Nooit meer alleen

Wat doe je als je midden in een vergadering wordt gebeld? Of als je buurvrouw in de trein haar seksleven mobiel gaat bespreken? Ellen de Bruin over mobiel belgedrag.

De monniken van de orde van Franciscus van Assisi hebben een paar maanden geleden bij een Italiaanse ontwerpster drieduizend nieuwe habijten besteld. De van zacht donkergrijs linnen vervaardigde outfits kosten ongeveer driehonderdvijftig gulden per stuk en hun belangrijkste feature is een speciaal zakje waarin de geestelijken hun mobiele telefoon onopvallend kunnen opbergen.

Mobiel telefonerende monniken. Een duidelijker bewijs dat de mobiele telefoon in alle aspecten van onze samenleving geïntegreerd is, lijkt nauwelijks denkbaar. Of het moet het bericht zijn dat stadse zangvogels vandaag de dag massaal beltoontjes imiteren. Of dat van de jonge Noorse dominee die vorig jaar zijn mobiele nummer algemeen bekendmaakte, in de hoop dat jongeren hem massaal hun religieuze vragen en twijfels zouden sms'en. Hij kreeg geen enkel berichtje.

De tijdgeest weerspiegelt zich op allerlei manieren in ons gebruik van de mobiele telefoon. En we kunnen ook echt niet meer zonder. In Italië nam eind vorig jaar een consumentenorganisatie gedurende vijftien dagen de mobiele telefoons van driehonderd vrijwilligers af. Zeventig procent van hen kreeg plotseling minder eetlust en/of werd flink somber. Een kwart van de vrijwilligers zei zich zonder mobieltje zelfs zo onzeker te voelen dat ze twee weken lang elke vorm van seksuele toenadering van de hand wezen. ,,Mobiele-telefoondeprivatie kan impotentie veroorzaken'', kopte een nieuwssite.

Dat de mobiele telefoon volledig in het sociale leven verankerd is geraakt, is duidelijk. Maar heeft het mobieltje ons gedrag ook radicaal veranderd?

Ons gedrag natuurlijk wel, maar niet per se de aard van de mens. Allerlei menselijke gewoonten zijn op zich hetzelfde gebleven, alleen hebben ze er in de vorm van de mobiele telefoon een uitlaatklep bijgekregen. Neem de behoefte om indruk te maken op anderen, zoals die bij de meeste mensen op school voor het eerst de kop opsteekt. Nog niet zo lang geleden was het voor kinderen vooral belangrijk om de goede merkkleren aan te hebben, maar tegenwoordig maken ze meer indruk op hun klasgenootjes als ze het nieuwste type mobiele telefoon en het origineelste beltoontje hebben. En ze kunnen hun status nog verder verhogen door vaak gebeld te worden door interessante vrienden (en weinig door je ouders), door grappige sms'jes (tekstberichtjes) te sturen met goede zelfbedachte afkortingen, en door een hoge score op het mobiele telefoonspel Snake. Kinderen checken voortdurend elkaars mobieltjes.

De behoefte om te beïnvloeden hoe anderen over ons denken, houdt niet op bij het schoolplein – die blijft het hele leven bestaan. Voor de meeste mensen heeft dat waarschijnlijk een negatieve bijklank: alsof mensen zich voortdurend anders zouden willen voordoen dan ze zijn. Maar meestal willen we ons alleen maar van onze beste kant laten zien en dan eigenlijk nog een beetje beter. Anderen moeten ons `goed' vinden, in welk opzicht dan ook. En dat voorkomt bijvoorbeeld dat iedereen aan zijn kont krabbend en uit zijn neus etend door het leven loopt. `Impression management' is voor een belangrijk deel de smeerolie van het sociale leven.

Flirten per sms

Dat we daar nu onze mobiele telefoon bij gebruiken, is ook weer fijn voor marktonderzoekers. Het geld dat omgaat in de mobiele-telefoonindustrie en haar randgebieden maakt dat die zich en masse afvragen hoe mensen hun mobieltje gebruiken om zich te presenteren en te onderscheiden. Zulk opportunisme heeft zijn prettige kanten. Dat driekwart van de mensen minstens eens per week mobiel roddelt en ruim dertig procent zelfs elke dag, dat tachtig procent van de studenten tegenwoordig flirt per sms en dat zestig procent van de mensen weleens in dronken toestand een beledigend sms'je heeft gestuurd, om maar wat recente onderzoeksresultaatjes te noemen, vinden veel mensen nu eenmaal leuk om te weten. Waarom? Zulke kennis kunnen we gebruiken om het gedrag van de mensen om ons heen te verklaren en te voorspellen, volgens psychologen, en dat maakt die kennis leuk en interessant.

Neem een recente studie van Sadie Plant, een Britse onderzoekster gespecialiseerd in de combinatie van menselijke relaties en technologie, uitgevoerd in opdracht van mobieltjesfabrikant Motorola. Plant ging onder meer na hoe vaak mannen en vrouwen in Londense cafés hun mobiele telefoon voor zich op tafel hadden liggen. Ook hier bleek weer te gelden dat de mobiele telefoon mensen vooral een nieuwe manier biedt om gedrag te vertonen dat ze vroeger op een andere manier zouden hebben geuit. Mannen blijken hun mobiele telefoon te gebruiken als in een moderne variant op vérplassen: ze willen hem maar al te graag laten zien. Bij twee mannen lag in 62 procent van de gevallen minstens één mobieltje op tafel, meestal alletwee, terwijl twee vrouwen in 50 procent van de gevallen hun telefoon(s) op tafel hadden liggen. Als een man en een vrouw samen aan tafel zaten, had de man in 32 procent van de gevallen zijn telefoon tevoorschijn gehaald, tegen 10 procent van de vrouwen.

Plant onderkent dat vrouwen vaker een tas bij zich hadden om hun telefoon in te doen, en dat het voor een man misschien gewoon niet lekker zit om zijn telefoon in zijn broekzak te houden. Maar dat neemt niet weg dat veel mannen in haar onderzoek toegaven dat ze hun telefoon minder graag lieten zien als hun tafelgenoot een nieuwer of mooier model had, en dat ze hun telefoontje niet meer te voorschijn haalden als ze dachten dat het geen toptype meer was. Ook weten mannen vaker dan vrouwen welk merk en type telefoontje ze hebben. De gemiddelde man vindt zulke statusgevoelige technische kenmerken kennelijk belangrijker dan de gemiddelde vrouw. Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon.

Gedrag aanpassen

Wél nieuw zijn de manieren waarop mensen zich aanpassen aan zo'n in het dagelijks leven ingrijpende uitvinding als de mobiele telefoon, en de sociale normen die zich daardoor moeten ontwikkelen. Echt openlijk stoer doen met je mobiele telefoon is hier bijvoorbeeld al lang uit de tijd – dat wordt nu vooral zielig gevonden. In ontwikkelingslanden lopen volgens Plant nog wel veel mannen druk te doen met echt-uitziende neptelefoontjes. In een tram in Chicago trof een van haar mede-onderzoekers zelfs nog een man die deed alsof hij per mobiele telefoon een belangrijke zakendeal afsloot, om indruk te maken op meisjes die verderop zaten. Middenin zijn `gesprek' ging ineens zijn telefoon over. Maar dat zijn verhalen die we vooral nog uit de begintijd van de mobiele telefoon kennen, zo'n tien jaar geleden. Nu mobiele telefoons steeds gewoner zijn geworden, gaan mensen er ook steeds gewoner mee om.

In de begindagen werd echter al snel duidelijk dat de mobiele telefoon allerlei nieuwe manieren met zich meebracht waarop je elkaar het leven zuur kunt maken, en dus allerlei nieuwe etiquetteregels vereiste. Alleen al het bij je hebben van een mobiele telefoon was toen in strijd met de impliciete norm dat je onverdeelde aandacht uitgaat naar degene met wie je praat: met een mobiele telefoon neem je immers een wereld vol potentieel interessantere gesprekspartners mee. Daarbij komt dat je, als hij overgaat, iedereen in je omgeving opzadelt met het vervelende gevoel dat ze ongevraagd een gesprek afluisteren. Bovendien willen mensen in openbare ruimten vaak liever stilte dan beltoontjeslawaai of gekakel.

Het grappige is dat nieuwe sociale normen om zulke situaties te regelen vanzelf ontstaan, zonder dat mensen het er expliciet over hoeven te hebben. Goed, dat je in bioscoopzalen en dure restaurants je mobiel moet uitzetten, wordt vaak duidelijk aangegeven. Maar uit het Motorola-onderzoek van Sadie Plant bleek ook dat mensen het sterk met elkaar eens zijn over soorten restaurants waar je wel en niet je mobiel uitzet, ook al zit er nergens een verbodssticker.

We zitten wat dat betreft nog steeds in een overgangsfase, waarin voortdurend uitgetest moet worden wat er wel en niet mag en kan. Aan de ene kant neemt de tolerantie voor mobiele bellers in het openbaar uiteraard toe met het aantal mensen dat een mobiele telefoon heeft – je kunt het anderen niet kwalijk nemen dat ze staan te bellen in de tram als je dat zelf ook weleens doet. En aan de andere kant leren mensen steeds beter op een sociale manier met hun mobiele telefoon om te gaan en verwachten ze dat ook van anderen.

Wat precies sociaal wordt gevonden, kan wel sterk verschillen. Onder jongeren kan het volkomen normaal zijn constant je mobiele telefoon in je hand te hebben, te sms'en en zelfs te bellen en gebeld te worden terwijl je tegelijkertijd doorpraat met de mensen om je heen – zolang iedereen dat doet, wordt dat prima gevonden. Maar er zijn ook een hoop mensen die zoiets ondenkbaar onbeleefd achten. Er ontstaan uiteraard problemen op het moment dat mensen die verschillen in wat ze normaal vinden, bij elkaar komen.

De mobiele telefoon vereist dat we ons meer en nieuwe sociale vaardigheden eigen maken. Wat doe je als je man middenin een belangrijke vergadering belt om te vragen wat hij voor boodschappen moet doen? Of als een vriendin haar seksleven mobiel wil bespreken terwijl je in de trein zit? Steeds meer mensen vinden zulke situaties helemaal niet moeilijk meer, ook als ze die een paar jaar terug nog heel ingewikkeld zouden hebben gevonden. Je luistert gewoon hum-hummend, of je zegt dat het even niet uitkomt. Trouwens, je kunt op elk gewenst moment terugbellen – je hebt toch je mobiel bij je.

Als het mobieltje al iets wezenlijks in de menselijke aard heeft veranderd, is het dát wel. Communiceren was dankzij de mobiele telefoon nog nooit zo gemakkelijk en laagdrempelig. En doordat het een technisch gadget is, zet het zelfs mensen die nooit zo van praten hielden, aan tot praten. Zo blijkt dat meer mannen dan vrouwen hun mobiele telefoon gebruiken om gewoon een beetje sociaal te babbelen en te roddelen. En `ik hou van jou' blijkt een veel ge-sms'de mededeling te zijn, vooral afkomstig van mannen, die dat niet zo snel hardop zouden durven zeggen. Zo maakt de mobiele telefoon eigenlijk een nieuw, nóg communicatiever type mens van ons. We waren natuurlijk al groepsdieren, maar nu zijn we sociaal in het kwadraat. Nooit meer alleen, altijd in gesprek.