Kerk en stad

De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, leek me in zijn tijd als staatssecretaris een nuchtere bestuurder die zich niet zo gauw gek zou laten maken. Nog geen jaar in zijn nieuwe functie is het hem totaal in de bol geslagen. Hij heeft een heilsboodschap verkondigd zoals Amsterdam die niet meer heeft beleefd sinds de nacht van 10 februari 1535, toen een stel chiliastische naaktlopers de Dam op rende met de kreet: `Wee, wee, de wrake Gods, wee over de wereld en de goddelozen!'

Helaas vielen ze in handen van de inquisitie, die toen diende als bindmiddel in de samenleving en de wederdopers ijlings naar de andere wereld hielp.

In de historisch gezien religieus meest verdraagzame en minst godsdienstige stad van Nederland heeft burgemeester Cohen aandacht gevraagd `voor de rol van religie in de stad'.

God, maak de metrostations veilig!

Wij hebben weliswaar de scheiding tussen kerk en staat, maar toch moet de overheid `meer oog hebben' voor de rol van de religie als bindmiddel, zei Cohen. ,,De integratie van sommige bevolkingsgroepen in onze samenleving verloopt nu eenmaal via hun godsdienst.'' De vraag is wat hij daarmee bedoelde. Daarvoor kunnen we te rade gaan bij een dialoog uit de Ideeën van Multatuli.

- Godsdienst is nodig voor 't Volk.

- Geef dan aan de dominees traktement, rang en kostuum van politiekommissaris.

- Geloof me, zonder godsdienst ware het Volk niet te regeeren.

- Nogeens, zonder wèlke godsdienst?

- Zonder de onze ... de wàre.

- Honderden volken werden en worden geregeerd zonder uwe godsdienst.

- Toch geloof ik dat onze godsdienst noodig is om 't Volk in toom te houden.

Gegeven Cohens verdraagzaamheid zal hij het salaris, de rang en het uniform van een politiecommissaris behalve aan de dominees over wie Multatuli schreef ook willen geven aan imams, pastoors, rabbijnen en pandits. Inderdaad kwamen er dadelijk verzoeken aan de gemeente om meer subsidie voor allerlei instellingen voor religieuze indoctrinatie en om betaling van imams uit de gemeentekas.

Maar dat is tot daar aan toe. De kern van Cohens betoog was dat de godsdienst de smeerolie van de integratie is: ,,Willen we de dialoog met elkaar gaande houden, dan moeten we hoe dan ook de religieuze infrastructuur erbij halen. Zonder moskeeën, tempels, kerken en synagogen lukt het niet.''

Moeten we dat geloven? Is het niet eerder omgekeerd? Elke geloofsgemeenschap zit toch apart in haar eigen gebedshuis? Godsdienst leidt tot groepsvorming en sektarisme en draagt, tenzij men met geweld een staatsgodsdienst oplegt, eerder bij tot verdeeldheid en desintegratie dan tot verbondenheid.

Interessant is verder de vraag wat in de religieuze dialoog de plaats zou moeten zijn van Amsterdammers die geen godsdienst aanhangen. Veelzeggend was dat Cohen de (sterk geseculariseerde) generatie van de jaren zestig aanwees als zondebok. Met instemming citeerde hij de vader van Joes Kloppenburg, een slachtoffer van openbare geweldpleging, die de schuld van het straatgeweld legt bij de jaren zestig, toen het individualisme vaste grond kreeg. ,,De generaties van na de jaren zestig hebben niet meegekregen hoe je als mensen in een samenleving met elkaar om moet gaan. Ze kunnen het dus ook niet doorgeven aan hun kinderen.''

Het komt hierop neer: jaren zestig = ontkerkelijking = onvoldoende belangstelling van de overheid voor religie = desintegratie van de samenleving = criminaliteit. Eigenlijk zijn alle problemen dus te wijten aan mijn goddeloze generatie. En nu moeten wij als de donder naar kerk en moskee om tot vroom volkje te worden bijgeschoold door pastoors en imams, want anders hebben wij geen deel aan de dialoog over integratie. Wee ons! Wee over Amsterdam en de goddelozen!

Burgemeester Cohen bewijst weliswaar lippendienst aan de scheiding van kerk en staat, maar in werkelijkheid wil hij die moslims die deze scheiding afwijzen tegemoetkomen door in dit verband een onderscheid te maken tussen autochtonen en allochtonen: ,,Voor de laatsten speelt religie vaak een grote rol, een rol die als bindmiddel in de samenleving niet onderschat moet worden.''

De burgemeester bracht hiermee, hopelijk onbedoeld, een levensgevaarlijke tweedeling aan tussen de Amsterdammers. Hij betoogde ,,dat onze westerse normen en waarden precies dát zijn: westerse normen en waarden''. En omdat het ,,niet vanzelf spreekt dat onze normen en waarden door anderen worden gedeeld'', gelden voor meer aan hun religie gehechte allochtonen andere, in moskee of tempel uitgedragen, normen en waarden.

Nee, burgemeester, de normen en waarden waarover u spreekt gelden voor alle Amsterdammers.

Laat ik alsjeblieft geen misverstand oproepen: ik beschouw de vrijheid van godsdienst als een schone zaak, ik heb eerbied voor mijn gelovige medeburgers. Maar ik laat me niet door de burgemeester van Amsterdam aanpraten dat de oplossing voor de bestuurlijke problemen van de hoofdstad te beluisteren valt in kerk en moskee, of te lezen valt in heilige boeken die (om nog maar eens Multatuli aan te halen) een `verstandbedervende invloed' hebben en `onovertroffen zijn in schandelijke taal en walgelijke vuiligheden'.

Intussen is me nog steeds onduidelijk waarop Cohen precies doelt als hij wil dat de overheid meer oog krijgt voor de religie.

Als de bussen en trams niet of niet op tijd rijden, moeten we dan bidden voor het GVB? Als schoolklassen naar huis worden gestuurd wegens het lerarentekort, moeten de kinderen dan naar het godsdienstonderwijs worden verwezen? Als de wachtlijsten in de gezondheidszorg groeien, moeten we dan bedevaarten houden of op wonderbaarlijke genezingen hopen? Als meer dan zeventig procent van de bevolking tegen verzelfstandiging van het GVB is, moet het besluit daartoe van de gemeenteraad dan maar in de vorm van een pauselijke bul of van een fatwa worden opgelegd?

Waar is, als we gaan tornen aan de scheiding tussen kerk en staat, het einde?

Cohen, lees Multatuli!

,,Lang nadat alle godsdienst zal uitgeroeid wezen, of teruggedrongen naar de lagen der maatschappij, waar thans nog t geloof heerscht aan `aardmannetjes en heksen', zullen wysgeer, kunstenaar, moralist en wetgever te stryden hebben met de zielewanstaltigheid welke door dien godsdienst veroorzaakt is geworden.''