De warmte van het lullen in je eigen taal

Bij Zaanstad Turk Spor zijn de niet-Turken op de vingers van twee handen te tellen. De club is populair, al sturen veel ouders hun kinderen liever naar een `Nederlandse' club.

Een bui hangt nog twijfelend in de lucht. Op het gladde grasveld zet het derde elftal van Zaanstad Turk Spor (ZTS) op het hoofdveld de tegenstander aardig onder druk. Het is zwart tegen blond: de voetballers van ZTS zijn allen Turken, die van Purmerland allen blonde Nederlanders. De spelers hakken soms met grof geweld in op elkaars scheenbenen. Het dreigt even te escaleren als een tegenstander een ZTS'er na een hoorbaar harde tackle uitmaakt voor `vieze Turk'. Het blijft bij de borstkassen groot maken en die tegen elkaar aanduwen.

ZTS begon eind jaren zeventig als een jongerensoos in de Zaanse wijk Poelenburg, ook wel de Turkenburg genoemd vanwege het hoge aantal Turkse bewoners. Een voetbalteam was snel gevormd. ,,De jongens hadden er behoefte aan om samen te zijn'', zegt medeoprichter Hasan Uzun in de bestuurskamer. ,,Ze voetbalden allen bij verschillende Nederlandse verenigingen, maar het leek hen leuker samen met andere Turkse jongens te spelen, effe in je eigen taal lullen met z'n allen.''

De Turkse club was jarenlang de snelst groeiende vereniging in Noord-Holland. Het begon met een elftal dat zijn wedstrijden op gehuurde veldjes moest afwerken; nu zijn er twee eigen velden, een kantine en zelfs een stukje overdekte tribune. ,,Het is de schuld van Nederlandse verenigingen dat ZTS bestaat'', beweert Adnan Bay, trainer van de selectie. ,,Kennelijk voelden de jongens zich gediscrimineerd, achtergesteld of gewoon niet op hun gemak bij Nederlanders.'' Bay verruilde zelf als een van de eersten een Nederlandse vereniging voor ZTS. ,,Ik sprak toen niet zo goed Nederlands, daardoor voelde ik me ook minder op mijn gemak bij Nederlanders. En de sfeer, hè. Turken onder elkaar, zo warm.''

Het ging misschien te snel te goed met ZTS. Tot voor kort telde de jeugdafdeling van ZTS acht elftallen. Vlak voor de start van dit seizoen moest de vereniging de jeugdafdeling noodgedwongen afstoten. De club beschikt niet over geschikte accomodaties zoals trainingsvelden en een sporthal, wat leidde tot onvrede onder de ouders. Ook waren er steeds meer Turkse ouders die hun kinderen liever niet wilden afzonderen op een `eigen' vereniging.

Trainer Bay is het daarmee eens: ook hij vindt het beter voor de ontwikkeling en integratie van jongetjes dat ze met Nederlandse leeftijdgenootjes omgaan. Wat betreft de oudere spelers hanteert Bay andere criteria. Omdat ze toch al hun weg in de maatschappij hebben gevonden, mogen die best eens in de week onder elkaar zijn, zegt de hoofdtrainer.

ZTS telt 168 leden. Het aantal niet-Turken is op de vingers van twee handen te tellen. ZTS is open voor iedereen, zegt Bay: ,,Ik zou ook meer Nederlandse spelers in mijn selectie willen hebben, maar die komen niet. Het woord Turk in onze naam zal ze wel afschrikken.''

Bay en Uzun vinden niet dat ZTS een wig heeft gedreven tussen Turkse en Nederlandse Zaankanters. Het aantal Turken dat bij andere clubs in Zaanstad speelt, is ten minste het dubbele van het totale aantal leden van ZTS. Ze geloven zelfs dat ZTS juist veel heeft betekend voor de integratie. Zoals? Het blijft lang stil in de bestuurskamer, en het gemompel wat dan volgt klinkt onsamenhangend en mist overtuigingskracht. Zo zou ZTS hebben bewezen dat ook Turken een eigen vereniging kunnen runnen en dat ze enkele vooroordelen jegens Turken hebben weggenomen.

ZTS heeft in ieder geval naam gemaakt in Noord-Holland, meer als gevolg van de driftige buien van spelers en toeschouwers dan door de sportieve prestaties. Bay wijt de molestaties van scheidsrechters en tegenstanders aan `zuidelijke hartstocht'. ,,Wij Turken voetballen met ons hart, Nederlanders met hun hoofd. We zijn emotioneler en minder verstandig op het veld. Dan wil het wel eens gebeuren dat de gemoederen verhit raken.'' Bay waarschuwt zijn spelers voor elke wedstrijd ,,het hoofd niet te verliezen''. Volgens hem lokken racistische tegenstanders en partijdige scheidsrechters agressie uit. ,,Nederlanders willen niet verliezen van ons, dat pikken ze niet. Tegen ons zijn ze alsof ze een interland tegen Turkije spelen. En als het eenmaal uit de hand is gelopen moet je vechten, je laat je niet in mekaar rammen.''

Zoals vorig seizoen. ,,We werden in Egmond door hun spelers en publiek onder de voet gelopen. Terwijl we in ons gelijk stonden, werden we in de regionale media aangewezen als de schuldigen. En bij de KNVB hebben we het ook verloren aan de tafel. De kunst van praten beheerst ook ons bestuur niet.''

Een jongen komt de bestuurskamer binnen. Bay stelt hem met trots voor. ,,De aanvoerder van het Nederlands elftal tot vijftien jaar.'' Raif Samat speelde tot drie jaar terug nog bij ZTS, maar omdat Zaanlandia betere accomadaties heeft, is hij verhuisd. ,,Het is overal even leuk'', zegt hij verlegen. ,,Het gaat me om het voetbal.'' Hij wil graag prof worden. Op de vraag waar zijn voorkeur naar uitgaat, antwoordt hij zonder nadenken. ,,Een Turkse club''. Oranje of het Turkse elftal? De verslaggever moet eens ophouden met het stellen van domme vragen, lijkt hij met zijn verveeld kijkende ogen te willen zeggen. ,,Het Turkse elftal, tuurlijk.'' Bay grijpt in: ,,Dat moet je niet zo zeggen. Straks denken de lezers dat het onze eigen schuld is dat we niet integreren.''

Buiten heeft de zon de donkere wolken verdreven. Een prachtig voetbalweertje. Toch is het veld ruim voor de reglementaire afloop verlaten. De spelers bleken op de vuist te zijn gegaan na harde overtredingen over en weer, (foute) beslissingen van de scheidsrechter en racistische opmerkingen van spelers van Purmerland. En de toeschouwers hebben het veld bestormd, waarna de gasten zich hebben teruggetrokken in de kleedkamer. Ze wachten op de politie.

,,Zonde dat dit moet gebeuren, elke keer weer hier'', zegt de keeper van Purmerland. Hij ontkent met een andere instelling aan een wedstrijd tegen ZTS te beginnen dan gewoonlijk. ,,Het is juist leuker om tegen deze jongens te spelen, ze zijn zo technisch.'' Wat vindt hij van racistische opmerkingen in het veld? ,,Dat hoort erbij. Ze noemen ons ook kaaskoppen. Moet ik me meteen gediscrimineerd voelen? Dacht 't niet.''

Even later vertrekt de spelersgroep van Purmerland onder begeleiding van twee agenten. Een ZTS-bestuurder schudt hun handen. ,,Volgende week weer een team van Purmerland op bezoek'', zegt een Turkse jongen. ,,Laat ze alvast de politie bellen'', lacht een ander.