Documentaire vergalt Grieks bezoek aan VS

Griekenland en de Verenigde Staten hebben een ongemakkelijke relatie, bleek weer eens tijdens het bezoek van de Griekse premier aan het Witte Huis.

Vlekkeloos is het bezoek, deze week, van de Griekse premier Kostas Simitis aan de Amerikaanse president George Bush niet verlopen. Het onderhoud duurde drie kwartier en ging over bestrijding van terrorisme. Dat ligt in de Grieks-Amerikaanse verhouding al gevoelig, maar het gesprek kreeg extra lading door een documentaire over Griekenland in de reeks Sixty Minutes van de Amerikaanse tv-station CBS.

Het programma ging over de veiligheid van de Olypische Spelen in 2004 in Athene. Die kan, aldus de makers, absoluut niet worden gegarandeerd. Een van de redenen daarvan is de terroristische organisatie 17 November, die al een kwart eeuw actief is zonder dat de Griekse autoriteiten ook maar een spoor van de daders heeft ontdekt. Veel Amerikanen verdenken de socialistische regeringspartij Pasok ervan dat ze 17 November de hand boven het hoofd houdt. Van de 23 slachtoffers van de mysterieuze organisatie hadden vijf de Amerikaanse nationaliteit.

In het programma kwamen verschillende Amerikaanse experts, zoals de voormalige ambassadeur in Athene Tom Miles en familieleden van slachtoffers, aan het woord. Er werd gesuggereerd dat de Griekse parlementsvoorzitter Kaklam√°nis iets met 17 November te maken heeft. Minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou, die door de makers vooraf tachtig minuten was ondervraagd, had hun standpunt kunnen nuanceren, maar zijn woorden sneuvelden op de montagetafel. Net als die van Dora Bakoyanni, dochter van de conservatieve oud-premier Mitsotakis en weduwe van een ander slachtoffer.

Tot overmaat van ramp stond er dezer dagen ook nog een grote advertentie in de Washington Post, afkomstig van een (anonieme) Griekse-Amerikaan, waarin Griekenland ,,een land dat het terrorisme bevordert'' werd genoemd. Dat valt terug te voeren op de verontwaardiging in de VS over de reacties in Griekenland op de aanslagen in New York en Washington (waarbij overigens ook tientallen Griekse-Amerikanen zijn omgekomen). De teneur in de Griekse media en op straat was, dat het Amerika's eigen schuld was. Woedend waren ze in de VS over de opmerking van de Atheense aartsbisschop, die sprak van `toorn Gods'.

Waar komt het ongebreidelde anti-Amerikanisme van de Grieken toch vandaan? Wellicht heeft het te maken met de steun van de VS voor de kolonelsjunta in de periode tussen 1967 en 1974. De poging van oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger om destijds een verdeling van Cyprus te willen doordrijven die de Turken welgevallig was, ligt bij veel Grieken nog vers in het geheugen.

Ook in een verder verleden viel de Amerikaanse bemoeienis met Griekenland naar de zin van de Grieken zelden in goed aarde. In 1955 maande toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Foster Dulles ,,beide partijen'' tot bezinning na de gruwelijke Turkse pogrom op Griekse bezittingen in Istanbul. En de Amerikaanse voogdij na de burgeroorlog van 1946 tot 1949, pakte ookm al niet zo goed uit. Daaraan Simitis refereerde deze week toen hij in een onverwacht ferme verklaring voor zijn vertrek uit Athene zei: ,,De tijd is voorbij dat Griekse premiers naar Washington reisden om opdrachten in ontvangst te nemen.''