mee bezighouden. ,,Het kan zo zijn dat onder de ouders van jeugdleden iemand zit die geschikt is voor de kascommissie.'' Ook pleit hij voor het aanstellen van een vrijwilligerscoördinator, een soort personeelschef bij de voetbalclub. ,,Iemand die ook eens een schouderklopje uitdeelt. Nu wordt het maar gewoon gevonden dat mensen werken binnen de club. Maar een jeugdleider die weken achtereen bezig is de boel te regelen, wil daar ook weleens waardering voor.''

Misschien nog wel het belangrijkste is de grote hoeveelheid werk in brokjes te verdelen over meer vrijwilligers. ,,Er zijn nu clubs die aan het elastiek hangen. Waar twee of drie mensen werkelijk alles doen. Ik heb het gezien in Den Haag. Daar regelde een man al 25 jaar alles voor de club. Toen hij het welletjes vond, betekende dat meteen de begrafenis van de vereniging'', zegt Beije.

Ook de Stichting Vrijwilligersmanagement, een adviesorganisatie, pleit voor flexibilisering. ,,Dienstverlenende vrijwilligersorganisaties zoals Vluchtelingenwerk of het Rode Kruis werken al veel langer op die manier'', aldus woordvoerder Karen de Meester. ,,Zij maken functieomschrijvingen en bieden veel verschillende afgebakende werkzaamheden aan, zodat het ook mogelijk is in te schatten hoeveel tijd iets kost.'' Zo is het bij een voetbalclub best mogelijk incidenteel mensen in te schakelen. Of het penningmeesterschap te verdelen over drie personen.

Ook denkt De Meester dat het goed zou zijn om jonge leden al vroeg vertrouwd te maken met vrijwilligerswerk. ,,Er zijn hele leuke voorbeelden bekend van sportclubs die jeugdleden kleine taakjes geven. Als kinderen al vroeg het idee krijgen dat het normaal is mee te werken in de club, is de kans groot dat ze dat blijven doen.''

Volgens clubondersteuner Beije raken voetbalverenigingen steeds meer overtuigd van het belang van vrijwilligersbeleid, maar moeten ze nog creatiever op zoek naar potentiële arbeidskrachten. ,,Neem nou een willekeurige A2-speler. Dat is geen stervoetballer. Hij of zij zoekt blijkbaar ook iets anders bij de club. Misschien is het wel een fantastisch kaderlid. Betrek zo'n persoon bij het verenigingsbedrijf.''

Op één belangrijk aspect van de werving heeft het bestuur weinig invloed: de prestaties van het eerste elftal. Beije: ,,Als het eerste elftal in de lift zit, komt iedereen bij de club. Financieel gaat het beter, iedereen wil er graag bijhoren. Een mager jaar, met degradaties, zorgt onherroepelijk voor afhakers. Dat is een golfbeweging die stabiliteit in de weg staat.''