Hoe Israëls Dr. Egozi verrechtste

In Israël is een gestage verrechtsing aan de gang, die door de Palestijnse intifadah in een stroomversnelling is gekomen. Dr. Yacov Egozi verpersoonlijkt die ontwikkeling. Opgevoed als socialist, afgedreven naar extreem-rechts.

Dr. Yacov Egozi (60) herinnert zich als de dag van gisteren dat hij als kind door zijn socialistische vader werd weggehaald toen hij keek naar bokslessen in het sportlokaal van de nationalistische Israëlische Herut-partij in Petah-Tikwa. ,,Je mag daar geen voet meer zetten, zei mijn vader'', zegt hij in zijn villa in Oranit, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever.

Tussen Mapai, de partij van David Ben Gurion, en Herut, van Menahem Begin, heerste voor en na de stichting van de staat Israël in 1948 zo'n bittere ideologische rivaliteit over de deling van Palestina dat Egozis belangstelling voor boksen bij Herut door zijn vader als verraad werd opgevat. (Uit Mapai is de Arbeidspartij voortgekomen terwijl Herut de kern is van Likud.)

De waarden van het zionistische socialisme werden Egozi thuis met de paplepel ingegeven. Tientallen jaren is deze kankeronderzoeker de Mapai-ideologie van David Ben Gurion blindelings trouw gebleven. Na de oorlog van 1967 pleitte Ben Gurion voor opgave van alle veroverde gebieden, met uitzondering van Oost-Jeruzalem, in ruil voor vrede. ,,Daar stond ik volledig achter'', zegt Egozi.

Maar de laatste jaren heeft hij onder de invloed van de mislukking van de top in Camp David in de Verenigde Staten en de erop volgende tweede intifadah een snelle zwenking naar extreem-rechtse denkbeelden doorgemaakt. De Palestijnse moord op minister Rehavam Ze'evi, de leider van Moledet (vaderland), heeft hem in het kamp gebracht van deze ultrarechtse partij, die voor uitzetting van de Palestijnen ageert. ,,Na die moord is bij mij zoals bij velen een lichtje gaan branden. ,,Vrede zonder uitzetting [van de Palestijnen en Israëlische Arabieren naar Jordanië] is onmogelijk. Wij hier, zij daar. Ik ben echter realist. Uitzetting zal niet gebeuren.''

Egozi vertelt dat hij voor de oorlog van 1967 geen ,,territoriale visie'' had. ,,Gebiedsuitbreiding kwam niet in me op. Ik was toen blij dat we na de holocaust een land voor het joodse volk opbouwden. Ik trouwde met een meisje uit Jemen.''

De oorlog van 1967 had weinig effect op de in zijn jeugd gevormde denkbeelden. ,,Het Palestijnse probleem was toen lang niet zo scherp omlijnd als nu'', zegt hij. Hij zag wel iets in de stichting van een Palestijnse staat.

De gezamenlijke Egyptisch-Syrische verrassingsaanval op Israël op Grote Verzoendag in 1973 gaf Egozi een duw naar rechts. ,,Ik had toen het gevoel van een nieuwe holocaust'', zegt hij. Uit het collectieve Israëlische bewustzijn dat in de eerste oorlogsdagen een ramp nabij was, is Gush Emoniem, het verbond der getrouwen, geboren. Zoals de stichting van de staat Israël het antwoord was op de holocaust, zo was de religieus geïnspireerde nederzettingsdrang in Eretz-Israël, het land van Israël, door Gush Emoniem een reactie op de angst voor ondergang in 1973.

,,Ik steunde Gush-Emoniem niet'', zegt Egozi. ,,Maar er is in 1973 wel iets in me gebeurd. Dat is er pas later uitgekomen''.

Egozi kon zich verenigen met de opgave van de Sinaïwoestijn voor vrede met Egypte. Ook tegen de ontmanteling van alle nederzettingen in deze woestijn maakte Egozi geen bezwaar. Terwijl hij nu blij is met Ariel Sharon als Israëls premier omdat deze zich niets van de wereld aantrekt, had hij nog scherpe kritiek op Sharon toen deze als minister van Defensie onder premier Begin tijdens de Libanese oorlog het Israëlische leger tot Beiroet liet optrekken.

De eerste intifadah, die in 1987 uitbrak, was de aanzet tot Egozis breuk met het socialistische nest waarin hij was opgegroeid. Hij verafschuwde dat de Palestijnen stenen gooiende kinderen inzetten en begon de nederzettingen te zien als een reactie op Palestijnse agressie. In deze fase van het gesprek wordt Egozi's woordgebruik en toon heftiger. ,,De Palestijnen zijn geen volk. Ze hebben nooit een hoofdstad gehad. Het zijn moslims die met hun hoofd in de richting van Mekka bidden met hun kont naar Jeruzalem gericht. In de Koran zegt Mohammed dat wie zijn boodschap weigert met geweld moet worden benaderd.''

In 1991, tijdens de eerste intifadah, betrok hij zijn huis in Oranit in bezet gebied. ,,Ik wilde een huis met bomen en planten er omheen. Dat bracht me naar Oranit. Ideologische motieven zaten daar niet achter.''

Egozi stond niet afwijzend tegenover het akkoord van Oslo in 1993. ,,Fijn, vrede zonder een Palestijnse staat, want dat staat niet in Oslo dacht ik.'' Het optreden van Yasser Arafat sedertdien heeft hem tot de conclusie gebracht dat de Palestijnse leider ,,alleen maar bloed ziet en het joodse volk niet in het Midden-Oosten aanvaardt''.

Egozi was inmiddels al zover naar rechts opgeschoven dat hij de ondertekening van het akkoord van Oslo in Washington door premier Yitzhak Rabin als verraad beschouwt. ,,Rabin verried het zionistische ideaal'', zegt hij. Likud-leider en later premier Benjamin Netanyahu werd onder de invloed van de Palestijnse terreur zijn nieuwe held. ,,Ik stemde in 1996 op Netanyahu omdat hij ons trots en waardigheid gaf.''

Voor de socialist Ehud Barak die Netanyahu als premier opvolgde heeft Egozi geen goed woord over. ,,Hij gaf opdracht tot de vlucht van het Israëlische leger uit Libanon en ging naar de onderhandelingen in Camp David om ons land te verkwanselen. Ik voelde me verloren. Ik was blij dat mijn dochter naar Engeland was gegaan.''

De atheïst Egozi dankt God nu op zijn blote knieën ,,dat deze zo'n idioot als Arafat tot leider van het Arabische (Palestijnse) volk heeft gemaakt. Arafat had alles in Camp David (van Barak) kunnen krijgen. Arafats debiele volk, gespuis eigenlijk, heeft niet begrepen dat Arafat helemaal geen oog heeft voor hun werkelijke belangen, maar uitsluitend aan zelfverheerlijking doet.''