Geen politieke moraal in Indonesisch schandaal

De voorzitter van het Indonesische parlement staat sinds deze week te boek als verdachte in een corruptieschandaal, maar weigert af te treden. Hij heeft de wet aan zijn kant, maar hoe staat het met de politieke moraal?

Een verdachte is onschuldig totdat zijn schuld is bewezen. Dit beginsel uit het repertoire van de rechtsstaat wordt door Indonesische machthebbers luidkeels aangeroepen om geen afstand te hoeven doen van hun ambt. Tegen Syahril Sabirin, de gouverneur van de centrale bank, loopt een proces wegens malversaties met steunkredieten aan een reeks handelsbanken. Hij moet regelmatig in de rechtbank verschijnen, maar piekert er niet over om zijn positie op te geven.

Deze week heeft Sabirin gezelschap gekregen in het beklaagdenbankje. Procureur-generaal Abdul Rahman verklaarde maandag in zijn jaarverslag dat Akbar Tandjung, oud-minister en voorzitter van het parlement, in het gerechtelijk onderzoek naar een corruptieaffaire uit 1999 is `opgewaardeerd' van getuige tot verdachte. Hij zou als hoofd van het Staatssecretariaat en lid van het kabinet van oud-president B.J. Habibie zo'n 40 miljard roepia (5 miljoen euro) uit de kas van het Openbaar lichaam voor de distributie van basisvoedsel (Bulog) hebben ontvangen. Hij zou dit bedrag hebben gebruikt voor zijn partij, Golkar, om dit gewezen politieke vehikel van generaal Soeharto met zo min mogelijk schade door de eerste vrije verkiezingen in ruim veertig jaar te loodsen.

Een partijgenoot van Tandjung, Syamsul Mu'arif, medebestuurder van Golkar en minister van Informatie en Communicatie in het kabinet van president Megawati Soekarnoputri, relativeerde de aantijging met de opmerking dat ,,destijds alle partijen bijdragen kregen uit de Bulog-pot met uitzondering van de PRD''.

De Democratische Volkspartij (PRD) is een links-radicale formatie die in 1999 niet de kiesdrempel haalde en onder conservatieven geldt als de belichaming van het `communistische gevaar'. Dat de wet dergelijke genereuze campagnebijdragen verbiedt, vond de minister kennelijk van minder belang.

Een oud-Bulogbestuurder, zelf verdachte in deze zaak, heeft verklaard dat de 40 miljard roepia in kwestie via Tandjung ter hand zijn gesteld aan leden van het Golkarbestuur. Tandjung zelf beweert dat hij het geld aan een humanitaire stichting heeft gegeven met de opdracht er voedselpakketten voor te kopen en uit te delen aan de armen. Bestuurders van de districten waar deze stichting haar goede werk zou hebben gedaan, hebben nog nooit van de club gehoord.

Voordat het OM Tandjung tot verdachte `verhief', reisden onderzoeksofficieren in december naar Hamburg, waar oud-president Habibie tegenwoordig woont. Diens verklaringen waren hoogst belastend voor Tandjung. Die zou van de president opdracht hebben gekregen om de Bulog-fondsen aan te wenden voor noodhulp en van Tandjung, in strijd met diens bewering, nooit een verslag hebben gekregen van die operatie.

Habibie heeft hoogstwaarschijnlijk zelf opdracht gegeven om Golkar met extra fondsen door de verkiezingen te helpen, maar doet nu of zijn neus bloedt.

De oud-president heeft nog een appeltje te schillen met Tandjung, omdat die in het najaar van 1999 openlijk betwijfelde of Habibie wel de meest geschikte presidentskandidaat van Golkar was.

Woordvoerders van enkele fracties hebben Tandjung opgeroepen om zijn ambt van parlementsvoorzitter neer te leggen, al was het maar voorlopig, ,,zolang zijn naam niet door de rechter is gezuiverd''.

Staatsrechtsgeleerden geven toe dat de wet parlementsvoorzitters die te boek staan als verdachte niet gebiedt af te treden, maar achten dit op ethische gronden gewenst. ,,De voorzitter van de volksvertegenwoordiging dient boven iedere verdenking verheven te zijn'', aldus prof. Sri Soemantri uit Bandung. Dit beroep op de politieke moraal is aan Tandjung niet besteed. Hij beschouwt aftreden, al was het maar tijdelijk, als een schuldbekentenis.

Tandjung moet inmiddels op drie borden tegelijk schaken. Het OM zal hem de komende weken de duimschroeven aandraaien, want bij de volgende verhoren is hij niet langer getuige maar verdachte. Enkele fracties in het parlement hebben geen vertrouwen in de uitkomst van het gerechtelijk onderzoek en vrezen handjeklap tussen Golkar en het OM. Zij willen een parlementaire enquete naar de zaak.

Megawati's nationalistische PDI-P, de grootste fractie in het parlement, is verdeeld. Er zijn er die rivaal Golkar graag de voet dwars zetten voor de verkiezingen van 2004. Anderen vrezen dat een afrekening met Tandjung de coalitie die Megawati's regering steunt fataal zal splijten en het land onregeerbaar zal maken.

Tandjung krijgt, ten slotte, ook te maken met vijanden in zijn eigen partij. Afdelingen in Zuid-Sulawesi en Zuid-Sumatra hebben al gepleit voor een buitengewoon congres. Met `politieke moraal' heeft dat allemaal niet zo veel te maken.