Hollands Dagboek: Eric Verhoef

Eric Verhoef (34) is bezig met zijn zevende Dakar-rally. De motorrijder uit Veldhoven hoopt zondag in Senegal op het podium te staan als een van de drie beste amateurs. Verhoef is vrijgezel.

Woensdag 2 januari

Om zes uur opgestaan na een rotnacht. Ik heb lang liggen piekeren in mijn tentje. Gisteren heb ik 2 uur en 24 minuten straftijd gekregen en duizend euro boete. Twee uur wegens verboden assistentie. De andere tijdstraf en de boete voor te hard rijden. Ik reed 84 kilometer in een dorpje waar ik maar 40 mocht. Met die straf voor de snelheidsovertreding heb ik geen moeite: regels zijn regels. Maar dat de jury mijn klassement kapot maakt omdat mijn vader een plakbandje op mijn roadbook doet, daar snap ik niks van. Dat is toch geen assistentie te noemen? Mijn vader is voor het eerst in Afrika naar mij komen kijken. Hij kent de regels niet en was een beetje te enthousiast. Daar schuilt toch geen kwaad in? Ik heb beroep aangetekend.

Gelukkig is motorrijden de beste remedie tegen ellende. Van Er-Rachidia moesten we naar Ouarzazate, de eerste lange proef. Een prachtroute, Marokko lijkt soms net Arizona. Alle druk viel van me af, ik kreeg meteen weer goede zin. Dakar is toch de mooiste rally ter wereld. Het enige dat ik jammer vind is dat mijn gsm het dit jaar in Marokko doet. Wat blijft er van het Parijs-Dakargevoel over als je ook al in de woestijn gebeld kan worden?

's Avonds voor de tweede maal mijn protest toegelicht. Om tien uur doet de wedstrijdleiding uitspraak. Verdorie, ik had om negen uur op bed willen liggen. Morgen moet ik om vijf uur op voor een etappe van 793 kilometer.

De jurykamer met al zijn computers bevindt zich in een vliegtuig. Voor de deur zag ik op het uitslagenbord dat Johnny Halliday op de 59ste plaats staat. Niet slecht voor zo'n Franse André Hazes.

Yes! Mijn twee uur tijdstraf is kwijtgescholden. Dat is toch het voordeel als je voor de zevende keer meedoet: zo langzamerhand weten ze wel dat ik niet vals speel. Om half elf lig ik in mijn tent.

Donderdag

Een vreselijke dag. Door dat gedoe met de jury heb ik twee nachten slecht geslapen. Van vermoeidheid miste ik vandaag na 200 kilometer een bocht. Dat gebeurt me anders nooit. Ik knalde op een steen en vloog over de kop. Zelf had ik alleen een pijnlijke pols. Maar mijn motor leek wel een aangereden kerstboom. Uitlaat, koppeling, de kuip, alles was stuk. Pas na twintig minuten kon ik weer verder. Een paar uur gas geven bleek goede therapie voor mijn pols, ik heb er geen last meer van.

Het vervelende van die valpartij is dat ik opnieuw weinig kan slapen. Ik moet zelf mijn motorfiets repareren. Als ik geluk heb, kan ik nog net een paar uur gaan liggen voor ik weer van start moet. Tussen de etappe van vandaag en die van morgen zit maar acht uur pauze. Vlak na middernacht moet ik wéér bijna 800 kilometer rijden, maar nu door het donker. Een mooi eindklassement kan ik nu wel uit mijn hoofd zetten. Degene die op weg naar Dakar de minste moeilijkheden heeft komt het verst. Dakar is afzien. Maar ik blijf lachen, het is hobby.

Vrijdag

Om één uur vanmorgen gestart, voor de rit van Tan-Tan naar Zouerat. Een ideale route voor forenzen: almaar rechtuit en héél snel. Vlak voor de start van de klassementsproef stond een Italiaanse motorrijder met zijn armen in de lucht te jammeren: `Waarom zijn we hier aan begonnen?' Alfie Cox, een Zuid-Afrikaanse motorrijder, lachte eens en zei toen: `O, jij bent zeker een van die gevangenen die ze als straf aan deze rally laten meedoen.'

Het landschap onderweg leek wel wat op Nederland. Net zo plat, maar dan met niks erop. Dit is het armste deel van Mauretanië. Je hebt mensen die het schandalig vinden dat wij met zulke dure motoren door zulk arm gebied rijden. Zouden de mensen hier beter af zijn zonder de rally? Overal staan langs de kant mensen te juichen, de rest van het jaar gebeurt hier nooit wat. Bovendien brengt het geld op, want de organisatie bezorgt de bevolking veel werk. En onze boetes voor te hard rijden, die we vanmiddag moesten betalen, schenkt de organisatie ook aan een goed doel in Afrika.

Zaterdag

Een fantastische dag. Van Zouerat naar Atar, het eerste echt zware parcours met steeds hogere duinen. Op techniek rijden, daar moet ik het van hebben. Om half een 's middags was ik al binnen. Ben meteen voor pampus gaan liggen. In een hotel, want ik wil even weg van dat stoffige en lawaaiige bivak. Met collega Bertus Schoonderbeek, zijn mecaniciens en twee sponsors die een paar dagen uit Nederland zijn overgekomen hebben we in Atar enkele kale kamers gehuurd voor 1.500 Franse francs. Dat is toch de beste vorm van ontwikkelingshulp, recht in de pocket van de mensen die het nodig hebben.

Een Hollandse avond: een van de sponsors had een koeltas meegenomen vol zoute haring, paling en zalm. De whisky-cola die ze er bij schonken heb ik stiekem weggekieperd – ik moet nog een eindje rijden.

Zondag

Eindelijk rust. Ik heb deze rustdag echt nodig. Afgelopen nacht door de muggen weer weinig geslapen. Mijn motor heeft een grote beurt nodig. Ik bof dat Jaap van der Kooy al is uitgevallen. Zijn mecaniciens, Herman Buitenhuis en Hans Greefhorst, gaan nu voor mij sleutelen. Bij de vrachtwagens van mijn motorfabrikant KTM haal ik nieuwe oliefilters, tandwielen en een ketting, zodat Herman en Hans aan de slag kunnen.

Als gevolg van mijn valpartij vorige week sta ik op de vijfde plaats van het amateurklassement, 37 minuten achter de nummer één. Maar de zwaarste piste komt nog en ik heb mijn portie tegenslag al gehad. Ik heb er weer het volste vertrouwen in, ik kan nog winnen.

In het hotel lag mijn motoruitrusting als nieuw op tafel: gewassen in een oude koelbox door de jongetjes van het hotel. Mijn tent opgezet voor mijn kamer. Eens kijken of we zo het gevecht met de muggen kunnen winnen.

Maandag

Een dag om snel te vergeten. Twee rijders ingehaald in het eerste kwartier, daarna brak de veer van mijn standaard. Erger was dat even later ook mijn kilometerteller het begaf, uitgerekend in een etappe zonder navigatiesysteem. Ik kon niks anders doen dan sporen volgen. Omdat Per Gunnar Lundmark met pech uitviel ben ik een plaatsje opgeschoven in het klassement. Maar op mijn drie voornaamste concurrenten verloor ik flink wat tijd.

Bij de lunch met etappewinnaar Alfie Cox en de Duitse rijdster Andrea Mayer gesproken over John Deacon, de Engelse collega die vorig jaar bij de Masterrally in Syrië is verongelukt. Hij is er deze Dakar voor het eerst niet bij, daar moest ik op de motor al een paar keer aan denken. Ik heb aan de organisatie nog gevraagd of we hem niet kunnen herdenken, maar ik geloof dat de meesten er liever niet aan herinnerd willen worden.

De eerste 150 kilometer vandaag kon ik wel dromen. Ik weet vrijwel zeker dat dit mijn laatste Dakar is. Je hebt drie soorten rijders: de amateurs die de rally alleen maar willen uitrijden, de subtoppers en de toprijders. Ik ben vaak genoeg aangekomen en rij al jaren in de subtop. Om met de toptien mee te doen moet je het hele jaar rijden en trainen, net als Alfie bijvoorbeeld. Die zit twee uur per dag op de roeimachine en rijdt het hele jaar door rally's. Ik geloof niet dat ik dat er voor over heb, mijn werk is me ook wat waard. En ik weet ook niet of in Nederland geld te vinden is om prof te worden. Andrea begreep het wel. Zij beseft ook dat ze nooit een toptienrijder zal worden. Ik blijf overigens wel rallyrijden. De Masterrally gaat dit jaar van Sint-Petersburg naar de Zwarte Zee. Dat lijkt me wel wat, ik ben nog nooit in Rusland geweest. Rallyrijden is echt de mooiste vorm van toerisme.

We moeten het hotel uit. Vijftien Noren hebben veertien dagen Atar geboekt. Ben benieuwd in welke reisgids ze dat arrangement hebben gevonden.

Dinsdag

Naar Tidjikja rijden, dat is elk jaar afzien. Niemand komt hier lachend aan de finish, alleen masochisten. Een hele dag hobbelen over van dat nare kamelengras – ze hebben in dit stuk van de woestijn vast een tekort aan kamelen.

Wat tijd verloren op mijn concurrenten. Ik moet slim rijden, voor zekerheid kiezen. Als ik fysiek niet doseer en elke dag tot het uiterste ga, haal ik Dakar domweg niet. Uitrijden is mijn eerste doel.

Bij de briefing om negen uur 's avonds vertelde rallydirecteur Hubert Auriol dat er vandaag iemand in de rally was overleden. Omdat de familie nog niet was bereikt, wilde hij nog geen naam noemen. Dan ga je rare dingen denken, ook al omdat Bertus nog niet in het bivak was gearriveerd. Later hoorde ik dat het om een Franse chauffeur ging. Het klinkt misschien gek, maar je bent zo geconcentreerd op de rally dat je niet lang stilstaat bij zo'n ongeval.

Woensdag 9 januari

Zelden zo moe geweest na een etappe. Onderweg door de hoge bloeddruk nog een bloedneus gekregen. Mijn laarzen voelden na afloop alsof ze twee maten te klein waren. Toch met schwung gereden, heel soepel. In het klassement weer een paar plaatsen opgeschoven. Als ik Dakar haal, is deze rally voor mij dik geslaagd. Met de toppers kan ik niet concurreren, die jongens zijn veel te fit en kunnen zelfs de Tour de France rijden. Maar met de amateurs en de marathonrijders strijd ik dit jaar om de prijzen.