De opmars van de mega-jackpot

Het aantal deelnemers aan loterijen is het afgelopen decennium enorm toegenomen. De teller van de jackpot tikte mee. ,,Het besef dat één miljoen euro al ontzettend veel geld is, lijkt een beetje zoek.'

In den beginne was Nederland een godvrezende natie aan de Noordzee. De Nederlander verdiende zijn dagelijks brood in het zweet zijns aanschijns en hij beleende zijn geld niet op woeker. Wie zó handelde, zei de Schrift, zou nimmer wankelen.

Sober, hardwerkend, en met een zeker wantrouwen tegen makkelijk verdiend geld. Dat was het beeld van het protestantse Nederland over de hele wereld. Vrekkigheid en een gebrek aan levenskunst golden als de keerzijde van de calvinistische moraal. Nadat de trommel met kaakjes bij de thee één maal was rondgegaan, ging de deksel er weer op.

In 2002 klopt er weinig meer van dat beeld. De Nederlander schudde in de jaren `90 de calvinistische mores definitief van zich af en stortte zich wellustig op de champagne, het tweede huis en de derde auto, verdiend met opties, aandelen en... de loterijen.

Het loterijwezen heeft het afgelopen decennium een enorme vlucht genomen. Neem de Postcodeloterij. In 1989, het eerste jaar, legden 70.000 deelnemers gezamenlijk 15 miljoen gulden in. Tien jaar later waren dat 2,2 miljoen deelnemers en een inleg van 579 miljoen gulden. Het prijzengeld steeg navenant. De tv-prijs van 1990 (64.000 gulden) geldt tegenwoordig als een soort troostprijs. De `Nieuwjaarskanjer' bedroeg dit jaar 40,6 miljoen gulden (18,4 miljoen euro). De bom met geld viel in een straat in Lelystad, waar de gelukkigste prijswinnaar zo'n acht miljoen gulden rijker werd. Marktleider De Nederlandse Staatsloterij kon niet achterblijven en zette de teller van de superprijs van de Oudejaarsloterij op 22 miljoen gulden (10 miljoen euro). De Huwelijksjackpot, die op 29 januari wordt verloot, staat op 9 miljoen euro, opnieuw een record.

Het risico van dit prijzenfestijn is dat de maat der dingen een beetje uit het oog wordt verloren. Anne de Lange van de Staatsloterij spreekt van `prijsinflatie'. ,,Veel mensen kijken eerst naar de hoogte van de jackpot en besluiten dan nog even te wachten als deze nog `maar' op 2 miljoen euro staat. Het besef dat één miljoen al ontzettend veel geld is, lijkt een beetje zoek''. De Staatsloterij denkt dat de grens met de huidige hoofdprijzen wel ongeveer bereikt is. De Lange: ,,Wij zoeken het niet meer in nóg hogere prijzen. Als de inkomsten stijgen, keren we dat liever uit door de prijzen over de hele linie te verhogen, dan door een hoofdprijs van 30 miljoen euro in te zetten.''

Maar het is de vraag of de Staatsloterij aan dat idee zal kunnen vasthouden. Concurrentie van met name Duitse loterijen was immers een belangrijke oorzaak van de verhoging van de hoofdprijzen. Nu het kabinet het voornemen heeft om over drie jaar drie nieuwe spelers op de loterijmarkt toe te laten, ligt een nieuwe prijzenwedloop voor de hand.

In Spanje is een jackpot van 50 miljoen euro niet ongewoon, in de VS viel onlangs een prijs van ruim 225 miljoen euro. Daarmee kan geen enkele Nederlandse loterij concurreren. Internet, het wegvallen van juridische belemmeringen en de komst van de euro zijn andere factoren die zullen bijdragen aan een verdere internationalisering van de loterijmarkt.

De houding van het publiek tegenover extreem hoge hoofdprijzen is overigensdubbelhartig. Desgevraagd zegt een meerderheid dat ze de voorkeur geeft aan een loterij die tien prijzen van een miljoen uitkeert in plaats van één jackpot van 10 miljoen. De praktijk wijst echter anders uit: niet de hoogste kans om een prijs te winnen, maar de hoogte van de hoofdprijs blijkt bepalend bij de aankoop van een lot.

Dat bleek in januari 1999 bij de Staatsloterij. De jackpot steeg van 13,7 naar 18,5 miljoen gulden, en prompt steeg de lotenverkoop met 500.000 stuks. De Lange vermoedt dat veel ondervraagden een `sociaal wenselijk' antwoord gaven, maar mogelijk zijn velen zich niet eens bewust dat woorden en daden hier moeilijk te rijmen zijn. Dit fenomeen verklaart wellicht ook het succes van de Nationale Postcode Loterij. Als loterij met een ideëel oogmerk keert zij weliswaar een beduidend lager percentage uit van de inzet aan prijzengeld (23 procent), maar de belangstelling is toch groot vanwege de hoge jackpot. De geruststellende gedachte dat met de opbrengst een school in een Afrikaans dorp kan worden gefinancierd, breed uitgemeten in een gelikte tv-show, stimuleert de verkoop eveneens.

Maar uiteindelijk spelen rationele overwegingen een betrekkelijk kleine rol bij de beslissing om wel of niet mee te doen. De kansen op winst zijn bovendien zeer lastig te vergelijken. Het uitkeringspercentage van de totale inleg en het aantal prijzen verschilt sterk per loterij (zie kader). En zelfs als de kans op een prijs bekend is, is die wetenschap volgens Prof. Dr. Ben van der Genugten van zeer betrekkelijke waarde. Hij doceert aan de Katholieke Universiteit Brabant, en heeft veel onderzoek gedaan naar gokken en kansrekening. De perceptie van een kans is uitermate subjectief, weet Van der Genugten.

Neem bijvoorbeeld de hoofdprijs van de Oudejaarsloterij: een kans van 1 op 4,5 miljoen. De kans om die prijs te winnen, is volgens Van der Genugten ongeveer even groot als de kans om op diezelfde dag in het verkeer om het leven te komen. Of om in een voetbalstadion met 5.700 bezoekers te zitten, waarvan er die dag toevallig niet één jarig is, terwijl dat er statistisch gezien ongeveer 16 zouden moeten zijn. ,,De meeste mensen zijn bijzonder verbaasd als blijkt dat de kansen op die drie gebeurtenissen precies gelijk zijn. Vooral de kans dat er in dat voetbalstadion die dag niemand jarig zou zijn, wordt veel hoger ingeschat dan in werkelijkheid het geval is. En daarnaast geldt over het algemeen: hoe prettiger het vooruitzicht, hoe minder onaannemelijk het wordt gevonden dat die gebeurtenis zich zal voordoen.''

Maar hoe vergaat het die zeer kleine groep mensen die een enorm geldbedrag hebben gewonnen? Zeggen ze hun baan op om in Toscane een roman te schrijven? Kopen ze een jacht, om in de haven van Saint-Tropez hun dagen onder de zon te slijten? Met andere woorden, verandert hun leven fundamenteel? Het antwoord is nadrukkelijk: nee. ,,Het leven wordt gemakkelijker'', zegt Anne-Louise Pol van de Lotto. ,,Maar bijna niemand verandert van baan, al gaan de meesten wel parttime werken. Ze maken eindelijk de reis die ze hiervoor niet konden betalen, of ze verbouwen hun huis. Voor de rest blijft alles bij het oude. `Dat ik gezond ben, vind ik veel belangrijker', hoor je winnaars vaak zeggen. En dan praat ik over mensen die een prijs van zes miljoen gulden hebben gewonnen. Saai, ja. Kneuterig bijna. Aan de andere kant: ik ken genoeg verhalen uit Engeland en de VS over mensen die volledig te gronde zijn gegaan nadat ze een superprijs hadden gewonnen. Zulke excessen komen in Nederland bij mijn weten niet voor. Nederlanders zijn daar te nuchter voor.''

Calvijn zal waarschijnlijk nooit helemaal uit Nederland verdwijnen.