De slagaders van Joseph Conrads `Heart of Darkness'

Leestips en een literaire stoomcursus van Pieter Steinz. Wat te lezen na Heart of Darkness van Joseph Conrad?

2002 is een perfect jaar voor literaire herdenkingen. Schrijvers als Harry Mulisch en Günter Grass worden 75; René Goscinny, William Faulkner, Lodewijk van Deyssel en Émile Zola zijn respectievelijk 25, 40, 50 en 100 jaar dood; John Steinbeck en Menno ter Braak zouden 100 geworden zijn, Alexandre Dumas (père) en Jacob van Lennep werden precies 200 jaar geleden geboren. En dan zijn er de verjaardagen van klassieken uit de wereldliteratuur, waaronder Uncle Tom's Cabin (150), Anna Karenina (125), A la recherche du temps perdu (75), Invisible Man (50) en De ontdekking van de hemel (10).

Ook Heart of Darkness van Joseph Conrad (1857-1924) hoort in dit rijtje thuis. De mysterieuze novelle, over een nachtmerrie-achtige missie in de binnenlanden van koloniaal Afrika, mag dan aan het eind van de negentiende eeuw in een tijdschrift gepubliceerd zijn, het verscheen pas in 1902 in boekvorm, als een van de verhalen van de bundel Youth. Niet dat de uit Polen geëmigreerde Conrad (Józef Teodor Konrad Korzeniowksi) er meteen beroemd mee werd. Het verhaal van de idealistische ivoorhandelaar Mr. Kurtz, die in de wildernis is vervallen tot barbarij, maakte diepe indruk op Conrads collega-tijdgenoten (T.S. Eliot kwam er in zijn gedichten herhaaldelijk op terug), en had grote invloed op andere schrijvers; maar het werd pas echt een begrip toen Francis Ford Coppola het bewerkte tot de Vietnam-film Apocalypse Now. Dankzij Marlon Brando's `captain' Kurtz zijn de sleutelwoorden uit Heart of Darkness – `The horror! The horror!' onder filmliefhebbers even bekend als `I'll be back' of `E.T. phone home'.

Wát precies de verschrikking was waarnaar Kurtz op zijn sterfbed verwees, is al honderd jaar onderwerp van interpretatie. Laten we het erop houden dat Kurtz, een hollow man die stroomopwaarts aan de rivier (de Congo) de meedogenloze übermensch heeft uitgehangen, tot het inzicht komt dat de mens in extreme omstandigheden tot het ergste in staat is – een waarheid die als motto voor de twintigste eeuw kan dienen. Conrad was een pessimist; zijn Heart of Darkness is niet het minst een (soms zwart-humoristische) veroordeling van het Belgische imperialisme waarmee hij een blauwe maandag als loods op de Congo te maken had gehad. De ironie wil dat Conrad in de jaren zeventig door de Afrikaanse schrijver Chinua Achebe postuum beschuldigd werd van de koloniale, racistische, Westerse blik die hij in Heart of Darkness juist kritiseerde.

Heart of Darkness (in Nederland vertaald door Bas Heijne) wordt beschouwd als een van de pioniersteksten van het modernisme, de literaire stroming die brak met de negentiende-eeuwse realistische traditie om de moderne mens en de techologisch geavanceerde twintigste eeuw beter te kunnen weergeven. Vooral Conrads gebruik van een ik-verteller, Marlow, die niet helemaal begrijpt wat hij voor zijn ogen ziet gebeuren, houdt de reis naar de krochten van de menselijke natuur ook bij een derde of vierde herlezing mysterieus; en, wat bij een eerste lezing belangrijk is: spannend, sfeervol en geestig.