James Bond Beach

Een droge martini is er niet te krijgen. Kennen ze James Bond er eigenlijk wel? Pieter Steinz reisde naar het Jamaica van 007-auteur Ian Fleming: zijn villa is nu een luxe hotel.

Op de A1 tussen Ocho Rios en Port Maria volgt de ene wegpiraat de andere op – een voortdurende herinnering aan de tijden dat Jamaica bekend stond als het grootste zeeroversnest van de Caraïben. Maar de roekeloos inhalende auto's en de gedurfde slaloms die iedere bestuurder moet maken om de diepe gaten in het postkoloniale wegdek te ontwijken, brengen ons alleen maar meer in de stemming. Het reisdoel is Goldeneye, de villa aan de Jamaicaanse noordkust waar Ian Fleming zijn James Bond-romans schreef; en als we aan onze rechterhand een kleine airstrip met een verroest vliegtuigwrak passeren, weten we dat we op de goede weg zijn.

Zonder Jamaica was er nooit een James Bond geweest, heeft Ian Fleming (1908-1964) altijd beweerd. De Brit werd verliefd op het klimatologisch bevoorrechte eiland toen hij er tijdens de Tweede Wereldoorlog als marinespion gelegerd was, en kocht er in 1947 een stuk land dat als racebaan had gediend voor de nabijgelegen kustplaats Oracabessa (`Gouden Hoofd' in het Spaans). Zijn (verre) buurman was de toneelschrijver Noel Coward, en in de winters wedijverden de twee upper-class entertainers in het onthalen van beroemde gasten als Anthony Eden, Graham Greene en Liz Taylor.

Bond de vogelkenner

In 1952 begon Fleming in zijn eigengebouwde villa aan Casino Royale, de eerste van 14 avonturenromans met de potente en stijlvolle geheim agent 007 in de hoofdrol. Bij wijze van grap gaf hij zijn held de naam van de schrijver van het handboek Birds of the West Indies; de ornithologische klassieker van professor James Bond wordt nog steeds aangeraden in iedere goede Jamaica-gids. Drie van Flemings boeken — The Man with the Golden Gun, Dr No en Live and Let Die — zijn gesitueerd in de koloniale nederzettingen, idyllische baaien en mangrovebossen van Jamaica; en dankzij het immense succes van de James Bond-verfilmingen (waarvan Fleming alleen het begin meemaakte) zijn het locaties die ook de filmliefhebber in het geheugen gegrift staan.

Goldeneye, dat werd verbouwd door de vooral als platenbaas bekende hotelmagnaat Chris Blackwell (een stiefzoon van Fleming), staat bekend als het exclusiefste hotel van Jamaica. Het isolement wordt gekoesterd; we zijn al twee keer aan Noel Cowards huis voorbijgereden wanneer we eindelijk op een door hekwerk gescheiden muur de naam van de villa op een piepklein bordje tegenkomen. De met tropische bomen beplante oprijlaan ziet er aanlokkelijk uit, maar een bewaker is onverbiddelijk: zonder reservering kom je niet binnen. Als we geïnteresseerd zijn in James Bond, kunnen we beter doorrijden naar James Bond Beach, slechts vijf minuten verder.

In de hoop dat we Goldeneye via het strand kunnen bereiken, volgen we de aanwijzingen. James Bond Beach (entree: vijf Amerikaanse dollars) blijkt een door hekken afgeschermde landtong van een paar hectare, met twee strandjes, flink wat kleedhokjes, een restaurant en een overdekt terras. Bezoekers zijn er op deze dinsdag niet, maar een stapel leeggezogen kokosnoten bij een verlaten kraampje suggereert dat er in het weekend meer leven is.

Omdat het weer wisselvallig is en de door de reisgids vermelde `jet-ski safari's langs de kust' niet tot de mogelijkheden behoren, besluiten we wat te gaan drinken in de Moonraker Bar bij het terras. Voorspelbaar genoeg bestel ik een martini, maar in de verwachting dat de barvrouw na al die jaren doodmoe alle Bond-grappen wel doodmoe is, laat ik de toevoeging `shaken, not stirred' achterwege. Een kwartier later meldt ze beschroomd dat niemand weet hoe je een martini maakt. Ik verander de bestelling en herinner me de oude Bescheurkalenderwijsheid: ,,Op heel Hawaii is geen Bounty te vinden.''

Ian Flemings villa is vanaf James Bond Beach niet te zien, maar als de pina colada's bijna op zijn, blijkt de redding nabij. Een oude schipper biedt aan om ons voor twintig dollar over zee naar Goldeneye te brengen — op een zogeheten glass bottom boat, een van de toeristische musts van Jamaica. Geen vis vertoont zich tijdens de tocht onder het be-algde glas op de bodem, maar na een kwartiertje varen komt boven water wel de weelderig begroeide rotskust en daarna de bebouwing van het domein Goldeneye in zicht. De riffen omzeilend loodst onze schipper de boot tot op een twintigtal meters van Flemings paradijs.

Schrijfhuisje

Het langwerpige witte huis valt een beetje tegen. Veel meer tot de verbeelding spreekt een iets verderop aan het water gelegen dependance met een veelhoekig terras. ,,Dat was het schrijfhuisje'', zegt de schipper. ,,Het staat in verbinding met de grot waarop het is gebouwd; daar kon Fleming tussen het schrijven door mediteren.''

Niets verwijst hier direct naar James Bond. De rich and famous komen niet naar Oracabessa voor een literaire of cinematografische bedevaart, maar om in alle rust vakantie te houden. Zoals veel Jamaicaanse luxehotels bestaat Blackwells Goldeneye uit verschillende huisjes met twee of drie kamers die direct aan het water liggen. Als we verder de baai invaren, zien we dat alle appartementen uitkijken op een klein groen eilandje en op een idyllisch zandstrand aan de Caraïbische Zee. Het geheel straalt de luxe, calme et volupté uit die James Bond zich gewoonlijk veroorlooft na een geslaagde missie. Je zou je niet verbazen als je Sean Connery in een van de strandstoelen een kopje Jamaicaanse Blue Mountain-koffie zag drinken, of wanneer Ursula Andress als een moderne Venus uit het blauwe water zou oprijzen.

Toch is het is jammer dat Goldeneye niet, in navolging van Cowards huis Firefly, voor ten minste een deel veranderd is in een monument of museum voor de succesvolste creatie uit de misdaadliteratuur. Wie nu op Jamaica in de voetsporen van James Bond wil treden, moet naar Kingston en omstreken, waar de locatiescènes van de verfilming van Dr. No (1962) werden opgenomen. In de koloniale chic van de Liguana Club (uptown) dronk Sean Connery cocktails met Professor Dent; op de smalle strook land naar het vliegveld in de baai, `The Palisadoes', werd hij in zijn snelle auto bijna het slachtoffer van een sigaret met cyaankali; in de bar van Morgan's Harbour Hotel in Port Royal belandde hij bij een gevecht tussen de kratten Red Stripe, Jamaica's nationale bier. In kamer 105 van Morgan's, zo schrijft de goed ingevoerde Rough Guide to Jamaica, speelde zich de scène af waarin Bond wakker wordt met een spin op zijn borst; onvermeld blijft het feit dat het in Flemings Dr. No (1958) een giftige duizendpoot is – te inheems voor de worldwide market.

Op geen enkele van de filmlocaties wordt overigens gerept van de Bond-connectie. De aandacht van de Jamaican Tourist Board gaat onverdeeld uit naar het natuurschoon en de nalatenschap van reggaegrootheid Bob Marley. In de boekhandels van Kingston en Ocho Rios is het al niet veel beter; zelfs de meest Jamaicaanse Bond-avonturen ontbreken op de schappen. Inderdaad: op heel Jamaica is geen Fleming-boek te vinden.

REISINFORMATIE

Jamaica is een duur vakantieland, ook voor hen die niet logeren in Goldeneye (vanaf 500 Amerikaanse dollar p.p.p.n., boeken via www.islandoutpost.com/Goldeneye); prijzen zijn Amerikaans.

Er zijn geen directe vluchten vanaf Schiphol. Met British Airways (15 uur reizen via London Gatwick) kost een retour naar Montego Bay, afhankelijk van het seizoen, vanaf 700 euro.

Vanaf Mo'Bay is het nog een uur of drie per auto naar Oracabessa. Hotels in de buurt kosten gemiddeld 100 dollar p.p.p.n. De Rough Guide raadt Reef Point in het schilderachtige vissersplaatsje Port Maria aan (10 kilometer oostwaarts, 125 dollar, reserveren via 011 1876 9940814). Oracabessa is een goede uitvalsbasis voor uitstapjes in de omgeving.