Sobel haalt zijn gelatine alleen uit varkensbot

Gelatine wordt verwerkt in snoep, medicijnen en fotofilms. Sinds deze week is de Nederlandse verwerker van dierenkadavers 's wereld tweede producent door de overname van SKW.

De Nederlandse verwerker van varkens-, kippen- en runderkadavers, Sobel, werd afgelopen donderdag plotseling 's werelds tweede producent van gelatine. Het bedrijf uit Best kondigde op die dag namelijk de overname aan van het Franse SKW Gelatin & Specialities, voor 265 miljoen euro (583 miljoen gulden). En SKW heeft een sterke positie op het gebied van gelatine, een product dat wordt verwerkt in onder andere snoepjes, desserts, capsules voor medicijnen en fotofilms.

De overname van SKW, een dochter van het Duitse chemieconcern Degussa, is de grootste uit de zeventigjarige geschiedenis van Sobel. Het Nederlandse bedrijf, dat in 2000 een omzet haalde van 544 miljoen euro, leent het geld voor de overname van een bankconsortium. ,,We hebben nooit eerder zoiets groots gedaan'', zegt een woordvoerder van het bedrijf. ,,Maar we konden deze kans niet laten liggen.''

Sobel profiteert eigenlijk van de onstuimige ontwikkelingen in de chemische industrie. Middelgrote bedrijven zoals Degussa en het Nederlandse DSM zijn bezig zich te specialiseren. Ze richten zich op producten met een hoge toegevoegde waarde, bijvoorbeeld ingrediënten voor medicijnen of supersterke vezels. Onderdelen met een lage marge, zoals petrochemie, worden afgestoten. DSM is daarmee bezig, Degussa heeft dat al gedaan. Allerlei onderdelen zijn de laatste tijd verkocht door het Duitse bedrijf. Ook SKW paste niet in de core business. ,,Gelatine heeft een relatief lage groei'', zei de bestuursvoorzitter van Degussa donderdag. Maar Sobel stelt zich tevreden met een groei die naar verwachting rond de drie procent zal liggen. ,,We konden het kopen voor een gunstige prijs. Degussa wilde graag van zijn Franse dochter af.''

Volgens hem past de overname van SKW goed in de strategie van Sobel. Maar van de acht gelatinefabrieken die Sobel nu overneemt, liggen er vijf in Europa. Slechts eentje staat in de Verenigde Staten. Terwijl Sobel de laatste jaren toch vooral uitbreiding heeft gezocht in de VS, met name op de snel groeiende medicijnmarkt. In 1994 werd Banner Pharmacaps overgenomen, dat gelatine verwerkt tot capsules voor medicijnen. Het bedrijf maakt jaarlijks 12 miljard zogeheten zachte capsules. In 1997 werd Sidmak Laboratories ingelijfd, een Amerikaanse producent van generieke medicijnen.

Zeven jaar geleden haalde Sobel bijna eenderde van zijn omzet uit de VS. In 2000 was dat al ruim de helft. Van de in totaal 3.200 werknemers werkte toen tweederde in de VS. Bestuursvoorzitter D. van Doorn zei vorig jaar nog dat zijn bedrijf zich bij verdere uitbreiding sterk op de VS blijft richten. De overname van SKW past niet in dat beeld. Maar volgens de woordvoerder van Sobel hoeft het een niet met het ander te bijten. ,,En als we ergens leidend in kunnen worden, moeten we die kans niet voorbij laten gaan.'' Bovendien krijgt Sobel er een vestiging bij in zowel Zuid-Amerika als Azië, zegt hij. En dat is gunstig in verband met de BSE-crisis. Want door die crisis mogen runderbotten in Europa niet meer worden verwerkt tot diermeel. Ze moeten worden verbrand. Terwijl runderbotten een belangrijke bron van gelatine waren. Snoepjesfabrikant Van Melle stopte wegens de BSE-crisis zelfs met de verwerking van gelatine in zijn snoepgoed. Sobel haalt zijn gelatine sinds een aantal jaren alleen nog maar uit varkensbotten. ,,Maar door de overname hebben we vestigingen in landen die gegarandeerd BSE-vrij zijn. Daar kunnen we runderbotten wel weer gebruiken.''

Sobel produceert zelf al gelatine via zijn dochter GSB, maar in veel kleinere hoeveelheden dan SKW. Of het Nederlandse bedrijf in de toekomst fabrieken gaat sluiten, of mensen gaat ontslaan wordt het komende half jaar bekeken. De Europese mededingingsautoriteiten gaan de komende maanden bekijken of de overname mag doorgaan. Zo ja, dan verwacht Sobel dit jaar op een omzet van 950 miljoen euro uit te komen.