Optimaal oogsten van aandelen

Middelen is een eenvoudige, goedkope, gerichte en niet tijdrovende manier van beleggen in aandelen. Iedereen kan het. Je laat je bank periodiek (maand, kwartaal, jaar) automatisch een vast bedrag overmaken naar een beleggingsfonds. Dat fonds zet de inleg om in een aantal aandelen (participaties, eenheden, units) afhankelijk van de beurskoers. Dus bij lagere koersen koop je meer eenheden dan bij hogere koersen. Stijgt daarna de koers, dan profiteer je daarvan met meer units.

Dat is het geheim van middelen. De periodieke aankoop van een vast aantal aandelen biedt dit automatisme niet. Beperk je je bovendien tot slechts één algemeen, wereldwijd beleggend fonds, bijvoorbeeld van je eigen bank, dan raak je nooit het spoor bijster in de tweeduizend beleggingsfondsen die er te koop zijn. Enkele voorbeelden van bankfondsen: ABN Amro Global Fund, ASN Aandelenfonds, Delta Lloyd Investment Fund, ING Bank Global Fund, Robeco, Postbank Aandelenfonds.

Zo ga je jaren door met het zaaien van euro's, voor de studie van de kinderen, een wereldreis, de oude dag, eerder stoppen met werken, een huis, boot of kampeerwagen, of als levensreserve voor van alles en nog wat.

Maar daarna? Vroeg of laat komt er een moment dat je stopt met zaaien en wilt of moet oogsten. Gaat het om een dure aankoop, dan lijkt dat geen probleem: je verkoopt (een deel van) je fondsbelegging. Hoewel? De koersen kunnen op dat moment relatief laag staan. Zo deed een participatie in het ABN Amro fonds een jaar geleden circa 155 euro, na 11 september 92 euro en nu rond de 120 euro. Een deelnemer in het bezit van duizend participaties bezat een jaar terug dus 155.000 euro en negen maanden later nog maar 92.000 euro, een (papieren) verlies van veertig procent. Dan slaap je niet meer zo rustig. Voor de goede orde: andere fondsen kenden een vergelijkbaar verval.

Optimaal verkopen vraagt dus om timing, terwijl bij het middelen de timing juist buitenspel staat. Eigenlijk moet je vóór en na (indien mogelijk) de geplande datum van verkoop een ruime marge aanhouden. Zeg twee tot drie jaar. Steeds weer blijkt dat onervaren beleggers er moeite mee hebben om op een vermeend hoogtepunt eerder te verkopen dan nodig is en de opbrengst tegen vier procent op een spaarrekening te zetten. Vier procent rente vinden ze te min, na een fikse beursrally. Na een verlies van veertig procent piepen ze heel anders. Vaak krijgt de bank dan ten onrechte de schuld: die had ze eerder moeten waarschuwen.

Stel dat je niet (bijna) alles ineens moet verkopen, maar geleidelijk aan in wilt teren, in een tijdsbestek van tien, twintig, dertig jaar, of zelfs levenslang. Bijvoorbeeld als aanvulling op een lager inkomen (na eerder stoppen met werken) of als extra inkomen naast de AOW of een pensioen.

Hoe ziet het tegenovergestelde van middelen er dan uit? Het ontmiddelen. Dat is toch iets minder eenvoudig.

Een fondsbelegger die 1.000 eenheden bezit, en deze in vijfentwintig jaar wil opmaken, kan overwegen ieder jaar veertig eenheden (1000:25) te verkopen. Hoeveel dat oplevert, hangt af van de beurskoers bij verkoop en is niet vooraf te voorspellen. Het kan vriezen, het kan dooien. De verkoop vraagt daarom wel om enige timing.

De opbrengst is vrij van inkomstenbelasting, maar niet van de 1,2 procent heffing in box 3, waar deze belegging in valt. Het goede nieuws is dat het fonds dividend uitkeert, hoewel meestal beperkt en afhankelijk van het fondsbeleid. Globaal kan je de box 3-heffing betalen met het dividend.

Er is meer goed nieuws. Tijdens de inteerfase gaat de fondsbeheerder gewoon door met zijn werk en probeert een aantrekkelijk rendement te behalen. Daardoor stijgt het resterende, krimpende fondsbezit gemiddeld gerekend over een reeks van jaren, hoewel je niet meer inlegt. Wie ieder jaar een vast aantal units verkoopt, ontvangt dus (gemiddeld) steeds meer. Je kan die groei zien als een compensatie voor de koopkrachtvermindering door inflatie.

Wie levenslang wil interen, kan er van uitgaan dat hij of zij bijvoorbeeld de negentig jaar haalt. Je trekt je eigen leeftijd af van die negentig en deelt het resultaat op 1.000 eenheden. De uitkomst is het aantal te verkopen eenheden per jaar. Het overlijdensrisico is door deze wijze van ontmiddelen automatisch gedekt, anders dan bij een lijfrente op één leven, want de langstlevende partner erft de pot met aandelen.

Ervaren beleggers, die nu interen, hadden - om een ander idee te geven - een jaar geleden op het hoogtepunt van de markt alle aandelen kunnen verkopen, om deze kort na 11 september op het dieptepunt terug te kopen. Dit is natuurlijk wijsheid achteraf, maar het illustreert de speelruimte.