Huisafval per kilo betalen werkt goed

In Luilekkerland is het niet nodig te weten wie hoeveel gebruikt. Consumptie is daar niet gratis, maar alle kosten worden gelijk verdeeld over alle inwoners. Als iedereen evenveel betaalt, kost een extra hapje uit de rijstebrijberg niets extra. Het is `gratis'. U begrijpt, overgewicht is probleem nummer één in Luilekkerland.

Toch is dit Luilekkerland op veel terreinen realiteit. Zo zijn er anno 2002 in Nederland nog steeds huishoudens zonder watermeter, nog steeds hangt de wegenbelasting niet af van het aantal gereden kilometers, en nog steeds betaalt men in veel gemeenten voor het ophalen van drie vuilniszakken per week evenveel als voor één zak per maand.

Dat is niet alleen onrechtvaardig voor de kleinverbruiker, het leidt ook tot overconsumptie. Immers, als krentenbollen `gratis' waren, zouden ze al snel aan de varkens worden gevoerd. Het hoofdelijk omslaan van kosten is verdedigbaar als noodoplossing in gevallen waar het individueel meten van gebruik technisch onmogelijk of te duur is. Maar voor waterverbruik, voor huishoudelijk afval en zelfs voor individuele autokilometers is dat allang niet meer het geval.

Terwijl niemand bezwaar maakt tegen het feit dat men bij de bakker meer betaalt naarmate men meer krentenbollen meeneemt, steekt er een storm van protest op tegen plannen om per eenheid te betalen voor zaken als weggebruik of het ophalen van afval. Het laat zich raden dat dit verzet vooral komt uit de hoek van de grootverbruikers. De kilometervreters en de huishoudens met bergen afval tonen een grote inventiviteit bij het vinden van bezwaren. Het zou niet werken. Het zou de privacy aantasten of fraude in de hand werken. Gelukkig zijn er bestuurders die zich door lobby's van grootverbruikers niet van de wijs laten brengen en bestuurlijke daadkracht tonen. Het gemeentebestuur van Oostzaan, dat al in 1992 besloot tot invoering van het afrekenen van afval per kilo (`diftar'), verdient wat dit betreft een compliment.

In NRC Handelsblad van 9 januari 2002 wordt even uitgebreid als eenzijdig stil gestaan bij een aantal schaduwkanten van diftar in de gemeente Borger. Sinds de invoering van het betalen per kilo zet drie procent van de huishoudens de container niet meer buiten, wordt afval meegenomen naar de werkgever en meegegeven aan familie waar diftar niet is ingevoerd of illegaal gedumpt, al of niet in de container van buren. Een manager van een supermarkt ,,ziet dat diftar niet werkt''.

Gelukkig is er systematischer onderzoek gedaan naar het diftarsysteem dan alleen het optekenen van de persoonlijke impressies van enkele inwoners van Borger. De conclusie van dat onderzoek is dat betalen per kilo voor het ophalen van afval per saldo een groot succes is. Uitgebreid Gronings onderzoek, waarbij het wekelijkse afvalgedrag van alle huishoudens in Oostzaan gedurende een aantal jaren is gevolgd, laat zien dat diftar leidt tot een reductie in de hoeveelheid huishoudelijk afval met ongeveer een derde, dat deze reductie niet tijdelijk maar permanent is, dat slechts vijf procent verdwijnt via werkgever of familie, en dat illegale dumping erg meevalt.

De sterke reductie in de hoeveelheid afval wordt bereikt door zelf composteren van groente-fruit-tuin-afval, door het meer recyclen van papier en glas en door kritischer om te gaan met verpakkingen bij het doen van boodschappen.

De prijsprikkels van het diftar-systeem zorgen daarmee precies voor de gewenste gedragsveranderingen. Het systeem is niet alleen kostenefficiënt voor de gemeente (tegenover de hogere kosten van inzameling staan lagere verwerkingskosten door de kleinere hoeveelheid afval), maar zorgt ook voor belangrijke milieuwinst.

De ervaringen in Borger tonen aan dat succes wel vereist dat aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Zo dienen de containers bij voorkeur voorzien te zijn van een slot en moeten er in de gemeente voldoende plaatsen zijn waar glas, papier en metalen kunnen worden ingeleverd. Ten slotte is een minimum aan sociale controle vereist. Zo zal niemand serieus voorstellen een dergelijk systeem in Amsterdam in te voeren.

Veel gemeentebestuurders weten gelukkig allang dat diftar werkt. Odoorn, waarmee Borger in 1998 fuseerde, kende toen al een diftarsysteem. Als dat niet had gewerkt, zou het niet ook in Borger zijn ingevoerd. Inmiddels betaalt dertien procent van de Nederlanders per kilo, per zak of per lediging. In 2000 was dat nog geen tien procent. Er zijn echter nog tal van plaatsen in Nederland (en daarbuiten) waar diftar met succes kan worden ingevoerd. Het enige dat daarvoor nodig is, is politieke moed en bestuurlijke daadkracht.

Peter Kooreman is hoogleraar Micro-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, Maarten Allers werkt aan die universiteit bij het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).