Kraken knokken afhaken

Vier jaar lokaal bestuur heeft GroenLinks weinig succes gebracht. Negentien van de 44 wethouders stapten tussentijds op. De partij, die gisteren en vandaag congresseert, wijt dat aan onervarenheid. Over kentekens, fietsklemmen en rollenspellen.

`Het klinkt dramatisch'', gniffelt Herman Meijer (54), GroenLinks-wethouder van Volkshuisvesting en Stadsvernieuwing te Rotterdam, ,,maar mensen vragen me regelmatig: O, jij bent er nog?'' Hij zit aan zijn bureau in zijn kitscherige kamer – veel roze, veel plastic – op de eerste etage in het statige stadhuis aan de Coolsingel.

Herman Meijer is er nog, zeker. Al acht jaar. Oorbelletje in het linkeroor, kale kop, beslist geen stropdas, zelfspot te over – de bestuurder vintage GroenLinks is in Rotterdam een vertrouwde figuur. Maar voor een triomfantelijke houding is bij Meijer geen plaats. In 1994 was hij één van de eerste GroenLinks-wethouders in de vier grote steden, nu is hij de laatste.

Nog maar vier jaar geleden brachten de gemeenteraadsverkiezingen de partij in een euforische stemming. Negen jaar na de fusie tussen PPR, CPN, PSP en EVP in 1989 was GroenLinks uitgegroeid tot de vierde partij van het land, een politieke factor die andere partijen steeds minder konden negeren. In veertig van de 485 colleges traden in totaal 44 GroenLinksers aan, een stijging van 36 procent vergeleken met de periode daarvoor. GroenLinks leverde in 1998 2,4 procent van alle wethouders, meer dan D66. Met de getalsmatige groei leek zich ook een omslag in de partijcultuur aan te kondigen. Steeds verder weg waren de ketenen waarmee de GroenLinksers zich vastklonken aan hekken rond atoomcentrales. De voormalige activisten werden bestuurders. Hun gemeentelijke bemoeienis moest de proeftuin worden voor regeringsdeelname. GroenLinks stond op de drempel van de gevestigde orde – net als in Frankrijk, Duitsland, België, Zweden en Italië.

Maar aan de vooravond van nieuwe gemeenteraadsverkiezingen en de Tweede-Kamerverkiezingen overheerst een ander beeld. GroenLinks geniet op het lokaal niveau de reputatie koploper te zijn in bestuurlijke ongelukken. In Amsterdam en Utrecht zijn de partijgenoten van Meijer van het pluche gevallen en daar niet alleen. In totaal vertrokken negentien van de 44 wethouders voor het verstrijken van hun termijn. In Nijmegen, Haarlem, Heerlen, Almere en Smallingerland (Friesland) kwam – na incidenten, ruzies in het college of gewoon de kans op een beter bestaan elders – een einde aan het meebesturen van GroenLinks. Omdat hier en daar ook GroenLinksers tussentijds in het college kwamen, twaalf in totaal, valt de getalsbalans uiteindelijk gematigder uit: min zeven.

Zo'n uitval is niet veel, houden de mensen van GroenLinks vol. ,,Wie zegt dat GroenLinks het hoogste scoort als het om afgehaakte wethouders gaat?'', vraagt Evert van Schoonhoven. Hij is medewerker van het landelijk partijbureau aan de Utrechtse Oudegracht, waar een enkel oranje gordijn nog aan de seventies herinnert. ,,Er is óók een aantal VVD'ers en CDA'ers vertrokken.''

Het dagblad Trouw berekende vorig jaar dat van april 1998 tot januari 2001 in 537 gemeenten 246 wethouders aftraden, ofwel 14 procent. Dat overkwam vooral enkele kleinere partijen, concludeerde het dagblad: SP, GroenLinks, D66. Nu zijn kleinere partijen al snel in het nadeel. De SP hád in 1998 maar zes wethouders in het hele land, 0,4 procent van alle wethouders. Als er dan drie opstappen na een crisis in Oss, is dat meteen de helft.

Stokpaardjes

Maar wat zeggen deze kale cijfers over de verhouding van GroenLinks met het besturen? Niet zelden bleek de verbondenheid met oude activistische stokpaardjes voor een wethouder van GroenLinks die vroeger op straat vocht met de politie de lakmoesproef van de eigen politieke integriteit. Want de meeste GroenLinks-wethouders gingen de lokale politiek in om hun acties voor te zetten.

En soms werkt dat. Dan slaagt GroenLinks erin een uitgesproken politiek profiel te ontwikkelen binnen het college. Zoals in Haarlem en Rotterdam. Dankzij de idealistische wethouder van GroenLinks worden daklozen in beide steden beter opgevangen.

Of Wageningen. Rik Eweg (42) en Jack Bogers (46) zitten daar namens GroenLinks in het college. Ex-PSP'er Eweg en de bebaarde oud-CPN'er/leraar Bogers waren ooit respectievelijk activist tegen de kerncentrale Dodewaard en kraker en knokker voor een betere verdeling van de woonlasten. Nu hebben ze, vertelt Eweg, binnen het college (PvdA, VVD, GroenLinks) ,,een forse verbeteringsslag'' gemaakt. Wageningen spaart de natuur in zijn omgeving en combineert duurzaamheid met kenniseconomie, vertelt Eweg trots, en verschaft onderdak aan uitgeprocedeerde asielzoekers.

Maar vaker werkt het wethoudersactivisme niet.

In Nijmegen, Hilversum, Haarlem, Smallingerland en Amsterdam kwamen GroenLinkse wethouders in botsing met coalitiepartners - vaak VVD, soms ook PvdA - zodra ze weigerden hun idealen in te wisselen voor het politieke compromis. Opvallend vaak gingen die conflicten over verkeer, infrastructuur en inrichting van de ruimte.

Neem Hilversum, waar GroenLinks sinds 1990 meebestuurde. Busbanen kostten de wethouder de kop. Wethouder Bart Heller wilde de verkeersdrukte beperken door een aparte busbaan aan te leggen, maar gebrek aan steun voor versterking van het openbaar vervoer in het veelpartijencollege brak hem op. In Nijmegen sneuvelden de beide wethouders in de `fietsklemmencrisis'. Aanleiding waren parkeerplaatsen waarvan GroenLinks in de college-onderhandelingen had bedongen dat ze plaats zouden maken voor fietspaden en fietsklemmen. Maar het geld ontbrak. Coalitiepartijen CDA en PvdA haakten af waardoor na amper acht maanden de twee GroenLinksers ontgoocheld aftraden.

Ander saillant voorbeeld is Haarlem. Daar stapte de GroenLinkse wethouder Karel van Broekhoven (Verkeer) op, omdat hij zich niet kon vinden in het raadsbesluit onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een tunnel onder het Spaarne. Van Broekhoven had in het verleden zelf militant actie gevoerd tegen dit project. Gesteund door fractie en ledenvergadering stelde hij zich op het standpunt dat hij uit principe geen onderzoek moest laten doen dat er zou toe kunen leiden dat de tunnel, waar hij zo tegen was, er toch zou komen.

Die opstelling was ,,verschrikkelijk naïef'' oordeelt de Haarlemse PvdA-wethouder Haverkort. Zijn PvdA was ook tegen, maar met het onderzoek was niks mis. Dat zou volgens de sociaal-democraten uitwijzen dat de tunnel niet haalbaar zou zijn. En ze kregen gelijk: de tunnel bleek te kostbaar.

Het was politieke zelfverminking, zegt de Haarlemse PvdA-wethouder over zijn afgetreden collega van GroenLinks. ,,GroenLinks is teruggevallen in een getuigenispolitiek. Er wordt voortdurend overlegd met de achterban. Zo wordt het heel moeilijk om aan het dagelijks bestuur van de stad deel te nemen.''

Daarmee illustreert hij een belangrijk probleem van GroenLinks. Vaak kwam een einde aan het meebesturen van GroenLinks door een moeizame verhouding tussen idealisme en de macht, tussen de uitkomsten van de interne partijdemocratie en het politieke compromissenspel. Die analyse klinkt ook in de eigen gelederen. ,,Ach, we blijven naïeve schatjes'', verzucht de Rotterdammer Meijer. De Amsterdamse ex-wethouder Ruud Grondel, die de onderhandelingsstrategie overziet van GroenLinksers bij de vorming van colleges in het land: ,,,,We zijn vaak met te veel vertrouwen in de mensheid in het college gestapt. Het heeft met onervarenheid te maken.''

Maar ook het eigen geweten breekt GroenLinksers op, signaleert de Amsterdamse ex-wethouder. In Zaanstad stapte een wethouder op toen bleek dat zij een PvdA-voorganger in het college ooit ten onrechte in bescherming had genomen bij een conflict over de aanleg van een nieuwbouwwijk. Op eigen houtje concludeerde de GroenLinkse wethouder dat zij ongeloofwaardig was geworden en haar aftreden was een feit. De Rotterdamse wethouder Meijer spreekt omfloerster van ,,een hoge graad van idealisme'' bij zijn partijgenoten. ,,Dat kán leiden tot een een zekere mate van wereldvreemdheid.'' Maar méér dan wereldverbeteren is dat volgens hem ,,een gevoel van verantwoordelijkheid voor het humane karakter van onze samenleving''.

Radicale flikker

Meijer is architect van huis uit en was onlangs voorzitter van de commissie die de lijst van Tweede-Kamerkandidaten voor Groenlinks samenstelt. Hij kan bogen op een lang en kleurrijk verleden in het openbare leven. Ooit toerde hij onder de naam Hermien Katendrecht door het land met een eigen cabaretshow. Hij wierp zich op als woordvoerder van de `radicale flikkerbeweging', was lid van de CPN en betrokken bij Links Rotterdam en de oprichting van GroenLinks.

Nu is Meijer bijna uitbestuurd: dit is zijn laatste termijn. Als wethouder scoorde hij in Rotterdam. Met GroenLinks-beleid, zegt-ie zelf. Hij krikte het voorzieningenniveau voor daklozen op. Hij wijst op zijn initiatieven om burgers uit te dagen het zelf eens te worden over een `stadsetiquette' – ,,cultuurneutrale omgangsvormen''. Trots is hij vooral op zijn integratiebeleid, dat niet alleen uitgaat van sociaal-economische verschillen, maar ook oog heeft voor culturele verschillen.

Toch ontsnapt ook Meijer niet aan de erfenis van het activisme. Zo figureerde hij, vertelt hij, in het Rotterdamse college als ,,erkend gewetensbezwaarde'' zodra het vliegveld Zestienhoven ter sprake kwam. Omdat GroenLinks het politiek onhaalbare standpunt aanhangt dat het vliegveld dicht moet, stemde Meijer dan gewoon even niet mee. De andere partijen deden daar niet moeilijk over. Meijer: ,,Dat is dan gewoon even symboolpolitiek.''

De meest geruchtmakende GroenLinkse crisis speelde zich vorig jaar mei af in Amsterdam. De GroenLinkse wethouder van Verkeer en Sociale Zaken Frank Köhler kwam in frontale botsing met VVD, D66 en PvdA over de sociale dienst na een eerdere aanvaring over het taxibeleid. Köhler voelde niets voor de wens van de andere partijen om de begeleiding van werklozen uit handen te nemen van de chaotisch functionerende sociale dienst en toe te vertrouwen aan uitzendbureaus. Minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (PvdA) voerde de druk op, en de plaatselijke PvdA-fractie liet Köhler vallen. Exit Köhler en zijn partijgenoot Grondel die de veel minder zware portefeuille van openbare ruimte en milieu bezette. Na afloop hekelde Köhler ,,de achterkamertjespolitiek van PvdA en VVD'' in het college. De ex-PSP'er legde uit dat hij niets voelde voor het vuile compromissenhandwerk op z'n Hollands: ,,Alles wat ik buiten GroenLinks doe, voel ik toch een beetje als vreemdgaan.''

Vooral sinds de Amsterdamse affaire heeft het beeld van het steile, principiële GroenLinks aan kracht gewonnen. Een partij zonder daadkracht als het er op aankomt. GroenLinks kan niet besturen, viel te beluisteren binnen en buiten eigen kring.

Ruud Grondel, de `andere' Amsterdammer , is inmiddels weer 'gewoon' raadslid. Hij wordt er nog fel van. Dat GroenLinks niet zou kunnen besturen is in zijn ogen ,,een redenering die is opgetuigd door mensen die het niet leuk vinden als GroenLinks gaat regeren.'' Wie? Zonder VVD en CDA bij naam te noemen maken ,,de wat meer rechtse stromingen in dit land zich daar schuldig aan, en een deel van de PvdA.'' In Amsterdam, denkt Grondel samen met veel GroenLinksers, was collegepartner VVD ,,vanaf dag één bezig met beuken op Köhler om hem eruit te krijgen''. Maar de crisis was wellicht te vermijden geweest, zegt Grondel nu, ,,als de twee partijen eerder eerlijk en open met elkaar hadden gepraat''.

Grondel is een GroenLinkser pur sang – hij was nooit lid van een van de fusiepartijen. Het was moeilijk, zegt hij over zijn portefeuille in het Amsterdamse college. ,,Er was geen groenbeleid in Amsterdam, ik moest alles opbouwen, mijn weg vinden.'' Volgens Grondel zijn veel problemen van lokale bestuurders van GroenLinks het gevolg van een gebrek aan ervaring met de bestuurscultuur.

Vervolg op pagina Z2 (24)

Vervolg van pagina Z1 (23)

Neem de PvdA. Grondel: ,,Dat is een machtsmachine. Die is op àlle niveaus aanwezig en legt overal lijntjes.'' Het zijn ,,strategische zaken'', vindt Grondel, waar GroenLinks al in college-onderhandelingen meer op moet gaan letten. Beste voorbeeld van een miskleun door onervarenheid van GroenLinks vindt hij de `fietsklemmencrisis' in Nijmegen. Daar heeft, zegt Grondel, GroenLinks verzuimd tijdens de collegebesprekingen met PvdA en CDA financiële garanties te bedingen voor hun mooie afspraak. Grondel: ,,We moeten minder naïef worden, onze vingers blijven tellen.''

De GroenLinkse wethouder die de afgelopen jaren het snelste sneuvelde was Toiny Knottnerus. In Smallingerland (50.000 inwoners, van wie 40.000 uit Drachten) gaf ze als freelance docente cursussen zelfverdediging en assertiviteit aan vrouwen totdat ze in 1998 wethouder werd. Dat bleef ze 204 dagen. Toen trad ze af omdat zij zich met haar fractie verzette tegen het doortrekken van de Drachtstervaart. Dat peperdure project – het moest allure aan de stad geven en toeristen trekken – ging de burgers geld kosten. Veel geld. GroenLinks vond dat onverantwoord, maar kreeg zijn zin niet. De PvdA, aangevoerd door wethouder Ines Pultrum, bijgenaamd `de koning van Drachten' kende weinig genade. Knottnerus: ,,Ik heb geen eerlijke kans gekregen. Met name Pultrum liet mij als een groentje links liggen.''

Rollenspellen

Het is niet vreemd, vindt landelijk partijvoorzitter Miriam de Rijk, dat verhoudingsgewijs zoveel GroenLinks-wethouders zijn gesneuveld in verkeerskwesties. ,,Als het om milieu gaat, zijn wij, helaas, nog steeds tamelijk uniek.'' En daarnaast is de portefeuille verkeer bij uitstek een terrein van harde keuzen waarover partijen het eens móeten worden: ,,Het is voor andere partijen makkelijker GroenLinks ruimte te geven voor een project voor daklozen of extra sociale woningbouw. Een tunnel komt er of die komt er niet.''

GroenLinks heeft inmiddels lering getrokken uit de negatieve ervaringen van de afgelopen vier jaar. ,,Een nieuwe wethouder'', vertelt Kitty Kolen, hoofd afdeling partijontwikkeling op het landelijke partijbureau in Utrecht, ,,krijgt in de toekomst een ervaren coach uit eigen kring.'' Daarnaast zet Kolen, zelf voormalig wethouder in Goirle, trainingen op voor (kandidaat-)wethouders. Daar doet ze rollenspellen en stelt ze veel vragen. Wat kom je straks tegen, welke bestuursstijlen? Wat willen zittende colleges en hoe sluit GroenLinks daar bij aan? ,,In februari volgt er een oriëntatiecursus, waarbij we wethouders trainen in college-onderhandelen.''

Partijvoorzitter De Rijk vult aan: ,,We schrijven niets voor, hoor. We besteden wel aandacht aan de politieke strategie in onderhandelingen: met welke portefeuilles heb je de meeste kansen om iets te bereiken? Zijn de verschillen met andere partijen niet te groot? Willen ze met óns samen? Je moet niet te graag willen. Het helpt als je nodig bent voor een meerderheid in de raad.''

De partij houdt de ervaringen van wethouders nauwgezet bij. Meermalen per jaar zijn er wethoudersdagen, waarop de GroenLinksers met elkaar bijpraten. Tweede-Kamerleden overleggen regelmatig met wethouders die met belendende bestuurlijke onderwerpen te maken hebben. Zo werd politiek leider Paul Rosenmöller ten tijde van de Amsterdamse collegecrisis gebeld door de lokale fractieleider Maarten van Poelgeest. ,,Maar niet om mij iets te laten bepalen'', onderstreept Rosenmöller. ,,Gewoon even bijpraten.''

Maar wat heeft het lokale bestuur GroenLinks nu daadwerkelijk opgeleverd?

De partij schetst zelf een beeld van een steeds gematigder partij, waarvan de wethouders weliswaar vaak een wat lossere stijl hebben dan die van andere landelijke partijen, maar die intussen steeds minder uit de toon springen. Dat constateert hoofdredacteur Jelle van der Meer van het kwartaalblad van het Wetenschappelijk Bureau van de partij. Hij schreef in 1999 het boekje Het Pluche, GroenLinks lokaal aan de macht. Het archetype van de GroenLinkse wethouder blijkt man, ex-leraar, veertiger en activist in de jaren tachtig. Maar deze activist is wel veranderd, legt Van der Meer uit: ,,De stropdas ontbreekt nog altijd, maar de woorden `macht' en `belangen' neemt hij niet meer in de mond. In plaats daarvan spreekt hij over `samenwerking' en `raakvlakken'.''

Van der Meer stelt verder vast ,,dat GroenLinks nauwelijks nog partijen uitsluit als coalitiepartner''. In de helft van de colleges waaraan GroenLinks meedoet wordt samengewerkt met de VVD. Vaak vinden GroenLinkse wethouders dat het prettig zaken doen is met VVD-wethouders, zelfs ,,veel beter dan met PvdA-wethouders die arrogantie, gelijkhebberigheid en het gebruik van trucjes'' wordt verweten. Deelraden in de steden meegerekend, bestuurde GroenLinks in 1999 niettemin in 48 van 53 colleges samen met de PvdA – de partij die programmatisch vaak het dichtste bij ligt.

Maar drie jaar na de publicatie van `Het pluche' blijkt dat samenwerking met de VVD ook regelmatig problemen oplevert. Zozeer dat GroenLinks uit de colleges van Amsterdam, Hilversum en Haarlem is verdwenen vanwege problemen met de liberalen. In Tilburg ging het andersom. Daar zette GroenLinks in september samen met PvdA en CDA de VVD buitenboord. Roel van Gurp (45 jaar, oud-PSP'er) is daar sinds acht jaar voor GroenLinks wethouder van Volkshuisvesting, Milieu, Maatschappelijke Opvang. Hij zegt dat de VVD `onbehoorlijke geluiden' liet horen over de multiculturele samenleving. ,,De VVD zei: die buitenlanders moet je harder straffen dan de Nederlanders, want dat zijn ze gewend.'' De afgetreden Tilburgse VVD-wethouder M. van Diessen ontkent die lezing ten stelligste. ,,De VVD vindt dat zij moeten integreren en daar werd in Tilburg te weinig nadruk op gelegd.''

Desondanks vindt de afgetreden politicus Van Gurp een goede wethouder. ,,Hij heeft gedacht aan het belang van GroenLinks.'' Volgens PvdA-wethouder Jan Hamming (PvdA) geeft Van Gurp ,,zeker kleur aan het profiel van GroenLinks'' in het college. Maar dat leidt in Tilburg niet tot een gespannen relatie met de PvdA. Hamming: ,,Dat heeft te maken met de programmatische inslag van GroenLinks hier. Het zijn geen gelijkhebberige doordrammers zoals vroeger. Ze komen tot compromissen – GroenLinks is onze bondgenoot.''

In Rotterdam heeft GroenLinks-wethouder Herman Meijer het goed uitgehouden met zowel VVD als PvdA. De verrassing zat in zijn samenwerking met zijn CDA-collega Koos van der Tak. Samen namen ze ruim een jaar geleden het initiatief tot het manifest `Een nieuwe lente', waarin zij en vijf andere `tandems' van GroenLinks- en CDA-wethouders - ook die van Tilburg - hun gelukkige samenwerking onthullen, meestal op sociaal beleid. Meijer spreekt van overeenkomst in het ,,politieke levensgevoel'', die vooral schuilt in de nadruk die beide partijen leggen op de ,,rol van burgers en maatschappelijke organisaties'' en de vertrouwdheid van de partijen met sociaal-culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen. Meijer: ,,Groepen Marokkanen hebben iets anders nodig dan Antilliaanse tiernermoeders, die hier komen met een paspoort en een telefoon op zak.''

Het manifest was, een jaar voor de verkiezingen, nadrukkelijk bedoeld als hint naar een anti-paarse coalitie. De CDA'ers en GroenLinksers keerden zich tegen de ,,doorgeschoten economisering van het maatschappij leven'' onder Paars. De landelijke voormannen reageerden welwillend, maar niet zonder reserve. Landelijk leken, en lijken, de verschillen vaak groter dan lokaal.

En dat is eigenlijk nog steeds zo, vindt mede-ondertekenaar Jaap de Cooker, CDA-wethouder te Uithoorn. Voor hem waren niet zozeer de programmatische overeenkomsten reden voor deelname, maar de erkenning van GroenLinks als ,,een partij waar je als bestuurders op lokaal niveau goed zaken mee kan doen''. Het helpt dat de GroenLinksers in Uithoorn niet al te activistisch zijn. Volgens De Cooker, die in Uithoorn samenwerkt met een GroenLinkse burgemeester, is dat vanzelfsprekend: ,,Mensen verliezen hun identiteit als partijlid wanneer ze bestuurder zijn.'' Met GroenLinks kan hij eigenlijk maar één belangrijk verschil van opvatting noemen: de N201, die dwars door het dorp loopt en voor veel overlast zorgt. Alle partijen willen die verleggen, buiten de plaats om, behalve GroenLinks. Die partij wil de natuur sparen. Maar over deze verkeerskwestie zal in Uithoorn geen GroenLinks-wethouder meer uitglijden.

Het vorige college heeft hierover de knoop nog net doorgehakt. Toen hadden de lokale Gemeentebelangen en het CDA hun coalitiepartner VVD nog niet ingeruild voor GroenLinks.