Illusies

De voorstelling van de olympische schaatsploeg op nationaal sportcentrum Papendal was een hoogmis met drie heren: Willem-Alexander, Hans Blankert en Mart Smeets. Vooral de NOS-presentator was een zeer vergulde voorganger. Hij stak zowaar God naar de kroon in boenwasgeluk. In een mix van enthousiasme en humor opende Mart de hemelpoorten voor iedere olympische gast. Zelfs de skiër met één been werd per kwinkslag in een paradijselijke staat gebracht. Dat de arme jongen zo dicht bij het opperste geluk stond, had hij nooit eerder geweten.

Ook voor Willem-Alexander was de afstand tussen hemel en aarde weggevallen. Of de kroonprins de Spelen zou bijwonen bleef onzeker. ,,Ik heb Máxima nog niet verteld waar de huwelijksreis heengaat.'' Maar: ,,Wat de bestemming ook zal zijn, in gedachten zal ik bij jullie staan te juichen op de tribunes.''

Arme Máxima.

Lig je met zo'n kersverse bruidegom in bed, zit hij met zijn gedachten tussen de mormonen van Utah. Terwijl zij ligt te woelen van verlangen droomt hij zich in het Swift Skin-schaatspak van Rintje, wauwelt half comateus iets over het betere bochtenwerk van Salt Lake City en wordt zwetend wakker met een hallucinerende `yes'. Het nachtjaponnetje van Máxima is onberoerd gebleven. Alweer een nacht – de zoveelste – dat de belofte van liefde niet is ingelost.

Het laatste is voor de voorzitter van het NOC*NSF geen probleem meer. Hans Blankert is getranscendeerd tot protocollaire fossiel. De liefde voorbij. Waar het om gaat is dat Ids, Rintje, Gianni en Marianne hem de eer van het succes gunnen. Met nog meer gouden plakken dan Anton Geesink voor mogelijk had gehouden. Hans Blankert is een fundamentalist in de onthechting: geluk zijn de anderen. Opa-erotiek.

Waar het ook om gaat is dat de olympische schaatselite zich als de crème van de natie gedraagt. Als het ware ingevroren blijft in fatsoen, normen en waarden. Het NOC*NSF is tenslotte van een andere statuur dan de KNVB. Er zal in Salt Lake City ook nu wel weer een Holland House zijn waar alleen maar gezellige schunnigheid heerst, maar verder dan de klompendans mag het niet gaan. Zeker de atleten mogen geen aanleiding geven tot exhibitionistisch wangedrag. Wat Rogge voor het IOC is, is Blankert voor het NOC*NSF: `Mister Clean.'

Arme Hans.

De voorzitter heeft zich van eeuw en van maatschappelijk segment vergist. Sport in Nederland staat voor elitaire bravoure, voor gelegitimeerde braspartijen, voor beau monde-privileges, een enkele keer voor doping. De schaatssport heeft zich vele jaren als een parallele wereld `plattelands onnozel' weten te houden, maar sinds enige tijd woeden ook in Thialf en omstreken de tentakels van de verdorven stad. De heren Ritsma en Romme zijn inmiddels verworden tot ordinaire poenpakkers, met Porsche. Lijfeigenen van hun eigen status en kapitaal, tot op het bod versponsord, tot in het weefsel van hun kleine teen verwend. Ze wilden pas in het nieuwe aërodynamische schaatspak nadat Nike de toezegging had gedaan dat er naaistertjes naar Salt Lake City worden gestuurd. Waarom niet ingezet op Yves Saint Laurent? De meester heeft tijd zat.

Analoog aan de voetballers van het Nederlands elftal onderhouden de schaatsers een soort aristocratie van de onrust. Nu weer zijn ze niet te spreken over het logement. Van het NOC*NSF moeten ze in het atletendorp verblijven. Romme en Ritsma willen de strijd afwachten in een hoger gelegen villa van hun respectievelijke sponsors. Een suite in een hotel mag ook. Marianne Timmer kan zich dan weer geen succes voorstellen zonder het dagelijkse bubbelbad met man/coach Peter Mueller. Kortom, gedoe.

Zoals je van Ad Melkert niet kan verwachten dat hij, conform het biefstuk-socialisme van zijn voorgangers, elk lepeltje kaviaar afwijst, mag je van schaatsers niet verhopen dat ze de Nederlandse volksaard intact houden: zonder spruitjes en bloemkool geen leven. Leve de vooruitgang, ook op de ijzers. Maar dat wil nog niet zeggen dat de helden van het ijs zich opeens met het grote St. Moritz-dedain boven Friezen en aanverwante plebejers moeten stellen. Een Porsche in de zomer mag. Een Ferrari ook. Maar hok tenminste voor de duur van de Spelen samen in het voorgeschreven atletendorp. Laat ons de illusie van een team, laat ons de mythe van een natie.