Kwestie van formuleren

Als hetantikankermedicijn cisplatina wordt verpakt in zeer kleine pillen met een vettig laagje neemt de werking spectaculair toe.

Utrechtse onderzoekers zochten naar een slimme methode om het agressieve antikankermedicijn cisplatina minder giftig te maken voor levend weefsel. Ze verpakten het slecht in water oplosbare medicijn in microscopisch kleine pillen (nanocapsules), voorzien van een vettig jasje (een lipide dubbellaag). Opmerkelijk genoeg blijkt dit de werking op tumorcellen spectaculair te verbeteren. In weefselkweekproeven met geïsoleerde menselijke tumorcellen is het medicijn soms zelfs duizend keer effectiever.

Dat blijkt uit het onderzoek van dr. Koert Burger van het Utrechtse Instituut voor Biomembranen (Nature Medicine, jan). Met de nieuwe methode kunnen hogere doseringen van het voor levend weefsel zeer giftige medicijn lokaal worden toegediend. Dat biedt perspectief op een effectievere behandeling van kanker.

Cisplatina is een veelgebruikt anti-kankermedicijn en met name effectief in de bestrijding van teelbal- en eierstokkanker. Cisplatina hecht aan het DNA van de kankercel, die daardoor sterft. Vaak moet echter de behandeling van kankerpatiënten voortijdig worden gestaakt omdat cisplatina erg giftig is. Ook wordt de tumor vaak ongevoelig voor het middel. Bovendien verliest cisplatina na toediening veel van zijn werkzaamheid doordat het medicijn complexen vormt met eiwitten in bloed en weefselvloeistof. Daarom ging men op zoek naar een slimme verpakking (formulering) voor dit giftige medicijn in de vorm van vetachtige omhulsels. Die technologie van liposoomformuleringen is op zichzelf niet nieuw, maar werd in de humane geneeskunde weinig toegepast omdat het meestal niet erg efficiënt is. Het probleem met cisplatina is dat de stof slecht oplosbaar is in water en ook niet graag in de celwand zit.

Vijf jaar geleden begonnen Utrechtse chemici met subsidie van de Nederlandse Kankerbestrijding een onderzoeksproject om een betere formulering te vinden. Prof.dr. Ben de Kruijff van de afdeling Biochemie van Membranen van de Utrechtse scheikundefaculteit ontwikkelde een betere formulering van cisplatina, gebruik makend van de slechte oplosbaarheid in water. In de loop van een aantal vries-dooi cycli blijkt cisplatina geleidelijk samen te klonteren en een complex te vormen met een vetachtige stof uit biologische membranen (fosfatidylserine). Zo ontstaan microscopisch kleine pillen, gehuld in een lipide dubbellaag (nanocapsules). De capsules hebben een doorsnee van zo'n 90 nanometer (een nanometer is een miljoenste millimeter). Ze dringen goed door in de tumorcel, waar de lipidelaag oplost en pas dan wordt het cisplatina actief. Het voorkomt de verdere transcriptie van DNA in de tumorcel, waardoor de celdood wordt ingezet.

Minder giftig

Of de methode bij kankerpatiënten toepasbaar is moet nog blijken, maar onderzoeker Burger is optimistisch. Geneesmiddelen verpakt in lipide blaasjes zijn vrijwel altijd minder giftig zijn voor patiënten dan het vrije geneesmiddel. Daarom verwacht men de nanocapsules in een hogere dosering te kunnen gebruiken bij de behandeling van kanker, dat zou een effectievere behandeling van kanker mogelijk maken. Ook wordt verwacht dat tumoren minder vaak ongevoelig zullen worden voor behandeling met cisplatina. De nieuwe methode, waarop octrooi is aangevraagd, kan wellicht ook de bruikbaarheid van een aantal andere slecht in water oplosbare geneesmiddelen helpen verbeteren, want het is mogelijk gebleken om de samenstelling van de nanocapsules binnen brede grenzen te variëren.