De sultan en de schildpad

In Brunei, een mini-oliestaatje in Zuidoost-Azië, heerst rust. Zelfs Bin Laden en Afghanistan zijn aan dit islamitische land voorbijgegaan.

Prins Jefri heeft het land uit zijn slaap willen wekken, maar dat ontaardde ten tijde van de Aziatische crisis in geldsmijterij.

`Ik val steeds op mijn bureau in slaap.'

Rossnah en Kassim zitten aan zee op het Monument van het Miljardste Vat naar een ansichtkaart van een zonsondergang te kijken. Om het jonge stel staan piepschuimen bakjes, twee verzegelde flesjes water en er ligt een gesloten pakje sigaretten. Het is nog ramadan en vandaag gaat de zon volgens het ministerie van Religieuze Zaken van Brunei officieel onder om vijf minuten over zes. Terwijl Rossnah aan de etensbakjes friemelt, kijkt Kassim op zijn horloge. Dan zegt hij `ja' en zijn vrouw maakt alles open. De hemel blijft oranje, want de zon wil ondanks het ministeriële decreet nog niet weg.

Aan de horizon, op zee, branden de vlammen uit de schoorstenen van de boorplatforms van het Zuidwestelijke Ampa olie- en gasveld. Met het monument dat lijkt op drie samengebonden rookworsten vierde het Zuidoost-Aziatische miniland Brunei tien jaar geleden dat het één miljard vaten olie uit de grond had gehaald. Eromheen staan tientallen ja-knikkers geruisloos nog meer minerale brandstoffen omhoog te pompen. Een enkele machine doet dat al sinds de jaren dertig, toen het eerste zwarte goud begon te stromen. Olie en later gas maakten de Bruneiers tot de rijkste mensen op aarde. Althans, als je het hoge nationale inkomen van bijna zes miljard euro deelt op het kleine aantal Bruneiers. Hoewel je de echte rijkdom nergens aan afziet, is niemand in Brunei werkelijk arm. De twee jong getrouwde moslims evenmin. Hun geloof valt hun nu even zwaar. Ze willen niet praten, alleen eten en drinken en roken. ,,Ik kom de dag bijna niet door'', zegt Kassim over de islamitische vastenmaand. ,,Ik val steeds op mijn bureau in slaap'', vertelt Rossnah.

Olie en islam, dat is in het kort Brunei Darussalam oftewel Brunei Woonplaats van Vrede. Het land ligt aan de noordelijke kust van het eiland Borneo, is ongeveer even groot als Zuid-Holland en heeft 330.000 inwoners en 113 moskeeën en bidhuizen. Het is een absolute monarchie waar sinds 1962 formeel de noodtoestand geldt. De 55-jarige Sultan Hassanal Bolkiah, tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten, tevens minister-president en minister van Defensie en van Financiën, heeft de absolute macht, eist volstrekte gehoorzaamheid van de bevolking en geeft aan iedereen een goud op snee handgeschreven koran. En het is een land waar een liter water bijna twee keer zo duur is als een liter superbenzine à zeventig cent.

,,Olie en islam'', herhaalt Nordin Mohammad, een vrouwelijke ambtenaar op het immense ministerie van Religieuze Zaken, ,,het buitenland denkt dat we een of ander terroristennest zijn in de Verenigde Arabische Emiraten. Maar u hebt het gezien: in Brunei gebeurt helemaal niets en daar zijn we trots op.''

Slaapverwekkend

Uitspattingen en alcohol zijn bij wet verboden, moslimfundamentalisme ook. Religie beheerst leven en werken en vergeleken met islamitische landen als Maleisië en Indonesië is het soennitische Brunei streng in de leer. Maar niemand hoeft te vrezen voor een afglijden van het land naar een extremistische variant van de islam. Daar is de behoefte aan saaie rust en slaapverwekkende stabiliteit veel te groot voor. Even waren er ook in Brunei Osama bin Laden T-shirts te koop. Voordat ze verboden konden worden, waren ze al uit de handel: ze liepen eenvoudigweg niet.

,,Afghanistan leeft hier niet, want niets leeft hier.'' Ehsyam Abdul, dertig jaar, werkloos en staatloos doordat alleen zijn moeder Bruneise is, zit na te genieten van zijn oneliner op de enige plek in het land waar na acht uur 's avonds nog wat te doen is. Langs het terras van een Amerikaans koffiehuis in het winkelcentrum van Gadong trekt een eindeloze stoet auto's met twintigers voorbij. De bestuurder heeft één hand op het stuur en de andere hangt met een sigaret uit het open raam waaruit ook het harde gekreun van Britney Spears stampt. ,,Volgens mij is dat er één.'' Ehsyam wijst op een doorsnee Toyota met gesloten ramen waarachter oudere mannen zitten. ,,Religieuze politie. Ze zijn overal. Nemen anti-islamspullen in beslag: kruisbeelden, T-shirts met logo's van biermerken, cocktailstaafjes in de vorm van naakte vrouwen.'' In de hippe auto's rondom de verdachte middenklasser gaan hier en daar de raampjes dicht.

,,Dat is helemaal geen religieuze politie'', lacht Hadji Mohammad Taha, ,,dat zijn toezichthouders.'' Hij is één van de drie topmannen van het ministerie van Religieuze Zaken en verantwoordelijk voor de tientallen `toezichthouders' die controleren of moslims zich aan de islamitische regels houden. Wie alcohol drinkt of tijdens de ramadan overdag eet wordt zonder meer gearresteerd. ,,Inclusief het bewijsmateriaal'', zegt Taha over de drank of het voedsel. Intens tevreden over zijn eigen vondst legt hij uit dat de `misdadiger' niet alleen een boete moet betalen, maar ook verplicht is te verschijnen op de van islamitische propaganda vergeven nationale tv-zender RTB. Mét dat bewijsmateriaal. ,,U begrijpt'', zegt Taha, ,,iedereen houdt zich hier aan de religieuze regels.''

De moslim Ehsyam Abdul kan er niet om lachen. Veel jongeren evenmin, vooral degenen die in Europa en Amerika studeren. Daar zien ze wat vrijheid, ontplooiing en drinken is. ,,Alcohol is hier verboden, maar als ik wil, ben ik elke dag dronken'', verklaart Ehsyam doodernstig. Kwestie van weten waar de goeie feesten zijn. Tegenover de `westerse studenten' staan de jongeren die naar hoog aangeschreven, streng-islamitische universiteiten gaan, zoals Al-Azhar in Kairo. ,,Daar komen ze als fundamentalistische, of erger, als extremistische moslims van terug'', sombert Ignatius Stephen, directeur van de Bruneise nieuwsdienst op internet. ,,En dan gaan ze de jongeren te lijf die in het westen hebben geroken aan, laten we zeggen, een seculier Brunei.''

Die wereldlijke studenten willen de ketenen van het staatsgeloof afwerpen. Net zoals hun held, de 47-jarige prins Jefri, probeerde. De broer van de sultan is het zwarte schaap van de omvangrijke koninklijke familie van het sultanaat. Wat dat betekent legde de prins uit in Le Monde: ,,In Brunei is een machtsstrijd gaande tussen de open, moderne en pro-westerse stroming die ik vertegenwoordig en degenen die een conservatief, religieus regime willen.''

Wat die open, moderne, pro-westerse stroming vermag, kwam in 1998 aan het licht. Jefri, tot 1997 minister van Financiën en tot 1998 hoofd van het fonds dat de enorme olie- en gasinkomsten belegde, had in ruim vier jaar tijd minstens 45 miljard euro over de balk gesmeten. Bijvoorbeeld aan ,,langbenige vrouwen'', zoals de lokale krant schreef over onder anderen `Miss U.S.A. 1992', die zei dat ze samen met zes fotomodellen een maand lang als `seks-speeltje' opgesloten had gezeten in het koninklijk paleis. ,,Na 1998 hebben we het over bijna niets anders gehad dan over prins Jefri'', zegt Ehsyam Abdul enthousiast. ,,Logisch, want eindelijk gebeurde er eens wat.''

In de paniek zag de kortgehouden pers zijn kans schoon en voor het eerst konden de Bruneiers vaststellen hoe extreem rijk, stuurloos en verdeeld hun koninklijke familie eigenlijk was. De wanhopige sultan vervolgde zijn eigen broer, die zijn tweeduizend op kleur gesorteerde auto's moest inleveren. Én zijn twintig Britse monteurs, én zijn 117 vliegtuigen én zijn onvoltooide jacht `Tits' dat hem een half miljard euro kostte, maar zeventig miljoen euro waard bleek te zijn. De grootste belediging kwam daarna: `de moeder aller veilingen' waar de boedel van Jefri's failliete bedrijf onder de hamer ging: van bladgouden toiletrolhouders tot twee echte brandweerauto's en alles daar tussenin. De veiling flopte. Niet alleen leverde die net genoeg op om de kosten ervan te dekken, ook was het land dat zo graag met rust gelaten wil worden opeens wereldnieuws. Brunei ging de wereld over als het achterlijke oliestaatje waar een dictator-sultan alle overheidsinkomsten in eigen zak steekt.

Leeg pretpark

Jefri had zijn land alleen maar willen moderniseren. Hij begon met infrastructurele verbeteringen en een netwerk voor mobiele telefonie. Maar de prins sloeg door. Het resultaat ligt op 25 kilometer van de hoofdstad van Brunei, Bandar Seri Begawan. Daar, bij het vissersdorpje Jerudong, staat een immens, bijna nieuw pretpark waar niemand komt en Jefri's droomhotel, The Empire. Bedoeld als een achtsterrenhotel-aan-zee met villapark, sportclub en golfbaan, voorzien van 18 verlichte holes. ,,Wat het allemaal gekost heeft zullen we nooit weten'', zegt de Indonesische Helen Nolita. Ze is van `Klantenrelaties', ,,maar er zijn nauwelijks klanten, dus ik leid u even rond''.

Wat volgt is een duizelingwekkende rondrit op een golfkarretje langs lege sportclubs, bioscopen, villa's-met-zwembad en de uitgestorven, verlichte 18-holes golfbaan waar personeel duimen zit te draaien. ,,Van de 432 kamers zijn er nu 51 bezet, ondanks een tariefsverlaging van zeventig procent.'' Binnen moet vooral de lobby de bezoeker imponeren: gouden trapleuningen, roltrappen, spiegellijsten en met bladgoud ingelegde metershoge pilaren en complexe gipsen ornamenten in de plafonds. ,,Deze kost 23.000 Brunei dollar'', zegt Nolita terwijl ze klopt op haar houten bureau dat omgerekend 15.000 euro heeft gekost. Ze wijst naar een klein beeldje van een met goud behangen kristallen kameel: ,,Hier bestaan er maar vier van in de wereld, wij hebben er twee. Een half miljoen Brunei dollar per stuk.'' Alles is met de hand gemaakt door buitenlandse ambachtslieden van wie er nog ruim driehonderd op hun geld wachten.

,,Prins Jefri noemt het Empire hotel en alles wat hij heeft aangeschaft heel duur'', zegt een van de weinige westerse diplomaten in Brunei. ,,Maar hij heeft er heel veel geld voor betaald, en dat is echt wat anders.'' Zo vond de prins het wat roze, maar tamelijk dure marmer in The Empire bij nader inzien niet helemaal goed. Dus werd het er allemaal weer uitgebikt en vervangen door evenveel tonnen groen marmer uit Italië. Volgens goed gebruik onder bedrijven die met Jefri zaken deden offreerde de marmerleverancier vijf keer de normale prijs. Hij kreeg de klus toch wel. ,,Maar het marmer moet zo snel mogelijk in Brunei zijn'', verordonneerde Jefri's bouwbedrijf, ,,dus vlieg het maar in.''

Jefri's hotel moest het chicste bestek en servies krijgen, dus kocht hij de exclusieve Londense juwelier Asprey op. Een goede investering, dacht de prins, want die zaak loopt voortreffelijk. Asprey draaide inderdaad uitstekend wegens één trouwe klant: prins Jefri.

Ranglijst

Voor de val van zijn broer was de sultan volgens het zakenblad Forbes in 1997 de rijkste man op aarde, met een geschat vermogen van bijna vijftig miljard euro. Maar dat vermogen kan ook in 's lands schatkist zitten, want in Brunei is het volstrekt onduidelijk wat van de staat is en wat van de koninklijke familie. Dat die scheiding praktisch niet bestaat heeft de voormalige minister van Financiën maar al te duidelijk gemaakt. Mede dankzij hem dook zijn broer in 1998 met nog maar een vermogen van minder dan twintig miljard euro naar de vijftiende plaats van de Forbes-ranglijst. Dat jaar was dan ook het annus horribilis van Brunei. Het land werd toen getroffen door een plotselinge Aziatische crisis die gepaard ging met extreem lage olie- en gasprijzen. Maar daar heeft de bevolking geen boodschap aan: Jefri is, vindt men, als enige schuldig aan de economische problemen waarmee Brunei nog steeds worstelt.

Jefri's pretentie vertegenwoordiger te zijn van een seculiere stroming versterkte juist de positie van zijn tegenstanders, zoals zijn broer prins Mohamad, tevens minister van Buitenlandse Zaken. Onder diens invloed `islamiseert' Brunei weer tot een land dat zoveel mogelijk van de buitenwereld is afgesloten. De sultan op zijn beurt ziet voortaan af van al te weelderige feesten en loopt in plaats daarvan scholen en moskeeën af. ,,Dit land is als een schildpad die altijd in zijn schulp heeft gezeten'', zegt de anonieme diplomaat. ,,Die ene keer dat het zijn kop naar buiten stak, schrok het dier zo erg dat het die kop in paniek weer gauw naar binnen haalde.''

Overal in Brunei is te zien wat de diplomaat bedoelt. Het land ademt verval. De Bruneiers weten hun hoge gemiddelde inkomen goed te maskeren. In de hoofdstad Bandar staan kantoren leeg, is reclamemateriaal voor vakanties verbleekt en komt niemand naar Harry Potter. Hoewel niet ouder dan drie, hooguit vier jaar, rot en roest alles weg. Het beeldenpark dat Brunei's aansluiting moet verbeelden bij Asean, de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties, staat deels blank en brokkelt de Brunei-rivier in. In die rivier wonen 30.000 mensen op palen in Kampung Ayer. Ze lijken in armoede te leven. De huizen zijn opgetrokken uit bouwafval, net als de huizen van hun voorvaderen die zich hier vestigden vóórdat olie gevonden werd. Maar nu hangen in de rotte muren splinternieuwe airco's en kunststof kozijnen, staan schotelantennes van enkele meters doorsnee voor het huis en wachten dure auto's op de paalbewoners. Maar riolering ontbreekt in `Waterwijk' en het vuilnis uit de huizen golft op de rivier als een veerbootje langs het palendorp vaart.

Elders in het land heerst dezelfde treurigheid. Het zwarte, betonnen karkas van wat een enorme bibliotheek had moeten worden staat te rotten in regen en zon. Niets meer aan gedaan sinds het rampjaar 1998. Hetzelfde geldt voor de half afgebouwde wegen die allang klaar hadden moeten zijn. Of een tribune die uitziet over de Baai van Brunei en waar vermoedelijk kanowedstrijden werden gehouden. Alles is er nog, kano's, restaurant, werkplaats, maar het geheel lijkt plotseling te zijn verlaten. Ook de Taman Mini, parken waar Aziatische landen zich in het klein presenteren, is in Brunei in staat van ontbinding.

Dit geldt bepaald niet voor alles wat de naam van de sultan draagt. Het luxe winkelcentrum Hassanal Bolkiah, het nationale stadion Hassanal Bolkiah en de enorme moskee Hassanal Bolkiah: de bouwers ervan hebben zich in ieder geval niet door zoiets als een beperkt budget laten tegenhouden. Ook alles wat door en voor de sultan is gebouwd verkeert in uitstekende staat. Het is herkenbaar aan een overvloedig gebruik van 22-karaats goud, van een massief gouden arm om des sultans kin te ondersteunen tijdens zijn langdradige kroningsceremonie tot de gouden koepels op zijn paleis, het Istana Nurul Iman. Met 1788 kamers, een eetzaal voor vierduizend personen, een bidruimte voor 1500, achttien liften, kliniek, sporthal en ondergrondse parkeergarage van drie verdiepingen is het het grootste koninklijke onderkomen ter wereld. Kosten: vierhonderd miljoen euro. De sultan is immers even gehecht aan een overvloedige levensstijl als zijn playboy-broer Jefri. Alleen was de laatste zo onverstandig dit aan de buitenwereld te laten zien, en stelt sultan Bolkiah zijn paleis drie armzalige dagen per jaar open voor het publiek. En dan nog gedeeltelijk.

,,Brunei krijgt het heel zwaar'', is de overtuiging van Stephen van brudirect.com. ,,Waarom?'' Hij kijkt vanuit zijn raam neer op het verregende commerciële hart van Bandar Seri Begawan en begint een monoloog: ,,Dankzij Jefri zijn de reserves goeddeels op en net als de olieprijs gaat hier ook het opleidingsniveau naar beneden. Oliegeld heeft de lokale bevolking verwend. Iedereen werkt hier heel hard om maar niet te hoeven werken. Bruneiers zijn irritant trotse mensen. Maar trots op wat? Dit land is niet met bloed, zweet en tranen opgebouwd: een paar Nederlanders en Britten verdienen het geld en de rest van Brunei probeert het weer zo snel mogelijk op te maken.'' Op een dag zijn de olie en het gas op, en dan verdwijnt Brunei van de landkaart. ,,Want geen Bruneier weet wat het is om initiatief te nemen'', zegt Stephen. ,,Alles komt hem aanwaaien. Gezondheidszorg en onderwijs zijn gratis, voedsel en benzine gesubsidieerd en belasting betaalt hij niet. Dat smoort tegelijk elk verzet tegen de regering. Want wie geen belasting betaalt, heeft ook niets te zeggen.''