Krasse krassen

In Zuid-Afrika zijn twee stukken oker gevonden die kunstig zijn bewerkt. Symboolgebruik door de mens blijkt ten minste 77.000 jaar oud.

`Het is een bevestiging van bestaande speculaties', zegt prehistoricus Alexander Verpoorte van de Universiteit Leiden. De donderdagavond bekendgemaakte opzienbarende vondst van twee kunstig bewerkte stukken oker van 77.000 jaar oud verdubbelt bijna de leeftijd van het oudst bekende symboolgebruik door mensen. Maar de bestaande theorieën hoeven niet op de helling. Verpoorte: ``De bewerkte stukken oker zijn gevonden in Zuid-Afrika, en het was bekend dat de anatomisch moderne Homo sapiens al vroeg in dat gebied aanwezig was.''

Op de ene steen is een eenvoudig patroon van parallelle strepen met een paar dwarsstrepen aangebracht. Op de andere is een iets complexer geheel van kruisende strepen tussen lange parallelle strepen te zien. Wat het voorstelt is een raadsel, maar dat het moedwillig aangebrachte versieringen of aanduidingen zijn is evident, aldus de onderzoekers van de steen, die donderdag verslag deden in een artikel in de online-editie van Science. De stenen waren op de bekraste stukken eerst vlakgeschuurd. Uit de lijnkruisingen blijkt dat de maker bij beide stenen vervolgens eerst alle strepen in de ene richting maakte en vervolgens in de andere.

Moedwillig

Het feit dat er twéé aldus bewerkte stenen zijn gevonden, betekent ook dat het hier niet gaat om een losse toevalligheid maar om een moedwillig herhaald patroon. Vergelijkbare motieven uit latere perioden zijn gevonden in Europa, aldus het team, dat onder leiding staat van Christopher Henshilwood (verbonden aan het Iziko Museum in Kaapstad, de State University of New York at Stony Brook en de Universiteit van Bergen, Noorwegen). ``Het lijkt te gaan om willekeurige conventies met nog onbekende symbolische bedoelingen, die niet samenhangen met directe waarnemingen van de werkelijkheid'', zo schrijven ze in het typische archeologenjargon om abstracte betekenisvolle tekeningen aan te duiden.

De huidige vondst is een duidelijke aanwijzing dat anatomische moderniteit hoogstwaarschijnlijk samenging met modern gedrag en symboolgebruik. ``En dat was in ieder geval al 77.000 jaar geleden zo'', schrijft het team van onderzoekers. Oker (een mengeling van ijzeroxide en aarde) wordt wel vaker gevonden bij archeologische vindplaatsen jonger dan 100.000 jaar, maar kon voor de oudere dateringen nooit eerder met zekerheid worden verbonden met symboolgebruik. Vermoed wordt dat de oker gebruikt werd als kleurstof van kleding of het lichaam, maar bewezen is dit nooit.

De nieuwe vondst in Zuid-Afrika, in een niet-verstoorde laag in de Blombos Grot bij Kaapstad, is zorgvuldig gedateerd met de thermo-luminiscentiemethode (een geavanceerde fysische techniek waarbij ingevangen elektronen worden gemeten), zowel van de laag waarin de voorwerpen zijn gevonden als van de laag erboven. De bewerkte stukken zijn gevonden bij oude vuurplaatsen. In totaal werden zeven waarschijnlijk bewerkte stukken oker gevonden, van twee daarvan wordt al verslag gedaan. De betrouwbare datering is extreem belangrijk, benadrukt Verpoorte, ``dit ziet er goed uit''. Want er zijn wel meer oude aanwijzingen voor versieringen gevonden, maar volkomen overtuigend waren die nooit. Zo zijn er een mensachtig, bewerkt vulkanisch steentje uit Israel (mogelijk 233.000 tot 800.000 jaar oud!), een botfragment met een zigzagmotief uit Bulgarije (mogelijk 47.000 jaar oud) en een runderrib met ingekraste bogen uit de Dordogne (mogelijk 300.000 jaar oud).

Homo sapiens is ontstaan circa 120.000 jaar geleden in Afrika, uit zijn voorganger Homo erectus, met als belangrijkste kenmerken een fijnere anatomische bouw (erectus was veel sterker) en een grotere herseninhoud (van 900 naar 1100 cc.). Rond 100.000 jaar geleden arriveerde Homo sapiens al in het Midden-Oosten en circa 45.000 jaar geleden bereikte hij Europa, waar de verwante Homo neanderthaliensis tot dan toe het domein alleen had gehad. De veel zwaarder gebouwde Neanderthaler deed in hersenvolume niet onder voor Homo sapiens, maar stierf circa 25.000 jaar geleden toch uit. `Weggeconcurreerd', zeggen sommige geleerden, `uitgemoord' zeggen anderen, en weer anderen zeggen: `gemengd met homo sapiens'.

Het grote probleem tot nu toe was dat pas relatief laat in de ontwikkeling van Homo sapiens onmiskenbare bewijzen van symboolgebruik zijn gevonden. Symboolgebruik wordt algemeen gezien als het beste bewijs voor moderne mentale vermogens en voor modern gedrag zoals intensieve verbale communicatie en complexe sociale verhoudingen.

Gevijlde kralen

Als een mogelijke aanwijzing dat deze gedragingen pas laat in de sapiens-evolutie ontstond, gold tot nu toe dat rond 40.000 jaar geleden niet alleen `plotseling' kunstvoorwerpen verschenen, maar ook een nieuw verfijnder type gebruiksvoorwerpen (het `Aurignacien'). De oudste bekende `kunstvoorwerpen' zijn zorgvuldig gevijlde kralen van ivoor van ongeveer 40.000 jaar oud, maar al snel verschenen in die periode prachtig bewerkte beeldjes van mensen en dieren en natuurlijk ook de grottekeningen. De oudst bekende grottekeningen zijn te vinden in de Franse Grotte Chauvet en zijn gedateerd op een ouderdom van circa 34.000 jaar. Het meest verrassende van deze in 1994 gevonden tekeningen is dat ze in zeggingskracht en gebruikte techniek niet onderdoen voor de veel jongere, beroemde tekeningen uit Lascaux (circa 15.000 jaar oud).

Archeologen als Randal White en Lewis Binford hebben daarom geopperd dat de taalvaardigheid van de mens pas rond deze tijd vergelijkbaar zou zijn met de huidige. Taal en symboolgebruik en het doorgeven van complexe tradities zijn nauw met elkaar verwant. In deze opvatting zou pas de `late' Homo sapiens, en dus al helemaal niet zijn voorganger Homo erectus (maar ook niet de Neanderthaler), over taal hebben kunnen beschikken. Op grond van anatomische argumenten is deze gedachte echter onwaarschijnlijk. Volgens neurologen als Terrence Deacon is taal ontstaan parallel aan en in nauwe interactie met de hersenvergroting die bij de voorgangers van de mens al rond 2 miljoen jaar geleden begon.

De vondst van de twee versierde stukken oker maakt waarschijnlijk definitief een einde van het idee dat pas vanaf 40.000 jaar geleden mensen abstract gingen denken.